Formuleren
Contaminatie
Je combineert hier twee woorden met elkaar, waardoor er een onbestaand woord of zinsdeel
ontstaat. Voorbeelden:
- Ongenadeloos (= ongenadig & genadeloos);
- Kost duur (= is duur & kost veel);
- Het laatste loodje leggen (= de laatste loodjes wegen het zwaarst & het loodje leggen).
Tautologie
Er wordt twee keer hetzelfde gezegd, met twee verschillende woorden. Voorbeelden:
- Vaste standaarduitdrukking (een standaarduitdrukking is al vast);
- ‘Vanzelfsprekend zal ik dat natuurlijk nakijken’ (natuurlijk heeft dezelfde betekenis als
vanzelfsprekend)’;
- ‘Misschien dat er wellicht nog iets aan te doen is’ (misschien en wellicht hebben dezelfde
betekenis).
Foutieve & slordige verwijswoorden
Verwijswoorden verwijzen naar het antecedent. Ze kunnen echter ook verkeerd gebruikt worden.
Drie soorten woorden:
1. Onzijdig (o) – dat, het, zijn;
2. Vrouwelijk (v) – haar, zij/ze;
3. Mannelijk (m) – hij, die.
Bijzonderheden:
- Wat gebruik je na de overtreffende trap (de beste, de slimste etc.);
- Hun mag je niet als onderwerp gebruiken;
- Namen van landen en steden zijn onzijdig (o);
- Weet je niet of je hun of hen moet gebruiken? Gebruik dan ze.
Het moet altijd duidelijk zijn waar een verwijswoord naar verwijst:
- Een verwijswoord mag niet verwijzen naar iets wat niet in de tekst staat;
- Het moet duidelijk zijn wat het antecedent is;
- Een verwijswoord mag niet naar slechts een deel van een woord verwijzen.
Het kan verwijzen naar:
- Voorafgaande zin, of belangrijkste woorden uit die zin. Voorbeeld – ‘Amsterdam is vannacht
erg onrustig geweest; ik heb het in de krant gelezen’;
- Zin die nog volgt. Voorbeeld – ‘Het is vervelend dat we daar niet heen zijn geweest’.
Hun gebruik je als:
- Meewerkend voorwerp, zonder ‘aan’ of ‘voor’ in de zin. Voorbeeld – ‘Vraag eens of hun ook
komen’.
Hen gebruik je als:
- Lijdend voorwerp (‘Ik zie hen al aankomen’), & na een voorzetsel (‘Die krijg je van hen’).