Begrippenlijst
Hoofdstuk 1
1. Bereidheid
Een onderzoek staat of valt door de bereidheid van respondenten. De bereidheid hangt af
van:
- de instantie die het onderzoek uitvoert
- de wijze waarop je de mensen voor het onderzoek benadert
- de tijd die het onderzoek kost
- de aantrekkelijkheid van het onderzoeksonderwerp
- het nut van het onderzoek
- een blijk van (materiële) waardering (= incentive) voor de deelnemers aan het onderzoek
2. Generalisatie
Met de keuze van je onderzoekseenheden leg je de generalisatiepretentie vast Voor wie
gaan de uitkomsten van je onderzoek gelden?
3. Gesloten onderzoeksvraag
Een onderzoeksvraag die meestal te beantwoorden is met ja/nee. Je stelt zo een vraag als je
al weet wat je kunt verwachten; ‘Is er een verschil tussen jongens en meisjes in agressief
gedrag?’
4. Hypothese
Voorafgaand aan je onderzoek zet je een verwachting op papier van de uitkomst van het
onderzoek. Als je steun vindt voor je hypothese, dan is de veronderstelling dat de theorie
klopt.
5. Kenmerk (eigenschappen)
Hetgeen je wilt zeggen over je onderzoekseenheden
6. Kwalitatief onderzoek
Onderzoek waarbij problemen in en van situaties, gebeurtenissen en personen beschreven
en geïnterpreteerd worden met behulp van gegevens van kwalitatieve aard, zoals
belevingen, ervaringen, betekenisverleningen die verzameld zijn via open interviews en/of
participerende observatie en/of bestaande documenten.
Meestal is de onderzoeksvraag open, breed en is er relatief weinig voorkennis. Het gaat om
het verkrijgen van inzichten je leert van je onderzoek.
7. Kwantitatief onderzoek
Onderzoek waarbij het onderzoeksmateriaal bestaat uit cijfermatige gegevens, die statistisch
geanalyseerd worden om antwoord te geven op de onderzoeksvraag