H12 Transport door celmembranen
Celmembranen bevatten membraan transporteiwitten selectieve transport van kleine in water
oplosbare moleculen
Hoe kleiner, hydrofober, apolairer een molecuul is, hoe sneller diffusie door membraan
Polaire, in water oplosbare moleculen kunnen niet door de lipide bilaag heen
1. Kleine apolaire moleculen kunnen door de lipidelaag heen
2. Ongeladen, polaire moleculen kunnen door de lipidelaag als ze klein genoeg zijn
3. Geladen moleculen kunnen niet door het membraan
Na is meest voorkomende positief geladen ion (kation) buiten de celCl- compenseert
+
K+ ín de cel compensatie door veel verschillende anionen: nucleïnezuren, eiwitten etc.
Membraan potentiaal: voltage verschil over membraan
Wanneer een cel niet gestimuleerd wordt uitwisseling van kationen en anionen door membraan
blijft gebalanceerd: rustmembraanpotentiaal= 20-200 mV
Binnenkant van membraan negatiever dan buitenkant -20 mV
2 hoofdklassen membraan transporteiwitten:
Kanaaltje: selecteert op formaat en lading vormt porie, snel transport
Transporter: specifieke binding conformatie verandering: 2 kanten op
Passief transport= transport op basis van concentratie, geen energie nodig
Actief transport= tegen concentratie gradiënt in, energie nodig
ATP hydrolyse
Transmembraan ion gradiënt
Zonlicht
Ongeladen molecuul: concentratie gradiënt bepaalt richting
Geladen moleculen: ook membraan potentiaal heeft invloed op transportrichting
Elektrochemische gradiënt= concentratie gradiënt+ membraan potentiaal
Water is ongeladen kan door de lipide bilaag, maar wel langzaam
Aquaporines in plasmamembraan sneller watertransport
Osmose= water gaat van lage naar hoge concentratie deeltjes
Transporters zijn verantwoordelijk voor de beweging van de meeste kleine, wateroplosbare,
organische moleculen en sommige anorganische ionen door celmembranen
Vaak heel selectief laten maar één type molecuul door
Glucose transporter in plasmamembraan:
Gaat 12 keer door membraan heen
Kan meerdere conformaties aannemen
Richting waarin glucose wordt getransporteerd hang alléén van concentratie af glucose is
ongeladen
Transmembraanpompen actief transport
ATP gedreven pompen: hydrolyseren ATP
Gekoppelde pompen: ‘uphill’ transport van ene oplosbare deel samen met ‘downhill’
transport van een ander
Licht gedreven pompen: energie uit zonlicht
ATP gedreven Na+ pompen: 30% van ATP consumptie
3 Na+ uit de cel= 2 K+ de cel in Na-K ATPase/ Na-K pomp
Ca2+ concentratie wordt ook laag gehouden in het cytosol Ca kan aan eiwitten in de cel binden om
activiteit te veranderen
Ca pompen op plasmamembraan en ER membraan pompen actief Ca het cytosol uit
Celmembranen bevatten membraan transporteiwitten selectieve transport van kleine in water
oplosbare moleculen
Hoe kleiner, hydrofober, apolairer een molecuul is, hoe sneller diffusie door membraan
Polaire, in water oplosbare moleculen kunnen niet door de lipide bilaag heen
1. Kleine apolaire moleculen kunnen door de lipidelaag heen
2. Ongeladen, polaire moleculen kunnen door de lipidelaag als ze klein genoeg zijn
3. Geladen moleculen kunnen niet door het membraan
Na is meest voorkomende positief geladen ion (kation) buiten de celCl- compenseert
+
K+ ín de cel compensatie door veel verschillende anionen: nucleïnezuren, eiwitten etc.
Membraan potentiaal: voltage verschil over membraan
Wanneer een cel niet gestimuleerd wordt uitwisseling van kationen en anionen door membraan
blijft gebalanceerd: rustmembraanpotentiaal= 20-200 mV
Binnenkant van membraan negatiever dan buitenkant -20 mV
2 hoofdklassen membraan transporteiwitten:
Kanaaltje: selecteert op formaat en lading vormt porie, snel transport
Transporter: specifieke binding conformatie verandering: 2 kanten op
Passief transport= transport op basis van concentratie, geen energie nodig
Actief transport= tegen concentratie gradiënt in, energie nodig
ATP hydrolyse
Transmembraan ion gradiënt
Zonlicht
Ongeladen molecuul: concentratie gradiënt bepaalt richting
Geladen moleculen: ook membraan potentiaal heeft invloed op transportrichting
Elektrochemische gradiënt= concentratie gradiënt+ membraan potentiaal
Water is ongeladen kan door de lipide bilaag, maar wel langzaam
Aquaporines in plasmamembraan sneller watertransport
Osmose= water gaat van lage naar hoge concentratie deeltjes
Transporters zijn verantwoordelijk voor de beweging van de meeste kleine, wateroplosbare,
organische moleculen en sommige anorganische ionen door celmembranen
Vaak heel selectief laten maar één type molecuul door
Glucose transporter in plasmamembraan:
Gaat 12 keer door membraan heen
Kan meerdere conformaties aannemen
Richting waarin glucose wordt getransporteerd hang alléén van concentratie af glucose is
ongeladen
Transmembraanpompen actief transport
ATP gedreven pompen: hydrolyseren ATP
Gekoppelde pompen: ‘uphill’ transport van ene oplosbare deel samen met ‘downhill’
transport van een ander
Licht gedreven pompen: energie uit zonlicht
ATP gedreven Na+ pompen: 30% van ATP consumptie
3 Na+ uit de cel= 2 K+ de cel in Na-K ATPase/ Na-K pomp
Ca2+ concentratie wordt ook laag gehouden in het cytosol Ca kan aan eiwitten in de cel binden om
activiteit te veranderen
Ca pompen op plasmamembraan en ER membraan pompen actief Ca het cytosol uit