Samenvatting Pedagogiek II
Hoofdstuk 1: Samen opvoeden: Inleiding op het jeugddomein
Belangrijke begrippen
• Pedagogiek: de toegepaste wetenschap die in kaart brengt hoe het proces verloopt dat
zich tussen jeugdigen en volwassenen (ouders en andere opvoeders) afspeelt en dat
jeugdigen helpt en stimuleert om zich te ontwikkelen tot volwassenen die
verantwoordelijkheid kunnen nemen voor zichzelf en voor anderen.
• Doelgroep van de pedagogisch professional: de jeugdigen, hun ouders en het netwerk
waar de professional mee te maken heeft.
• Doelgebied van de pedagogisch professional: de opvoeding en ontwikkeling en alle
problemen die zich daarbij kunnen voordoen.
Waar komt het woord pedagoog vandaan?
Pedagoog is afgeleid van pais en ago of agein.
• Pais = kind, in de Griekse cultuur bedoelden ze hiermee de leeftijd tot 16 jaar
• Ago, agein = leiden of begeleiden.
• Pais ago = jeugdigen begeleiden op weg naar volwassenheid.
Definitie opvoeden volgens René Diekstra & Milou van Hintum
Opvoeden is de invloed die mensen, bedoeld of onbedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling van een
kind. Iedereen die dus invloed uitoefent op het kind is een opvoeder. Deze definitie wordt gezien
als een te gemakkelijke definitie omdat hierbij heel veel mensen opvoeder zouden zijn.
Opvoeden
• Opvoedingsrelaties: de relatie tussen ouders (of andere opvoeders) en het kind.
• Opvoedingsintenties: de intentie die ouders (of andere opvoeders) hebben om invloed
uit te oefenen op een kind en het besef om daar verantwoordelijkheid voor te nemen en
het kind zo te begeleiden op weg naar volwassenheid.
• Doel: volwassenwording, het kind begeleiden tot een bepaalde mate van volwassenheid,
het ‘leren’ op eigen benen te staan.
Opvoedingsdoelen
• Zelfstandigheid en autonomie: jeugdigen moeten later op eigen benen kunnen staan en
zijn niet afhankelijk van andere volwassenen.
• Persoonlijkheidsontwikkeling: jeugdigen moeten hun kwaliteiten en sterke kanten
kunnen ontdekken en moeten zich kunnen ontwikkelen tot volwassenen die voor zichzelf
kunnen opkomen (assertiviteit) en die rekening kunnen houden met anderen (sensitiviteit,
sociaal gedrag).
Uit onderzoek van De Roos en Bucx (2015) is gebleken dat de opvoeddoelen van ouders kunnen
verschillen. Dit heeft te maken met cultuur en levensomstandigheden. Ouders met een andere
migratieachtergrond leggen in hun opvoeding nadruk op andere accenten.
Wat kenmerkt een pedagogisch professional?
• Brede blik: pedagogisch professionals zien een kind in ontwikkeling en kijken als het ware
over de grenzen van verschillende ontwikkelingsstadia heen. Professionals stellen zichzelf
hierbij vragen als: ‘Hoe gaat dit kind zich ontwikkelen in een volgende fase? Wordt die
koppige peuter straks een onhandelbaar schoolkind en een rebelse puber, of zou dat mee
kunnen vallen? En wat is daarvoor nodig in de opvoeding van het kind?’
• Verticale blik: kijken naar de verschillende pedagogische milieus.
• Horizontale blik: over verschillende ontwikkelingsstadia heen kijken.
Naarmate jeugdigen ouder worden komen ze in andere pedagogische milieus terecht. In al deze
milieus wordt de jeugdige ook opgevoed. Het eerste milieu is het gezin, het tweede milieu is de
school, het derde milieu is alles wat daarbuiten valt en het vierde milieu is het virtuele milieu. In al
deze milieus doen jeugdigen ervaringen op en leren ze verschillende normen en waarden. Dit
proces wordt ook wel socialisatie genoemd. Dit is het totale leerproces waardoor jeugdigen zich
ontwikkelen tot volwaardige deelnemers aan de samenleving.
