Ik heb gekozen voor een pre-teaching omdat de leerling hierdoor meer profiteert van de
groepsinstructie en het zelfvertrouwen toe neemt (Projectbureau Kwaliteit, z.j.). Dit komt omdat ze
de nieuwe stof al een keer gezien heeft en het dus niet totaal vreemd en te moeilijk om te volgen is.
B. V. vindt rekenen erg moeilijk. Het optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen tot 100 is nog
niet voldoende geautomatiseerd. Hierdoor heeft ze niet door dat haar antwoorden soms erg
onlogisch zijn. ze heeft moeite met het onthouden van stappen die ze moet nemen om tot het
antwoord te komen. Hierdoor heeft ze moeite met het cijferend optellen en aftrekken.
Stimulerende factoren:
B. V. kan een erg goede werkhouding hebben. Ze wil leren. Ze zet door als iets niet direct lukt. Ze
vindt het fijn om, met andere leerlingen, aan de instructietafel te werken.
Belemmerende factoren:
B. V. houdt van gezelligheid en kan snel afgeleid raken door haar omgeving. Ze vindt het lastig om
vragen te stellen.
B. V. heeft moeite met het kolomsgewijs optellen en aftrekken. In de methode is dit tot nu toe
aangeboden met getallen tot 999. Binnenkort gaat de methode ook met duizendtallen werken. Ik ga
haar hier op voor bereiden. Ik weet dat ze een beetje in paniek kan raken als er iets nieuws
geïntroduceerd wordt, ook als het achteraf helemaal niet zo moeilijk lijkt. Daarnaast ga ik ook
sommen met haar maken waarbij ze over het honderdtal, tiental of de eenheid heen moet rekenen
(bijvoorbeeld 325+196).
Om tot mijn doelen te komen doe ik eerst een stapje terug. Kijkend naar Kerndoel 30 (SLO, z.j.) zie ik
dat ze de decimale getalwaarde moet kennen. Ik controleer dus eerst of ze in een getal aan kan
geven wat de waarde van de cijfers is. Ik vraag haar te benoemen waar de cijfers in 139 voor staan en
teken vervolgens het HTE schema.
Hierna herhaal ik de stappen van het kolomsgewijs optellen. Ik geef de som 536+312. Waar begin je
mee? Terwijl ze de som uitrekent schrijf ik op welke stappen ze heeft genomen: eerst de
honderdtallen, daarna de tientallen en als laatste de eenheden. We herhalen de volgorde nog een
keer zodat de stappen weer goed in haar hoofd zitten.
Ik vraag hoe ze 1253+2316 op zou lossen. Waar begin je dan? Ik schrijf vervolgens de volgorde
opnieuw op. Eerst de duizendtallen, daarna de honderdtallen, daarna de tientallen en als laatste de
eenheden. Ik laat haar vervolgens de som uitrekenen waarbij ik let op de manier van opschrijven. Als
alles overzichtelijk wordt opgeschreven kan ze tot het goede antwoord komen( De Goeij, z.j.).
Als het rekenen met duizendtallen is gelukt ga ik over op het rekenen over het honderdtal, tiental en
eenheid. Ik vraag haar de som 256+365 op te lossen. Ik help haar door de ‘losse’ sommen die ze in
haar hoofd maakt op te schrijven. Dus, 200+300, 50+60 en 6+5.
Ik maak tijdens de instructie gebruik van het HTE en DHTE schema.
H T E D H T E
Zorgdossier (T-VT-WB-ZO-MI)