samenvatting toelatingstoets: Klinische
Psychologie, Statistiek,
Persoonlijkheidspsychologie en Arbeid-
en Organisatiepsycholoog
Inleiding:
In deze samenvatting is alles samengevat wat je moet leren/weten voor de selectietoets psychologie
voor de Erasmus Universiteit Rotterdam (alle vier de kennisclips en de bijbehorende links).
Alles staat op chronologische volgorde en is ondersteund met plaatjes en/of voorbeelden. Met deze
samenvatting viel het tentamen heel goed te maken.
Begrippen heb ik aangeduid met de kleur blauw, belangrijke personen met de kleur groen.
Inhoudsopgave:
Blok 1: Klinische psychologie………………………………………………………………………2
Blok 2: Statistiek…………………………………………………………………………………………5
Blok 3: Persoonlijkheidspsychologie……………………………………………………………6
Blok 4: Arbeids- en Organisatiepsychologie………………………………………………..8
1
, Blok 1: Klinische Psychologie
Normaal of Abnormaal gedrag
Continium model of behavior= een schaal waarop normaal of abnormaal ligt.
Normaal Abnormaal
Hoe bepaal je of gedrag normaal of abnormaal is?
- Dit is moeilijk te bepalen omdat er niet één type gedrag normaal of abnormaal is.
Wel zijn er 4 D’s, die indicatoren zijn voor abnormaliteit.
1. Deviance (afwijkend)= als iets statistisch zeldzaam en/of ongewild is beschouwen
we sneller iets als abnormaal. Hiervoor zijn statistische en sociale normen belangrijk.
Zo is foutparkeren bijvoorbeeld niet abnormaal, omdat iedereen dit wel eens
gedaan heeft.
2. Distress (angst)= gedrag/gevoelens die zorgen voor emotionele pijn. Een belangrijk
criterium voor deze D is niet per se nodig. Distress is erg subjectief en niet sufficient.
3. Dysfunction (disfunctie)= gedrag en gevoelens die bemiddelen met het functioneren
van een persoon. Dysfuntion is willekeurig en subjectief.
4. Dangerousness (gevaarlijkheid)= gedrag en gevoelens die gevaarlijk voor iemand
zelf of anderen kunnen zijn.
Meer criteria:
1. Irrationaliteit of onvoorspelbaarheid= bijvoorbeeld als iemand in de bus uit het
niets schreeuwt.
2. Misperceptie van de realiteit
3. Sociale discomfort= bijvoorbeeld als de hele bioscoop leeg is en een onbekende gaat
naast je zitten.
4. Maladaptiveness wordt als abnormaal gezien= als je je niet kan aanpassen aan je
omgeving en je dagelijks leven wordt verstoord.
- De criteria verschillen per stoornis. Elke criteria is op zichzelf niet necessary (per se
nodig) of sufficient (genoeg).
Not sufficient= niet iedereen die het meemaakt/voelt heeft een stoornis.
Not necessary= niet iedereen met de stoornis heeft er last van.
- Er is geen gedrag wat iemand abnormaal maakt
- Iets wordt snel als abnormaal gezien als het afwijkt van het maatschappelijke ideaal
of statistisch afwijkt
- Beslissingen over abnormaal gedrag worden altijd gebaseerd op sociale oordelen en
gebaseerd op verwachtingen van de maatschappij.
2