A In twee fasen: eerst macrosegmentatie, vervolgens microsegmentatie
B Psychografische karakteristieken
C Gedrag karakteristieken
D socio-economische karakteristieken
2. Gaat de gemiddelde prijs omhoog in een sellers market?
A ja het aanbod is hoger dan de vraag
B Ja, de vraag is hoger dan het aanbod
C Neen, deze situatie heeft geen invloed op de prijs
D Neen, het tegendeel is het geval
3. Waarom was het rentepercentage voor staatsobligaties zo hoog voor onder andere
Griekenland?
A De omvang was groot
B Het risico was groot
C Het was crisistijd (financiële/economische)
D De hoge waarde van de USD ten opzichte van de euro
4. Welk land zit in het economische samenwerkingsverband ASEAN?
A Israël
B Indonesië
C Irak
D Iran
5. Wanneer is er sprake van een economische recessive?
A De prijzen over een breed front dalen flink en de voorraden van bedrijven zijn hoog
B Hoge economische groei wordt afgewisseld met een lagere groei
C De inflatie is torenhoog en de voorraden van bedrijven zijn ook hoog
D Het consumentenvertrouwen is negatief
6. E-procurement, e-billing en e-banking heeft het hoogste profijt indien:
A Internetbedrijfsprocessen tussen organisaties (Banken en klant) op elkaar zijn afgesteld
B Intrabedrijfsprocessen op elkaar zijn afgesteld
C Intrabedrijfsprocessen tussen organisaties(banken en klant) op elkaar zijn afgesteld
D Interbedrijfsprocessen binnen alle organisaties binnen een multinationale organisatie op elkaar zijn
afgesteld