Leerdoelen:
Leerdoel 1: Wat is het fundamentele uitgangspunt van de sociologie van Bourdieu? Hoe draagt het bij aan de
sociologische verbeelding?
Leerdoel 2: Werk de centrale theoretische concepten van Bourdieu uit in relatie tot elkaar. Concepten: agency;
structure of objectivisme; subjectivisme; constructivistisch structuralisme; veld; kapitaal; habitus; symbolic
violence
Leerdoel 3: Hoe kan Bourdieu’s werk toegepast worden op straatcultuur en criminaliteit? Wat levert dat ons
op?
Boek 1: Sociological Theory, hoofdstuk 13
Leerdoel 1: Wat is het fundamentele uitgangspunt van de sociologie van Bourdieu? Hoe draagt het bij aan de
sociologische verbeelding?
Habitus: Zie onderstaand bij concepten. Zorgt er ook voor dat we het veld kunnen betreden met de kennis
die we hebben.
Verschil habitus en gewoonte: de habitus is flexibeler en zorgt voor de structuur van de settings
waarin de gewoontes plaatsvinden.
Veld: zie concepten.
Cultureel kapitaal: zie concepten.
Bourdieu wilde de tegenstelling tussen objectivisme en subjectivisme overkomen.
Leerdoel 2: Werk de centrale theoretische concepten van Bourdieu uit in relatie tot elkaar. Concepten; symbolic
violence
Agency: het vermogen van individuen om de macht en middelen te hebben om hun potentieel te
vervullen.
Structuur van objectivisme:
Theorieën van Marx en Durkheim, omdat ze alleen naar objectieve structuren kijken en niet naar het
proces van sociale constructie.
Objectivisten negeren agency.
De objectieve structuren vormen de basis voor representaties en vormen de structurele beperkingen
van interacties.
Subjectivisme: het representeren van de sociale wereld, terwijl je de objectieve structuren waarin de
processen bestaan negeert.
Constructivistisch structuralisme: de analyse van objectieve structuren is onafscheidelijk van de analyse
van het begin van de mentale structuren in mensen, welke in sommige mate het product van de opname
van sociale structuren in elkaar zijn.
Constructivisme: negeert subjectivisme en intenties.
Bourdieu probeerde een brug te leggen tussen subjectivisme en objectivisme, door middel van habitus en
veld.
Habitus: de mentale of cognitieve structuren die mensen gebruiken om om te gaan met de sociale
wereld.
Mensen zijn begunstigd met een serie van geïnternaliseerde schema’s waardoor ze de sociale
wereld waarnemen, waarderen, begrijpen en evalueren.
Habitus is het resultaat van het verinnerlijken van de structuren van de sociale wereld.
Niet iedereen heeft dezelfde habitus.
De habitus is afhankelijk van de aard van iemands positie binnen de sociale wereld. Mensen met
dezelfde positie in de sociale wereld hebben dezelfde habitus.
Hysteresis: mensen die geen geschikte habitus hebben.
Aan de ene kant een structuur die de sociale wereld structureert, maar aan de andere kant een
structuur die gestructureerd is door de sociale wereld. Of: internalisatie van externaliteit of een
externalisatie van internaliteit.
Habitus kan ervoor zorgen dat je kan ontsnappen aan de keuze tussen subjectivisme en
objectivisme.