Wat is de samenleving?
Macroperspectieven:
1. De samenleving als verzameling sociale structuren (extern, dwingende invloed) met functies die
samen een stabiel, onderlijk geheel vormen.
2. De samenleving als strijdtoneel: arena van conflict en strijd tussen groepen om macht. Oorzaak is
vaak materialistisch: productieverhoudingen.
Microperspectief:
1. De samenleving als optelsom van individuele (inter)actie en betekenissen.
Sociale structuren.
Extern aan individu + dwingende invloed op individu.
De symbolen die ik gebruik om mijn gedachten uit te drukken, het geldsysteem dat ik gebruik om mijn
schulden te betalen, de praktijken die ik volg in mijn beroep, enz., functioneren allemaal onafhankelijk
van het gebruik ik maak van hen.
Er zijn sociale dingen die blijvend bestaan (ondanks hoog verloop van mensen). Denk: cultuur, normen
en waarden, instituties, trends, economie, religie etc.
Bepalen sociale feiten ons, of beïnvloeden ze ons?
Giddens: strong on institutions, weak on actions.
Agency.
Handelingsvrijheid + betekenisgeving van individuen.
De sociologie is een wetenschap die zich bezig houdt met interpretatief begrijpen van sociale actie.
Individu staat met sociale actie aan de basis van grotere structuren of veranderingen (rationalisering,
secularisering, kapitalisme).
Vergelijk Goffman: waar komen die rollen vandaan?
Giddens: strong on action/agency and weak on institutions.
Structure-agency problem (ook wel macro-micro probleem):
Worden we nu wel of niet bepaald door sociale structuren?
Hebben we nu wel of geen vrije wil?
Waarom is dit ook een probleem voor de studie van criminaliteit?
Structuration:
Giddens:
Niet: structure of agency, macro of micro.
Wel: samenlevingen als process van structuratie.
Structuur en actie zijn noodzakelijkerwijs gekoppeld aan elkaar. Samenlevingen, gemeenschappen of
groepen hebben alleen structuur wanneer er mensen zijn die zich volgens regelmatige patronen
gedragen. Aan de andere kant is actie alleen mogelijk omdat elk van ons, als individu, een enorme
hoeveelheid sociaal-gestructureerde kennis heeft.
Denk aan taal:
Taal is zowel stabiel als veranderlijk.
Om überhaupt te bestaan moet het een stabiele sociale gedeelde structuur zijn (anders begrijpt
niemand elkaar): vastliggende betekenissen en regels.
Maar taal bestaat ook alleen als er individuen zijn die de structuur volgen, of misschien willen
veranderen: nieuwe woorden, slang.
Denk na over een ander voorbeeld.
Cultuur en nationale identiteit:
Sociaal-culturele identiteiten.
Essentialistisch: cultuur als een stabiel ding.
1 door iedereen gedeelde cultuur.
Een soort collectief one true self.
De Nederlander is…
Wat versta jij onder de Nederlandse identiteit?
Non-essentialistisch: cultuur als stabiel en veranderlijk proces.
Breed gedeelde representaties: ideeën/beelden/mythes over cultuur, geleerd via socialisatie en
cultuur.
Helpt ons (zoals taal) te interacteren: gezamenlijk stabiele betekenissen aan het leven te geven.
Maar: individuen zijn reflexief en hebben agency. Ze construeren ook de sociale werkelijkheid.