ProActive Nursing: klinisch redeneren in zes stappen. ProActive Nursing: klinische problematiek
inzichtelijk (beschikbaar via Xplora)
Ademhaling Ademhaling
1. Luchtwegen = hoge en lage luchtwegen 1. Luchtwegen
2. Ademprikkel = het aansturen van de spieren die betrokken zijn bij de ademarbeid, waardoor er longventilatie 2. Ademprikkel
ontstaat 3. Ademarbeid
3. Ademarbeid = spierkracht leveren voor de longventilatie 4. Gasuitwisseling
4. Diffusie = uitwisseling van in-en uitademingsgassen 5. Pulmonale doorbloeding
5. Perfusie = pulmonaal bloed in contact brengen met de alveocolocapillaire membraan en het leveren van veneus
aanbod voor de linkerharthelft
Observeren, meten en weten
Ademgeluiden, ademfrequentie, thoraxexcursies (adembewegingen van de thorax), ademhalingspatroon, kleur van de huid, saturatie, ademhalingsvolume
Circulatie Circulatie
1. Veneus aanbod = bloed aanvoer (rechterharthelft) 1. Veneus aanbod
2. Hartprikkel = het elektrisch activeren van de hartspiercellen die zorgen voor de pompfunctie van het hart (ritme, 2. Hartrprikkel
frequentie, geleiding) 3. Pompfunctie
3. Pompfunctie = d.m.v. spierkracht van het hart rondcirculeren van bloedcirculatie (Frank Starling-principe) 4. Arteriële vaatstelsel
4. Arteriële distributie = d.m.v. de vaattonus en naar behoefte verdelen van bloed over de inwendige organen, 5. Microcirculatie
spieren, huid enz
5. Microcirculatie = plaats waar water, voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen tussen het bloed en de
weefsels/cellen via de capillaire wand worden uitgewisseld
Observeren, meten en weten
Arteriële systolisch druk (bovendruk), arteriële diastolische druk (onderdruk), mean arteriële bloeddruk, perifere perfusie, huidtemperatuur, pulsatie frequentie, pulsatie
regelmaat en vulling halsvenen
Zuurstofbalans myocard Zuurstofvoorziening van het hart
1. Zuurstofaanbod = de hartspier moet continu worden voorzien van voldoende zuurstof. Hierbij zijn de conditie van 1. Zuurstofaanvoer
de coronairen, de diastolische druk, de hartfrequentie, het Hb en SO2 en de viscositeit van het bloed van belang 2. Zuurstofbehoefte
2. Zuurstofbehoefte = de benodigde hoeveelheid zuurstof van de hartspier. Hierbij zijn het veneuze aanbod, de
vaatweerstand, de hartfrequentie en contractiliteit van belang
Observeren, meten en weten
Arteriële diastolische druk, polsfrequentie, hartritme en elektrocardiogram
Vocht- en elektrolytenbalans Urgogenitale functies
1. Inname/behoefte = het drinken van voldoende water en zouten, zodat de verliezen gecompenseerd worden 1. Vochtinname
inzichtelijk (beschikbaar via Xplora)
Ademhaling Ademhaling
1. Luchtwegen = hoge en lage luchtwegen 1. Luchtwegen
2. Ademprikkel = het aansturen van de spieren die betrokken zijn bij de ademarbeid, waardoor er longventilatie 2. Ademprikkel
ontstaat 3. Ademarbeid
3. Ademarbeid = spierkracht leveren voor de longventilatie 4. Gasuitwisseling
4. Diffusie = uitwisseling van in-en uitademingsgassen 5. Pulmonale doorbloeding
5. Perfusie = pulmonaal bloed in contact brengen met de alveocolocapillaire membraan en het leveren van veneus
aanbod voor de linkerharthelft
Observeren, meten en weten
Ademgeluiden, ademfrequentie, thoraxexcursies (adembewegingen van de thorax), ademhalingspatroon, kleur van de huid, saturatie, ademhalingsvolume
Circulatie Circulatie
1. Veneus aanbod = bloed aanvoer (rechterharthelft) 1. Veneus aanbod
2. Hartprikkel = het elektrisch activeren van de hartspiercellen die zorgen voor de pompfunctie van het hart (ritme, 2. Hartrprikkel
frequentie, geleiding) 3. Pompfunctie
3. Pompfunctie = d.m.v. spierkracht van het hart rondcirculeren van bloedcirculatie (Frank Starling-principe) 4. Arteriële vaatstelsel
4. Arteriële distributie = d.m.v. de vaattonus en naar behoefte verdelen van bloed over de inwendige organen, 5. Microcirculatie
spieren, huid enz
5. Microcirculatie = plaats waar water, voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen tussen het bloed en de
weefsels/cellen via de capillaire wand worden uitgewisseld
Observeren, meten en weten
Arteriële systolisch druk (bovendruk), arteriële diastolische druk (onderdruk), mean arteriële bloeddruk, perifere perfusie, huidtemperatuur, pulsatie frequentie, pulsatie
regelmaat en vulling halsvenen
Zuurstofbalans myocard Zuurstofvoorziening van het hart
1. Zuurstofaanbod = de hartspier moet continu worden voorzien van voldoende zuurstof. Hierbij zijn de conditie van 1. Zuurstofaanvoer
de coronairen, de diastolische druk, de hartfrequentie, het Hb en SO2 en de viscositeit van het bloed van belang 2. Zuurstofbehoefte
2. Zuurstofbehoefte = de benodigde hoeveelheid zuurstof van de hartspier. Hierbij zijn het veneuze aanbod, de
vaatweerstand, de hartfrequentie en contractiliteit van belang
Observeren, meten en weten
Arteriële diastolische druk, polsfrequentie, hartritme en elektrocardiogram
Vocht- en elektrolytenbalans Urgogenitale functies
1. Inname/behoefte = het drinken van voldoende water en zouten, zodat de verliezen gecompenseerd worden 1. Vochtinname