Evaluatiecollege Grondslagen van recht 7
Thematiek aan de hand van de leerdoelen:
Aspecten van vrijheid:
- Vrijheid als voorwaarde: vrije wil, wilsvorming, handelingsvrijheid en
verantwoordelijkheid
- De betekenis van vrijheid met betrekking tot de relatie burger-overheid
o Positieve vrijheid
o Negatieve vrijheid
o Herkennen in een casus
- Locke
o Vrijheid en inrichting van de staat (tweede verhandeling)
o Het idee van overheidsneutraliteit (letter of tolerance)
- Mill:
o Schadebeginsel: positieve en negatieve stelling
- Wanneer is de inperking van vrijheid gerechtvaardigd:
o Locke – Mill
Vrijheid als voorwaarde
Recht veronderstelt vrijheid en daarmee verantwoordelijkheid:
- Vrije wil op basis van de reden (mens is een rationeel wezen, kan nadenken, kan de
gevolgen van zijn handelingen overzien en neemt verantwoordelijkheid voor die
gevolgen)
- Maken van keuzes (volgens Aristoteles). Als je over een vrije wil beschikt, kun je
keuzes maken. Als je rechtvaardig wilt handelen, moet je vrij kunnen handelen en
over keuzes kunnen beschikken.
- Verantwoordelijkheid voor de (gevolgen van) die keuzes:
o Aansprakelijkheid
o Toerekeningbaarheid
o Verwijtbaarheid
- In staat zijn op basis van de rede te handelen en daar verantwoordelijk voor te zijn
Negatieve en positieve vrijheid
De belangrijkste relatie in een gemeenschap is die tussen burger en overheid.
Negatieve vrijheid:
X is vrij van Y tot Z
- Niet aan Y onderworpen
- Geen obstakels zodat Z niet bereikt kan worden
- Geen positieve belemmeringen:
o Verticale relatie: overheid mag geen belemmeringen opleggen om vrijheid te
beperken
o Horizontale relatie
- Vrij van overheidsbemoeienis
Thematiek aan de hand van de leerdoelen:
Aspecten van vrijheid:
- Vrijheid als voorwaarde: vrije wil, wilsvorming, handelingsvrijheid en
verantwoordelijkheid
- De betekenis van vrijheid met betrekking tot de relatie burger-overheid
o Positieve vrijheid
o Negatieve vrijheid
o Herkennen in een casus
- Locke
o Vrijheid en inrichting van de staat (tweede verhandeling)
o Het idee van overheidsneutraliteit (letter of tolerance)
- Mill:
o Schadebeginsel: positieve en negatieve stelling
- Wanneer is de inperking van vrijheid gerechtvaardigd:
o Locke – Mill
Vrijheid als voorwaarde
Recht veronderstelt vrijheid en daarmee verantwoordelijkheid:
- Vrije wil op basis van de reden (mens is een rationeel wezen, kan nadenken, kan de
gevolgen van zijn handelingen overzien en neemt verantwoordelijkheid voor die
gevolgen)
- Maken van keuzes (volgens Aristoteles). Als je over een vrije wil beschikt, kun je
keuzes maken. Als je rechtvaardig wilt handelen, moet je vrij kunnen handelen en
over keuzes kunnen beschikken.
- Verantwoordelijkheid voor de (gevolgen van) die keuzes:
o Aansprakelijkheid
o Toerekeningbaarheid
o Verwijtbaarheid
- In staat zijn op basis van de rede te handelen en daar verantwoordelijk voor te zijn
Negatieve en positieve vrijheid
De belangrijkste relatie in een gemeenschap is die tussen burger en overheid.
Negatieve vrijheid:
X is vrij van Y tot Z
- Niet aan Y onderworpen
- Geen obstakels zodat Z niet bereikt kan worden
- Geen positieve belemmeringen:
o Verticale relatie: overheid mag geen belemmeringen opleggen om vrijheid te
beperken
o Horizontale relatie
- Vrij van overheidsbemoeienis