Samenvatting jeugdbescherming
& strafrecht
Boek jeugdrecht begrepen
Inhoud
H11 Jeugdrecht begrepen – inleiding strafrecht.....................................................................................2
H12 Jeugdrecht begrepen – materieel strafrecht...................................................................................4
H13 Jeugdrecht begrepen – Strafproces algemeen................................................................................6
H14 Jeugdrecht begrepen – Van strafbaar feit tot veroordeling.............................................................8
, H11 Jeugdrecht begrepen – inleiding strafrecht
Strafrecht:
- Materieel: verboden gedragingen
- Formeel: op welke wijze strafbare feiten en verdachten mogen worden opgespoord en wat er
gebeurt met verdachten als de politie hen eenmaal gevonden heeft
Dus: Materieel strafrecht beschrijft welke gedragingen strafbaar zijn en het formeel strafrecht
beschrijft op welke wijze het materieel strafrecht gehandhaafd mag worden.
Omdat het strafrecht erg ingrijpend kan zijn op het leven van mensen, zal er wel garantie moeten zijn
dat de overheid op de goede manier hiermee omgaat. Garantie geboden door legaliteitsbeginsel.
Dit legaliteitsbeginsel bevat 3 elementen:
1. Wet: strafbepaling is alleen geldig wanneer zijn is opgenomen in een wet.
2. Niet achteraf: iemand kan alleen gestraft worden wanneer het gedrag al strafbaar was op het
moment van de daad.
3. Geen gewoonte: Gedrag kan alleen strafbaar worden gesteld in een wet. Strafbaarstelling op
basis van gewoonte is niet mogelijk. En ook analogie (de betekenis van een strafbepaling
wordt uitgebreid, er worden andere dingen ook ineens onder gezet.) is verboden.
Criminogene factoren:
- Kenmerken of omstandigheden die kunnen bijdragen aan het plegen van delicten, risicofactoren
die herhaling van delict gedrag kunnen vergoten
- Risicofactoren voor crimineel gedrag en voor recidive
Ernstige ne misdadige jeugdcriminaliteit kent niet één enkel oorzaak maar treedt op bij blootstelling
aan meerdere criminogene factoren op meerder…..
Criminele factoren:
- Algemeen versus specifieke criminogene factoren
- Statische versus dynamische criminogene factoren
Niet elke criminogene factor heeft even sterke bijdrage aan de kans op recidive
1. Delict geschiedenis: Recidive kant neemt toe bij een hoger aantal gepleegde delicten en
bij hoger aantal opgelegde veroordelingen
2. Huidige/laatste delict: Type en zwaarte van het laatste delict speelt een grote rol.
Inbreek heeft bijvoorbeeld een grotere kans op recidive dan een seksueel delict. Delict
scenario ook van belang voor begeleiding van jongeren.
3. Huisvesting/wonen: geen vaste woonruimte, vaak wisselen van woonruimte of wonen in
een omgeving die aanleiding geeft voor crimineel gerag, geeft een grotere kans op
recidive. Dit is één van de meest dynamisch te beïnvloeden leefgebieden van de
jongeren.
4. Opleiding, werk en leren: schoolproblemen zijn voorspeller van later crimineel gedrag
(spijbelen, slecht functioneren zinvolle dagbesteding, houding, slechte resultaten)
& strafrecht
Boek jeugdrecht begrepen
Inhoud
H11 Jeugdrecht begrepen – inleiding strafrecht.....................................................................................2
H12 Jeugdrecht begrepen – materieel strafrecht...................................................................................4
H13 Jeugdrecht begrepen – Strafproces algemeen................................................................................6
H14 Jeugdrecht begrepen – Van strafbaar feit tot veroordeling.............................................................8
, H11 Jeugdrecht begrepen – inleiding strafrecht
Strafrecht:
- Materieel: verboden gedragingen
- Formeel: op welke wijze strafbare feiten en verdachten mogen worden opgespoord en wat er
gebeurt met verdachten als de politie hen eenmaal gevonden heeft
Dus: Materieel strafrecht beschrijft welke gedragingen strafbaar zijn en het formeel strafrecht
beschrijft op welke wijze het materieel strafrecht gehandhaafd mag worden.
Omdat het strafrecht erg ingrijpend kan zijn op het leven van mensen, zal er wel garantie moeten zijn
dat de overheid op de goede manier hiermee omgaat. Garantie geboden door legaliteitsbeginsel.
Dit legaliteitsbeginsel bevat 3 elementen:
1. Wet: strafbepaling is alleen geldig wanneer zijn is opgenomen in een wet.
2. Niet achteraf: iemand kan alleen gestraft worden wanneer het gedrag al strafbaar was op het
moment van de daad.
3. Geen gewoonte: Gedrag kan alleen strafbaar worden gesteld in een wet. Strafbaarstelling op
basis van gewoonte is niet mogelijk. En ook analogie (de betekenis van een strafbepaling
wordt uitgebreid, er worden andere dingen ook ineens onder gezet.) is verboden.
Criminogene factoren:
- Kenmerken of omstandigheden die kunnen bijdragen aan het plegen van delicten, risicofactoren
die herhaling van delict gedrag kunnen vergoten
- Risicofactoren voor crimineel gedrag en voor recidive
Ernstige ne misdadige jeugdcriminaliteit kent niet één enkel oorzaak maar treedt op bij blootstelling
aan meerdere criminogene factoren op meerder…..
Criminele factoren:
- Algemeen versus specifieke criminogene factoren
- Statische versus dynamische criminogene factoren
Niet elke criminogene factor heeft even sterke bijdrage aan de kans op recidive
1. Delict geschiedenis: Recidive kant neemt toe bij een hoger aantal gepleegde delicten en
bij hoger aantal opgelegde veroordelingen
2. Huidige/laatste delict: Type en zwaarte van het laatste delict speelt een grote rol.
Inbreek heeft bijvoorbeeld een grotere kans op recidive dan een seksueel delict. Delict
scenario ook van belang voor begeleiding van jongeren.
3. Huisvesting/wonen: geen vaste woonruimte, vaak wisselen van woonruimte of wonen in
een omgeving die aanleiding geeft voor crimineel gerag, geeft een grotere kans op
recidive. Dit is één van de meest dynamisch te beïnvloeden leefgebieden van de
jongeren.
4. Opleiding, werk en leren: schoolproblemen zijn voorspeller van later crimineel gedrag
(spijbelen, slecht functioneren zinvolle dagbesteding, houding, slechte resultaten)