Hoofdstuk 1: Samen opvoeden: Inleiding op het jeugddomein
Belangrijke begrippen
• Pedagogiek: de toegepaste wetenschap die in kaart brengt hoe het proces verloopt dat
zich tussen jeugdigen en volwassenen (ouders en andere opvoeders) afspeelt en dat
jeugdigen helpt en stimuleert om zich te ontwikkelen tot volwassenen die
verantwoordelijkheid kunnen nemen voor zichzelf en voor anderen.
• Doelgroep van de pedagogisch professional: de jeugdigen, hun ouders en het netwerk
waar de professional mee te maken heeft.
• Doelgebied van de pedagogisch professional: de opvoeding en ontwikkeling en alle
problemen die zich daarbij kunnen voordoen.
Waar komt het woord pedagoog vandaan?
Pedagoog is afgeleid van pais en ago of agein.
• Pais = kind, in de Griekse cultuur bedoelden ze hiermee de leeftijd tot 16 jaar
• Ago, agein = leiden of begeleiden.
• Pais ago = jeugdigen begeleiden op weg naar volwassenheid.
Definitie opvoeden volgens René Diekstra & Milou van Hintum
Opvoeden is de invloed die mensen, bedoeld of onbedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling van een
kind. Iedereen die dus invloed uitoefent op het kind is een opvoeder. Deze definitie wordt gezien
als een te gemakkelijke definitie omdat hierbij heel veel mensen opvoeder zouden zijn.
Opvoeden
• Opvoedingsrelaties: de relatie tussen ouders (of andere opvoeders) en het kind.
• Opvoedingsintenties: de intentie die ouders (of andere opvoeders) hebben om invloed
uit te oefenen op een kind en het besef om daar verantwoordelijkheid voor te nemen en
het kind zo te begeleiden op weg naar volwassenheid.
• Doel: volwassenwording, het kind begeleiden tot een bepaalde mate van volwassenheid,
het ‘leren’ op eigen benen te staan.
Opvoedingsdoelen
• Zelfstandigheid en autonomie: jeugdigen moeten later op eigen benen kunnen staan en
zijn niet afhankelijk van andere volwassenen.
• Persoonlijkheidsontwikkeling: jeugdigen moeten hun kwaliteiten en sterke kanten
kunnen ontdekken en moeten zich kunnen ontwikkelen tot volwassenen die voor zichzelf
kunnen opkomen (assertiviteit) en die rekening kunnen houden met anderen (sensitiviteit,
sociaal gedrag).
Uit onderzoek van De Roos en Bucx (2015) is gebleken dat de opvoeddoelen van ouders kunnen
verschillen. Dit heeft te maken met cultuur en levensomstandigheden. Ouders met een andere
migratieachtergrond leggen in hun opvoeding nadruk op andere accenten.
Wat kenmerkt een pedagogisch professional?
• Brede blik: pedagogisch professionals zien een kind in ontwikkeling en kijken als het ware
over de grenzen van verschillende ontwikkelingsstadia heen. Professionals stellen zichzelf
hierbij vragen als: ‘Hoe gaat dit kind zich ontwikkelen in een volgende fase? Wordt die
koppige peuter straks een onhandelbaar schoolkind en een rebelse puber, of zou dat mee
kunnen vallen? En wat is daarvoor nodig in de opvoeding van het kind?’
• Verticale blik: kijken naar de verschillende pedagogische milieus.
• Horizontale blik: over verschillende ontwikkelingsstadia heen kijken.
Naarmate jeugdigen ouder worden komen ze in andere pedagogische milieus terecht. In al deze
milieus wordt de jeugdige ook opgevoed. Het eerste milieu is het gezin, het tweede milieu is de
school, het derde milieu is alles wat daarbuiten valt en het vierde milieu is het virtuele milieu. In al
deze milieus doen jeugdigen ervaringen op en leren ze verschillende normen en waarden. Dit
proces wordt ook wel socialisatie genoemd. Dit is het totale leerproces waardoor jeugdigen zich
ontwikkelen tot volwaardige deelnemers aan de samenleving.