Thema 4: Legaliteitsbeginsel I
Inleiding op het thema:
In de voorgaande thema’s heeft de nadruk steeds gelegen op het staatsrecht. In het vak
Inleiding staats- en bestuursrecht kan het bestuursrecht echter niet ontbreken. Waar het
staatsrecht gaat over de organisatie van de staat en zijn organen en het verkrijgen van
bevoegdheden, gaat het bestuursrecht meer over de toepassing van die bevoegdheden
door het bestuur, met name in concrete gevallen. Dit betekent echter niet dat het
staatsrecht niet meer van belang is, in tegendeel. Immers in het bestuursrecht geldt telkens
als uitgangspunt het legaliteitsbeginsel dat voor het handelen van het bestuur een wettelijke
grondslag vereist.
Bovendien is het antwoord op de vraag hoe bestuursorganen aan hun bevoegdheid komen,
eigenlijk staatsrechtelijk van aard. Een belangrijke wet die dit in algemene zin regelt is de
Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze wet bevat definities en algemene regels die
gelden bij de toepassing van andere wetten die het bestuur moet uitvoeren. Kernbegrippen
die deze week aan de orde komen zijn bestuursorgaan en besluit.
Literatuur:
- BKVW paragrafen 4.1 t/m 4.3, 4.4.1, 4.4.2, 4.6
- Jan Van Damme & Valérie Pattyn, Overheid in transitie(s)? Beleidsrollen en –
instrumenten in een transitiecontext, online:
http://www.academia.edu/12713770/Overheid_in_transitie_s_Beleidsrollen_en_instru
menten_in_een_transitiecontext
Jurisprudentie:
- ABRvS 17 september 2014 (Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schiphol),
Ars Aequi Jurisprudentie 2015
- ABRvS, 6 juni 2007 (Koningin bestuursorgaan?), rechtspraak.nl,
ECLI:NL:RVS:2007:BA6497
- ABRvS, 11 december 2013 (Handhaving parkeren fietsen), AB 2014/99, m.n. L.J.A.
Damen, ECLI:NL:RVS:2013:2382
Leerdoelen:
Na bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten
kunt u in ieder geval:
1. de essentie van het legaliteitsbeginsel omschrijven;
2. de begrippen openbaar lichaam, orgaan en ambtsdrager identificeren;
3. het begrip bestuursorgaan hanteren;
4. onderscheid maken tussen besluiten van algemene strekking en beschikkingen en
goed onderbouwd bepalen welk van deze begrippen op een eenvoudige
praktijksituatie van toepassing is;
5. op basis van basiskennis van het begrip besluit in de zin van de Awb goed
onderbouwd kunnen bepalen of dit begrip in een eenvoudige praktijksituatie van
toepassing is;
6. de begrippen attributie, delegatie en mandaat in algemene zin omschrijven.
Vereiste voorbereiding:
Ter voorbereiding op het onderwijs dient u thuis de bovengenoemde literatuur te bestuderen
en zelfstandig op internet of andere media op zoek te gaan naar de antwoorden op de
onderstaande werkgroepopdrachten. De opdrachten dienen te allen tijde in goed
Nederlands te worden beantwoord. Noteer de antwoorden in hele zinnen. Gebruik geen
telegramstijl of steekwoorden, tenzij uitdrukkelijk om deze notatiewijze wordt gevraagd.
Antwoorden moeten ook altijd gemotiveerd worden door onder andere te verwijzen naar de
Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016, © Universiteit Utrecht
Inleiding op het thema:
In de voorgaande thema’s heeft de nadruk steeds gelegen op het staatsrecht. In het vak
Inleiding staats- en bestuursrecht kan het bestuursrecht echter niet ontbreken. Waar het
staatsrecht gaat over de organisatie van de staat en zijn organen en het verkrijgen van
bevoegdheden, gaat het bestuursrecht meer over de toepassing van die bevoegdheden
door het bestuur, met name in concrete gevallen. Dit betekent echter niet dat het
staatsrecht niet meer van belang is, in tegendeel. Immers in het bestuursrecht geldt telkens
als uitgangspunt het legaliteitsbeginsel dat voor het handelen van het bestuur een wettelijke
grondslag vereist.
Bovendien is het antwoord op de vraag hoe bestuursorganen aan hun bevoegdheid komen,
eigenlijk staatsrechtelijk van aard. Een belangrijke wet die dit in algemene zin regelt is de
Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze wet bevat definities en algemene regels die
gelden bij de toepassing van andere wetten die het bestuur moet uitvoeren. Kernbegrippen
die deze week aan de orde komen zijn bestuursorgaan en besluit.
Literatuur:
- BKVW paragrafen 4.1 t/m 4.3, 4.4.1, 4.4.2, 4.6
- Jan Van Damme & Valérie Pattyn, Overheid in transitie(s)? Beleidsrollen en –
instrumenten in een transitiecontext, online:
http://www.academia.edu/12713770/Overheid_in_transitie_s_Beleidsrollen_en_instru
menten_in_een_transitiecontext
Jurisprudentie:
- ABRvS 17 september 2014 (Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schiphol),
Ars Aequi Jurisprudentie 2015
- ABRvS, 6 juni 2007 (Koningin bestuursorgaan?), rechtspraak.nl,
ECLI:NL:RVS:2007:BA6497
- ABRvS, 11 december 2013 (Handhaving parkeren fietsen), AB 2014/99, m.n. L.J.A.
Damen, ECLI:NL:RVS:2013:2382
Leerdoelen:
Na bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten
kunt u in ieder geval:
1. de essentie van het legaliteitsbeginsel omschrijven;
2. de begrippen openbaar lichaam, orgaan en ambtsdrager identificeren;
3. het begrip bestuursorgaan hanteren;
4. onderscheid maken tussen besluiten van algemene strekking en beschikkingen en
goed onderbouwd bepalen welk van deze begrippen op een eenvoudige
praktijksituatie van toepassing is;
5. op basis van basiskennis van het begrip besluit in de zin van de Awb goed
onderbouwd kunnen bepalen of dit begrip in een eenvoudige praktijksituatie van
toepassing is;
6. de begrippen attributie, delegatie en mandaat in algemene zin omschrijven.
Vereiste voorbereiding:
Ter voorbereiding op het onderwijs dient u thuis de bovengenoemde literatuur te bestuderen
en zelfstandig op internet of andere media op zoek te gaan naar de antwoorden op de
onderstaande werkgroepopdrachten. De opdrachten dienen te allen tijde in goed
Nederlands te worden beantwoord. Noteer de antwoorden in hele zinnen. Gebruik geen
telegramstijl of steekwoorden, tenzij uitdrukkelijk om deze notatiewijze wordt gevraagd.
Antwoorden moeten ook altijd gemotiveerd worden door onder andere te verwijzen naar de
Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016, © Universiteit Utrecht