Werkgroep extensief 1
College 1a en bijbehorende literauur
Uitermark e.a.: Beleid dat werkt en onderzoek dat er toe doet
Uitermark e.a. gaan in hun bijdrage, net als Weber, in op de gespannen relatie tussen
onderzoek en beleid (Bij Weber: wetenschap en praktijk). Dit doen zij aan de hand
van een bespreking van de casus van de Glen Mills scholen.
1. Wat is kenmerkend voor een goed onderzoek volgens Uitermark e.a.? Noem deze
kenmerken en leg uit wat Uijtermark e.a. daar mee bedoelen.
a. Goed onderzoek problematiseert morele overtuigingen. Hierin speelt het
morele effectiviteitsdilemma een grote rol: wat moreel is, in niet per se
effectief en wat effectief is, is niet per se moreel. Binnen verschillende
beleidsvormen komt het zelden voor dat morele oordelen en effectiviteit
samenvallen.
b. Goed onderzoek problematiseert beleid. Hierin speelt policy based evidence
making een grote rol: dit houdt in dat het bewijs bij het beleid wordt gezocht in
plaats van andersom. Dit moet voorkomen worden. Onafhankelijk onderzoek
(onderzoek dat buiten de belanghebbenden om wordt uitgevoerd) heeft
hoogstwaarschijnlijk het meeste succes. Het is ook belangrijk dat onderzoek
dwingt tot reflectie van het beleid.
c. Goed onderzoek baseert zich op een veelvoud van studies/bronnen die
geraadpleegd worden, zodat de conclusies door derden als betrouwbaar
kunnen worden gezien.
Booijink e.a.: Van beschrijven naar meten. Op weg naar effectieve interventies.
Booijink e.a. gaan in hun bijdrage op zeer concrete wijze in op de vraag hoe
wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen aan effectieve interventies.
2. Vat de essentie van de adviezen van Booijink e.a. kort samen.
a. De eerste belangrijke stap in de weg tot een effectieve interventie is een
goede beschrijving van de interventie, zodat er kritisch naar gekeken kan
worden, ook door andere partijen.
b. Dan is de theoretische onderbouwing belangrijk. In deze fase worden redenen
gegeven waarom de interventie werkt (of niet).
c. Daarna moet er onderzoek gedaan worden naar de toepassing en
praktijkervaringen, zodat op verschillende manieren duidelijk wordt wanneer,
hoe en waarom interventies werken.
d. Monitoring van behaalde resultaten. Dit dient als het cijfermatige bewijs dat
een interventie heeft gewerkt (of niet).
e. Ten slotte wordt er onderzoek naar de effectiviteit gedaan. Dit wordt ook wel
effectonderzoek genoemd, waarin een nulmeting, nameting en een follow up-
meting centraal staan.
Weber: Wetenschap als beroep
Over de onttovering van de wereld
Vanaf p.18 bespreekt Weber de zin van de wetenschap. Hij schetst daarbij het
rationaliseringsproces dat met de wetenschappelijke vooruitgang gepaard gaat. Vervolgens
stelt Weber zich de vraag wat deze rationalisering door wetenschap en door op wetenschap
gebaseerde techniek in praktische zin betekent voor de mensen.
3. Wat is daarop zijn antwoord?
a. De toenemende intellectualisering en rationalisering betekent niet een
toenemende algemene kennis van de omstandigheden waaronder we leven.
Het betekent eerder de zekerheid of het geloof dat we er, als we het zouden
willen, op elk moment achter kunnen komen, met andere woorden, dat er
geen per definitie geheimzinnige en onberekenbare machten zijn die een rol
College 1a en bijbehorende literauur
Uitermark e.a.: Beleid dat werkt en onderzoek dat er toe doet
Uitermark e.a. gaan in hun bijdrage, net als Weber, in op de gespannen relatie tussen
onderzoek en beleid (Bij Weber: wetenschap en praktijk). Dit doen zij aan de hand
van een bespreking van de casus van de Glen Mills scholen.
1. Wat is kenmerkend voor een goed onderzoek volgens Uitermark e.a.? Noem deze
kenmerken en leg uit wat Uijtermark e.a. daar mee bedoelen.
a. Goed onderzoek problematiseert morele overtuigingen. Hierin speelt het
morele effectiviteitsdilemma een grote rol: wat moreel is, in niet per se
effectief en wat effectief is, is niet per se moreel. Binnen verschillende
beleidsvormen komt het zelden voor dat morele oordelen en effectiviteit
samenvallen.
b. Goed onderzoek problematiseert beleid. Hierin speelt policy based evidence
making een grote rol: dit houdt in dat het bewijs bij het beleid wordt gezocht in
plaats van andersom. Dit moet voorkomen worden. Onafhankelijk onderzoek
(onderzoek dat buiten de belanghebbenden om wordt uitgevoerd) heeft
hoogstwaarschijnlijk het meeste succes. Het is ook belangrijk dat onderzoek
dwingt tot reflectie van het beleid.
c. Goed onderzoek baseert zich op een veelvoud van studies/bronnen die
geraadpleegd worden, zodat de conclusies door derden als betrouwbaar
kunnen worden gezien.
Booijink e.a.: Van beschrijven naar meten. Op weg naar effectieve interventies.
Booijink e.a. gaan in hun bijdrage op zeer concrete wijze in op de vraag hoe
wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen aan effectieve interventies.
2. Vat de essentie van de adviezen van Booijink e.a. kort samen.
a. De eerste belangrijke stap in de weg tot een effectieve interventie is een
goede beschrijving van de interventie, zodat er kritisch naar gekeken kan
worden, ook door andere partijen.
b. Dan is de theoretische onderbouwing belangrijk. In deze fase worden redenen
gegeven waarom de interventie werkt (of niet).
c. Daarna moet er onderzoek gedaan worden naar de toepassing en
praktijkervaringen, zodat op verschillende manieren duidelijk wordt wanneer,
hoe en waarom interventies werken.
d. Monitoring van behaalde resultaten. Dit dient als het cijfermatige bewijs dat
een interventie heeft gewerkt (of niet).
e. Ten slotte wordt er onderzoek naar de effectiviteit gedaan. Dit wordt ook wel
effectonderzoek genoemd, waarin een nulmeting, nameting en een follow up-
meting centraal staan.
Weber: Wetenschap als beroep
Over de onttovering van de wereld
Vanaf p.18 bespreekt Weber de zin van de wetenschap. Hij schetst daarbij het
rationaliseringsproces dat met de wetenschappelijke vooruitgang gepaard gaat. Vervolgens
stelt Weber zich de vraag wat deze rationalisering door wetenschap en door op wetenschap
gebaseerde techniek in praktische zin betekent voor de mensen.
3. Wat is daarop zijn antwoord?
a. De toenemende intellectualisering en rationalisering betekent niet een
toenemende algemene kennis van de omstandigheden waaronder we leven.
Het betekent eerder de zekerheid of het geloof dat we er, als we het zouden
willen, op elk moment achter kunnen komen, met andere woorden, dat er
geen per definitie geheimzinnige en onberekenbare machten zijn die een rol