TENTAMEN VWO 5
2020-2021
Periode 2
Januari 2021
50 minuten
Bij dit tentamen horen bronnen en kaarten. Deze zijn te vinden
aansluitend aan de opgaves.
Dit tentamen bestaat uit 13 vragen.
Voor dit tentamen zijn maximaal 28 punten te behalen.
Bij elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord
behaald kunnen worden.
Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt,
worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze
verklaring, uitleg of berekening ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden
gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft
, meer dan twee redenen, dan worden alleen de eerste twee in de
beoordeling meegeteld.
Theorie
B 2p 1 Ons wereldklimaatsysteem is een complex systeem dat door menselijke of
natuurlijke oorzaken kan veranderen.
Geef aan welke vier factoren grote invloed hebben op het
wereldklimaatsysteem.
A de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer
B de aanwezigheid van gebergtes
C de afwisseling van hogedrukgebieden en lagedrukgebieden
D de stralingsdichtheid van de invallende zonnestraling
E de werking van de afzinkgebieden in de oceanen
T 2p 2 Door het warmer wordende wereldklimaat gaan veel klimaten op aarde
veranderen.
Kies de drie juiste klimaatveranderingen.
A Het Af-klimaat wordt natter.
B Het Aw-klimaat wordt in de winter natter en in de zomer droger.
C Het BS-klimaat wordt droger.
D Het Cs-klimaat wordt in de zomer droger en in de winter natter.
E In het BS-klimaat neemt de neerslagvariabiliteit af.
B 2p 3 Boringen in ijskappen kunnen aanwijzingen geven over
temperatuurveranderingen in de atmosfeer in het verre verleden.
Leg uit welke rol de verhouding tussen de zuurstofisotopen 16O en 18O bij
onderzoek van ijskernen speelt.
Geef ook aan hoe met behulp van ijskernen informatie verkregen kan worden
over de concentratie van CO2 in het verleden.
B 2p 4 Bij klimaatonderzoek zijn er altijd onzekerheidsmarges.
Kies de twee factoren die geen invloed hebben op de betrouwbaarheid van
klimaatuitspraken over verleden en toekomst.
A de exactheid van de door klimaatonderzoekers gebruikte technieken
B de meetdichtheid
C de tijdsduur
D kennis over actieve klimaatverandering met behulp van paleomagnetisme
E kennis over de ouderdom van afzettingen door pollenonderzoek
2020-2021
Periode 2
Januari 2021
50 minuten
Bij dit tentamen horen bronnen en kaarten. Deze zijn te vinden
aansluitend aan de opgaves.
Dit tentamen bestaat uit 13 vragen.
Voor dit tentamen zijn maximaal 28 punten te behalen.
Bij elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord
behaald kunnen worden.
Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt,
worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze
verklaring, uitleg of berekening ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden
gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft
, meer dan twee redenen, dan worden alleen de eerste twee in de
beoordeling meegeteld.
Theorie
B 2p 1 Ons wereldklimaatsysteem is een complex systeem dat door menselijke of
natuurlijke oorzaken kan veranderen.
Geef aan welke vier factoren grote invloed hebben op het
wereldklimaatsysteem.
A de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer
B de aanwezigheid van gebergtes
C de afwisseling van hogedrukgebieden en lagedrukgebieden
D de stralingsdichtheid van de invallende zonnestraling
E de werking van de afzinkgebieden in de oceanen
T 2p 2 Door het warmer wordende wereldklimaat gaan veel klimaten op aarde
veranderen.
Kies de drie juiste klimaatveranderingen.
A Het Af-klimaat wordt natter.
B Het Aw-klimaat wordt in de winter natter en in de zomer droger.
C Het BS-klimaat wordt droger.
D Het Cs-klimaat wordt in de zomer droger en in de winter natter.
E In het BS-klimaat neemt de neerslagvariabiliteit af.
B 2p 3 Boringen in ijskappen kunnen aanwijzingen geven over
temperatuurveranderingen in de atmosfeer in het verre verleden.
Leg uit welke rol de verhouding tussen de zuurstofisotopen 16O en 18O bij
onderzoek van ijskernen speelt.
Geef ook aan hoe met behulp van ijskernen informatie verkregen kan worden
over de concentratie van CO2 in het verleden.
B 2p 4 Bij klimaatonderzoek zijn er altijd onzekerheidsmarges.
Kies de twee factoren die geen invloed hebben op de betrouwbaarheid van
klimaatuitspraken over verleden en toekomst.
A de exactheid van de door klimaatonderzoekers gebruikte technieken
B de meetdichtheid
C de tijdsduur
D kennis over actieve klimaatverandering met behulp van paleomagnetisme
E kennis over de ouderdom van afzettingen door pollenonderzoek