Paragraaf 1
● Unieke ligging
- ongeveer 4500 km lang.
- gemiddeld 170 km breed
- seizoenen omgekeerd:
winter; juni tot met augustus, zomer: december tot en met februari
De seizoenen zijn anders dan hier, omdat Chili op het zuidelijk halfrond ligt.
- warme lucht komt uit het noorden
Chili heeft verschillende klimaten door de uitgestrektheid van het land.
- Noorden = kurkdroog, woestijnklimaat
- Zuiden = koud en nat (gematigd zeeklimaat)
- Santiago (hoofdstad) = mediterraan klimaat / middellandse zeeklimaat, warme
droge zomers en milde winters met regen.
- Andes = hooggebergte klimaat
● Droogte in Chili
- Extreem droog in het noorden
de extreme droogte wordt bepaald door 3 factoren:
1. Het subtropische gebied van hoge luchtdruk boven de Grote Oceaan,
Op 0 graden heb je de loodrechte instraling van de zon, daardoor krijg je veel verdamping
en stijgende lucht. Stijgende lucht zorgt voor een lage druk gebied. Die stijgende lucht gaat
naar het zuidelijk halfrond. Die vochtige lucht koelt af en gaat dan dalen. Je krijgt dan een
hogedrukgebied. Een hogedrukgebied zorgt voor droog en helder weer
gevolg:
- tussen de 25 graden en 45 graden, krijg je het subtropisch maximum.
- dalende lucht warmt op, kan meer waterdamp bevatten,bewolking lost op, je krijgt
dus geen neerslag
2. de Humboldtstroom
- koude zeestroom
Doordat die zeestroom koud is, kan de lucht daarboven minder water bevatten, hierdoor krijg
je weinig verdamping. Weinig verdamping = weinig neerslag.
3. het andesgebergte
- houd oceaanlucht tegen. Door het gebergte gaat de lucht stijgen. Zo ontstaat
stuwingsregen aan de oostkant van het andes, terwijl Chili in de regenschaduw staat.
● Unieke ligging
- ongeveer 4500 km lang.
- gemiddeld 170 km breed
- seizoenen omgekeerd:
winter; juni tot met augustus, zomer: december tot en met februari
De seizoenen zijn anders dan hier, omdat Chili op het zuidelijk halfrond ligt.
- warme lucht komt uit het noorden
Chili heeft verschillende klimaten door de uitgestrektheid van het land.
- Noorden = kurkdroog, woestijnklimaat
- Zuiden = koud en nat (gematigd zeeklimaat)
- Santiago (hoofdstad) = mediterraan klimaat / middellandse zeeklimaat, warme
droge zomers en milde winters met regen.
- Andes = hooggebergte klimaat
● Droogte in Chili
- Extreem droog in het noorden
de extreme droogte wordt bepaald door 3 factoren:
1. Het subtropische gebied van hoge luchtdruk boven de Grote Oceaan,
Op 0 graden heb je de loodrechte instraling van de zon, daardoor krijg je veel verdamping
en stijgende lucht. Stijgende lucht zorgt voor een lage druk gebied. Die stijgende lucht gaat
naar het zuidelijk halfrond. Die vochtige lucht koelt af en gaat dan dalen. Je krijgt dan een
hogedrukgebied. Een hogedrukgebied zorgt voor droog en helder weer
gevolg:
- tussen de 25 graden en 45 graden, krijg je het subtropisch maximum.
- dalende lucht warmt op, kan meer waterdamp bevatten,bewolking lost op, je krijgt
dus geen neerslag
2. de Humboldtstroom
- koude zeestroom
Doordat die zeestroom koud is, kan de lucht daarboven minder water bevatten, hierdoor krijg
je weinig verdamping. Weinig verdamping = weinig neerslag.
3. het andesgebergte
- houd oceaanlucht tegen. Door het gebergte gaat de lucht stijgen. Zo ontstaat
stuwingsregen aan de oostkant van het andes, terwijl Chili in de regenschaduw staat.