Week 1:
Opdracht 1:
B.
- Aquino gelooft in het politiek gezag dat regeert bij de gratie van God
(wetten worden hier ook door opgesteld), ook gelooft Aquino dat een
onrechtvaardige wet geen wet te noemen is. Hoe kan dit met elkaar
worden verenigd? We streven allemaal naar een gemeenschappelijk
goede. De heersers die het mandaat van God hebben, hebben enig
gezag volgens Thomas, maar dat houdt ergens op. Namelijk wanneer
het onredelijk begint te worden, hun gezag is beperkt. (Bv. een
politieagent kan/mag jou aanhouden, maar hij mag jou vervolgens niet
vragen om in de sloot te springen. Zo ver strekt zijn gezag niet en dan
wordt het ook onrechtvaardig).
Opdracht 2:
C
- Een wetgever kan niet oneindig complexe wetten maken, ook moet
een wetboek overzichtelijk zijn. De wetgever regelt dus vooral voor
algemene situaties. Burger mag ook zelf oordelen. Als er geen haast
bij is, dan kan je wel beter eerst even naar het gezag gaan.
Opdracht 3:
Thomas van Aquino zou het handelen van Antigone juist vinden. Antigone
heeft namelijk namens het natuurrecht gehandeld. Thomas was hier een
voorstander van. Ook handelde Antigone tegen de wil van koning Creon in,
die voor het rechtspositivisme was, maar daarmee ook inging tegen de wil
van de goden. Thomas zou het dus eens zijn met de manier waarop
Antigone heeft gehandeld.
- De broers van Antigone waren sneuveld in een strijd tegen elkaar om
een strijd om het koning dom. De ene broer mocht niet worden
begraven en moest worden opgegeten door de raven. De andere broer
mocht wel worden begraven. Begraven worden was destijds erg
belangrijk voor je plek in het hiernamaals/de hemel.
- Creon heeft een onrechtvaardige wet gemaakt: namelijk dat de broer
niet begraven mocht worden. Die wet was zo onrechtvaardig dat die
niet meer geldig zou zijn.
- Koning Creon handelde niet vanuit het gemeenschappelijke goede.
Daardoor kan die wet mede onrechtvaardig zijn. Heeft Creon vanuit
het goede gehandeld.
, Werkcollege 1: Het natuurrecht
Recht en onrecht: een actuele discussie
- Voorbeelden:
Aantekeningen:
- Martin Luther king: natuurrechtelijke gedachte. Wetten verliezen
geldigheid als de gedachte erachter onrechtvaardig wordt.
- Doel van recht bij rechtspositivisme: gedrag van burger coördineren.
Week 2:
Leg uit hoe de vroege en de late Radbruch de casus van de Muurschutters
verschillend zouden beoordelen.
- Je mocht het land niet uit zonder toestemming van het gezag tijdens
WO. De Muurschutters schoten deze mensen neer. Mogen deze
Muurschutters worden veroordeeld. De Muurschutters schoten ook
gelijk iemand dood, ze schoten bv. niet eerst in iemands been.
- Vroegere Radbruch legt meer nadruk op de rechtszekerheid. De
Muurschutters hebben gehandeld en geluisterd naar het gezag.
- Late Radbruch: Iemand die op iemand schiet die probeert te vluchten
gaat te ver, ook al is een bepaald gezag die zegt dat je dit moet
doen. Je moet dan zelf beter weten. Je kan daarom achteraf worden
vervolgd voor het neerschieten. Rechtszekerheid wordt wel
belangrijk gevonden.
De soldaten waarborgden een bepaalde rechtsorde. De muurschutters
tenuitvoerleggen een bepaalde rechtsorde.