Samenvatting Economie Katern 1 Schaarste en ruil
Welvaart en behoeften
Welvaart → zegt iets over de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien
Behoeften:
Primaire (levens)behoeften
Voeding (eten + drinken)
Kleding
Onderdak
Secundaire behoeften
Niet nodig om in leven te blijven, maar maken het leven wel aangenamer. Met name
luxe(re) goederen
Schaarste
Schaarste → de spanning / verschil tussen onze beperkte behoeften en onze beperkte
middelen
Hoe schaarser, hoe hoger de prijs
Vrije goederen → niet schaars, gratis (lucht, water in de zee)
Goederen en nut
Goederen:
Producten
Diensten (= onstoffelijke goederen)
Nut → de eigenschap van goederen om in behoeften te kunnen voorzien
Goed x heeft nut voor persoon A, maar niet voor persoon B
VB: een auto heeft nut voor een gezin met kinderen, maar niet voor een brugklasleerling
Eerste wet van Gossen
De econoom Gossen (1854) heeft veel onderzoek gedaan naar het begrip nut
Eerste wet van Gossen:
Het grensnut (= extra nut van een extra hoeveelheid goed) daalt naar mate men over een
grotere hoeveelheid van dat goed beschikt
Tweede wet van Gossen
Welvaart en behoeften
Welvaart → zegt iets over de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien
Behoeften:
Primaire (levens)behoeften
Voeding (eten + drinken)
Kleding
Onderdak
Secundaire behoeften
Niet nodig om in leven te blijven, maar maken het leven wel aangenamer. Met name
luxe(re) goederen
Schaarste
Schaarste → de spanning / verschil tussen onze beperkte behoeften en onze beperkte
middelen
Hoe schaarser, hoe hoger de prijs
Vrije goederen → niet schaars, gratis (lucht, water in de zee)
Goederen en nut
Goederen:
Producten
Diensten (= onstoffelijke goederen)
Nut → de eigenschap van goederen om in behoeften te kunnen voorzien
Goed x heeft nut voor persoon A, maar niet voor persoon B
VB: een auto heeft nut voor een gezin met kinderen, maar niet voor een brugklasleerling
Eerste wet van Gossen
De econoom Gossen (1854) heeft veel onderzoek gedaan naar het begrip nut
Eerste wet van Gossen:
Het grensnut (= extra nut van een extra hoeveelheid goed) daalt naar mate men over een
grotere hoeveelheid van dat goed beschikt
Tweede wet van Gossen