2 BASISSTOF
1 Voedingsmiddelen en
Voeding en
vertering
In je voedsel zitten allerlei stoffen die je lichaam nodig heeft.
Voordat je lichaam deze stoffen kan gebruiken, moet het voedsel
worden verteerd. Voeding kan gezond of minder gezond zijn.
voedingsstoffen 56
2 Het verteringsstelsel 63
3 De organen voor vertering 69
4 Gezonde voeding 77
5 Voedselbederf 86
6 Voeding en vertering bij
zoogdieren 93
Samenhang
Flatulentie voor dummy’s 98
EXTRA STOF
7 Nadenken over eten 101
8 Productinformatie 104
ONDERZOEK
Leren onderzoeken 106
Practica 112
,
, BASISSTOF
1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
KENNIS
1 a • Alle producten die je eet en drinkt, zijn voedingsmiddelen / voedingsstoffen.
• Halvarine is een dierlijk / plantaardig voedingsmiddel.
• Roomboter is een dierlijk / plantaardig voedingsmiddel.
•
Voedingsmiddelen / voedingsstoffen zijn de bruikbare bestanddelen van
voedingsmiddelen / voedingsstoffen.
b Welk begrip hoort bij de beschrijving?
A een tekort hieraan kan ziekte veroorzaken ◯ ◯ 1 beschermende stoffen
B leveren energie ◯ ◯ 2 bouwstoffen
C nodig om cellen en weefsels op te bouwen ◯ ◯ 3 brandstoffen
D onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel ◯ ◯ 4 reservestoffen
E worden opgeslagen voor later gebruik ◯ ◯ 5 voedingsvezels
2 Welke groep voedingsstoffen hoort bij de beschrijving? Kies uit: eiwitten –
koolhydraten – mineralen – vetten – vitaminen – water.
• Vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof die onder de huid wordt opgeslagen:
vetten
• Bouwstof en vervoer van stoffen:
water
• Bouwstof en beschermende stof, bijvoorbeeld om goed te kunnen zien:
vitaminen
• Vooral bouwstof, ook brandstof en reservestof:
eiwitten
• Bouwstof en beschermende stof, bijvoorbeeld kalkzouten voor de opbouw van botten:
mineralen
• Vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof, bijvoorbeeld suikers en zetmeel:
koolhydraten
3 a • Vis bevat veel eiwitten / koolhydraten / mineralen / vitaminen / water.
• Komkommer bevat veel eiwitten / koolhydraten / mineralen / vetten /
vitaminen / water.
b De voedingsmiddelen in afbeelding 10 bevatten veel
eiwitten / koolhydraten / mineralen / vetten / vitaminen / voedingsvezels / water.
c Noteer drie voedingsmiddelen die veel vetten bevatten.
bijvoorbeeld avocado, boter, chips, halvarine, noten, olijfolie, slagroom,
snacks, vette vis, zonnebloemolie
d Noteer drie voedingsmiddelen die veel koolhydraten bevatten.
bijvoorbeeld aardappelen, brood en graanproducten, zoals pasta en rijst
1 Voedingsmiddelen en
Voeding en
vertering
In je voedsel zitten allerlei stoffen die je lichaam nodig heeft.
Voordat je lichaam deze stoffen kan gebruiken, moet het voedsel
worden verteerd. Voeding kan gezond of minder gezond zijn.
voedingsstoffen 56
2 Het verteringsstelsel 63
3 De organen voor vertering 69
4 Gezonde voeding 77
5 Voedselbederf 86
6 Voeding en vertering bij
zoogdieren 93
Samenhang
Flatulentie voor dummy’s 98
EXTRA STOF
7 Nadenken over eten 101
8 Productinformatie 104
ONDERZOEK
Leren onderzoeken 106
Practica 112
,
, BASISSTOF
1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
KENNIS
1 a • Alle producten die je eet en drinkt, zijn voedingsmiddelen / voedingsstoffen.
• Halvarine is een dierlijk / plantaardig voedingsmiddel.
• Roomboter is een dierlijk / plantaardig voedingsmiddel.
•
Voedingsmiddelen / voedingsstoffen zijn de bruikbare bestanddelen van
voedingsmiddelen / voedingsstoffen.
b Welk begrip hoort bij de beschrijving?
A een tekort hieraan kan ziekte veroorzaken ◯ ◯ 1 beschermende stoffen
B leveren energie ◯ ◯ 2 bouwstoffen
C nodig om cellen en weefsels op te bouwen ◯ ◯ 3 brandstoffen
D onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel ◯ ◯ 4 reservestoffen
E worden opgeslagen voor later gebruik ◯ ◯ 5 voedingsvezels
2 Welke groep voedingsstoffen hoort bij de beschrijving? Kies uit: eiwitten –
koolhydraten – mineralen – vetten – vitaminen – water.
• Vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof die onder de huid wordt opgeslagen:
vetten
• Bouwstof en vervoer van stoffen:
water
• Bouwstof en beschermende stof, bijvoorbeeld om goed te kunnen zien:
vitaminen
• Vooral bouwstof, ook brandstof en reservestof:
eiwitten
• Bouwstof en beschermende stof, bijvoorbeeld kalkzouten voor de opbouw van botten:
mineralen
• Vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof, bijvoorbeeld suikers en zetmeel:
koolhydraten
3 a • Vis bevat veel eiwitten / koolhydraten / mineralen / vitaminen / water.
• Komkommer bevat veel eiwitten / koolhydraten / mineralen / vetten /
vitaminen / water.
b De voedingsmiddelen in afbeelding 10 bevatten veel
eiwitten / koolhydraten / mineralen / vetten / vitaminen / voedingsvezels / water.
c Noteer drie voedingsmiddelen die veel vetten bevatten.
bijvoorbeeld avocado, boter, chips, halvarine, noten, olijfolie, slagroom,
snacks, vette vis, zonnebloemolie
d Noteer drie voedingsmiddelen die veel koolhydraten bevatten.
bijvoorbeeld aardappelen, brood en graanproducten, zoals pasta en rijst