orthopedagogiek
Dit document bevat een oefentoets (46 MC-vragen) over de stof van het vak :’ Behandeling:
interventies binnen de orthopedagogiek’. De vragen zijn gebaseerd op de colleges en op de
literatuur (‘Behaviour modification: what is it and how to do it?’ (Martin & Pear, 2019)). Aan
het einde van het document staan de antwoorden in het rood. Achter het antwoord staat
ook een uitleg/stukje uit het boek of college als toelichting waarom het dat antwoord is.
1. Wat is geen voorbeeld van gedrag?
A. Iets typen op je toetsenbord
B. Zingen
C. Knipperen met je ogen
D. Op tijd op je werk komen
2. Wat geldt voor de volgende stellingen:
1. “In de tijd van Hippocratus was de verklaring voor psychopathologie
spiritueel/bovennatuurlijk”
2. ‘Summary labels’ voor gedrag verwijzen naar specifieke gedragingen
A. Beiden zijn waar
B. Beiden zijn niet waar
C. Stelling 1 waar
D. Stelling 2 is waar
3. Wat is een kenmerk van gedragsmodificatie?
A. Gedragsmodificatie wordt alleen uitgevoerd door getrainde professionals
B. In de procedures zijn we gericht op het aanpassen van de individu
C. Problemen worden beschreven in termen van meetbaar gedrag
D. Replicatie van methoden en rationalen is minder belangrijk dan bij onderzoek
4. Wat zijn doelgedragingen/target behaviours?
A. Gedragingen die de persoon inzet tijdens de gedragsmodificatie om
probleemgedrag te verbeteren
B. Het probleemgedrag
C. Het gedrag wat al goed gaat en dus een aanknopingspunt kan vormen voor
interventie
5. Wat is geen doel van gedrag assessment (Behavioural assessment)?
A. Het inzetten van een gedragsmodificatie interventie
B. Verzamelen/analyseren van informatie/data om doelgedrag (target
behaviours) te identificeren en beschrijven
C. Identificeren van mogelijke oorzaken van gedrag
D. Helpen bij selecteren van mogelijke behandelingen