Begrippenlijst H13
Derek Koster
13.1 Wie maakt het eten?
Fotosynthese is het complexe geheel van fysische en chemische
processen waarmee een autotroof organisme (plant of autotrofe bacterie)
glucose maakt met behulp van koolstofdioxide, water en licht.
Organismen zijn autotroof als ze uit anorganische stoffen brandstof
(glucose) kunnen maken. Planten en fotosynthetiserende bacteriën maken
uit CO2 en H2O glucose en zijn daarom autotroof.
Organismen zijn hetero-troof als hun brandstof niet uit anorganische
stoffen kunnen maken. Deze organisme moeten hun brandstof binnen
krijgen doormiddel van voedsel. Denk aan dieren, schimmels en de
meeste bacteriën.
Een voedselketen is een reeks van soorten waarbij de één het voedsel
vormt voor de ander. Aan de basis van elke voedselketen staan
producenten die organische stoffen maken. Dit zijn autotrofe organismen.
Een voedselweb is een netwerk van verschillende voedselketens in een
ecosysteem.
Een herbivoor is de benaming voor een planteneter.
Een carnivoor is de benaming voor een vleeseter.
Een omnivoor is de benaming voor een alles eter, dus zowel vlees als
planten.
Reducenten zijn organismen die organisch materiaal afbreken tot
anorganische stoffen (dissimilatie) om met de vrijkomende energie ATP te
maken. Alle organisme doen dat, zowel de producenten als de
consumenten.
Chemosynthese is het proces waarbij een autotroof organisme glucose
maakt met behulp van koolstofdioxide, water en chemische energie.
Chemosynthese komt voor bij een beperkt aantal soorten bacteriën.
Derek Koster
13.1 Wie maakt het eten?
Fotosynthese is het complexe geheel van fysische en chemische
processen waarmee een autotroof organisme (plant of autotrofe bacterie)
glucose maakt met behulp van koolstofdioxide, water en licht.
Organismen zijn autotroof als ze uit anorganische stoffen brandstof
(glucose) kunnen maken. Planten en fotosynthetiserende bacteriën maken
uit CO2 en H2O glucose en zijn daarom autotroof.
Organismen zijn hetero-troof als hun brandstof niet uit anorganische
stoffen kunnen maken. Deze organisme moeten hun brandstof binnen
krijgen doormiddel van voedsel. Denk aan dieren, schimmels en de
meeste bacteriën.
Een voedselketen is een reeks van soorten waarbij de één het voedsel
vormt voor de ander. Aan de basis van elke voedselketen staan
producenten die organische stoffen maken. Dit zijn autotrofe organismen.
Een voedselweb is een netwerk van verschillende voedselketens in een
ecosysteem.
Een herbivoor is de benaming voor een planteneter.
Een carnivoor is de benaming voor een vleeseter.
Een omnivoor is de benaming voor een alles eter, dus zowel vlees als
planten.
Reducenten zijn organismen die organisch materiaal afbreken tot
anorganische stoffen (dissimilatie) om met de vrijkomende energie ATP te
maken. Alle organisme doen dat, zowel de producenten als de
consumenten.
Chemosynthese is het proces waarbij een autotroof organisme glucose
maakt met behulp van koolstofdioxide, water en chemische energie.
Chemosynthese komt voor bij een beperkt aantal soorten bacteriën.