Naam docent
11 november 2022
Goederenrecht
Samenvatting
THEORIE - WEEK 1
Leerdoel 1: De student herkent de basisbegrippen vermogensrechten, zaken, (natuurlijke en
burgerlijke) vruchten, registergoederen en goede trouw in een casus.
Leerdoel 2: De student herkent de verschillen en overeenkomsten tussen absolute en relatieve
rechten.
Leerdoel 3: De student duidt de beginselen van het goederenrecht binnen een casus.
Leerdoel 1: De student herkent de basisbegrippen vermogensrechten, zaken, (natuurlijke
en burgerlijke) vruchten, registergoederen en goede trouw in een casus.
Het vermogensrecht; Rechten (dus niet tastbaar) die je kunt verkopen of die nancieel
voordeel kunnen opleveren.
Art. 3:6 BW
Rechten die
a) overdraagbaar zijn, of
b) doel hebben om stoffelijk voordeel te verschaffen, of
c) verkregen zijn in ruil voor stoffelijk voordeel
Zaken; stoffelijke (materiële) objecten waar de mens controle over kan uitoefenen. Je kunt het
beheersen als menszijn. Bijv. Woning is een zaak.
Art. 3:2 BW
- Het is voor menselijke beheersing vatbaar, en
- Het is een stoffelijk object
Onroerende zaken; Grond, nog niet gewonnen delfstoffen, met de grond verenigde
beplantingen en gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Bijv.
Een woning.
Roerende zaken: Alle zaken die niet onroerend zijn. Bijvoorbeeld auto’s, boeken,
etsen.
SAMENVATTING 1
, Registergoederen; Goederen die voor een overdracht of vestigen ingeschreven moeten
worden in een openbaar register. (alle onroerende zaken zijn registergoederen)
Art. 3:10 BW
- Goederen.
- Die voor een overdracht of vestiging ingeschreven moeten worden in een openbaar register.
Natuurlijke en burgerlijke vruchten; Art. 3:9 BW
- Natuurlijke vruchten, lid 1; Zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van
andere zaken worden aangemerkt.
- Burgerlijke vruchten, lid 2; Rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van
goederen worden aangemerkt. Bijvoorbeeld rente.
Bestanddeel; Art. 3:4 BW
- Naar verkeersopvatting, lid 1; Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een
zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak.
- OF;
- Zodanig verbonden, lid 2; Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt
dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis wordt
toegebracht aan een der zaken, wordt bestanddeel van die zaak.
Wanneer is een zaak een bestanddeel (=onderdeel) van een grote geheel (=hoofdzaak)?
A) Als het een heersende maatschappelijke mening is Bijv. Meerderheid vindt dat de zadel bij
een ets hoort; of
B) Als het bestanddeel (=onderdeel) niet van de hoofdzaak kan worden afgescheiden zonder
schade toe te brengen. Bijvoorbeeld. Accu uit auto halen, dan kan de auto niet meer
rijden.
In wettenbundel arceren:
- Art. 3:1 BW: Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
- Art 3:6 BW
SAMENVATTING 2
11 november 2022
Goederenrecht
Samenvatting
THEORIE - WEEK 1
Leerdoel 1: De student herkent de basisbegrippen vermogensrechten, zaken, (natuurlijke en
burgerlijke) vruchten, registergoederen en goede trouw in een casus.
Leerdoel 2: De student herkent de verschillen en overeenkomsten tussen absolute en relatieve
rechten.
Leerdoel 3: De student duidt de beginselen van het goederenrecht binnen een casus.
Leerdoel 1: De student herkent de basisbegrippen vermogensrechten, zaken, (natuurlijke
en burgerlijke) vruchten, registergoederen en goede trouw in een casus.
Het vermogensrecht; Rechten (dus niet tastbaar) die je kunt verkopen of die nancieel
voordeel kunnen opleveren.
Art. 3:6 BW
Rechten die
a) overdraagbaar zijn, of
b) doel hebben om stoffelijk voordeel te verschaffen, of
c) verkregen zijn in ruil voor stoffelijk voordeel
Zaken; stoffelijke (materiële) objecten waar de mens controle over kan uitoefenen. Je kunt het
beheersen als menszijn. Bijv. Woning is een zaak.
Art. 3:2 BW
- Het is voor menselijke beheersing vatbaar, en
- Het is een stoffelijk object
Onroerende zaken; Grond, nog niet gewonnen delfstoffen, met de grond verenigde
beplantingen en gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Bijv.
Een woning.
Roerende zaken: Alle zaken die niet onroerend zijn. Bijvoorbeeld auto’s, boeken,
etsen.
SAMENVATTING 1
, Registergoederen; Goederen die voor een overdracht of vestigen ingeschreven moeten
worden in een openbaar register. (alle onroerende zaken zijn registergoederen)
Art. 3:10 BW
- Goederen.
- Die voor een overdracht of vestiging ingeschreven moeten worden in een openbaar register.
Natuurlijke en burgerlijke vruchten; Art. 3:9 BW
- Natuurlijke vruchten, lid 1; Zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van
andere zaken worden aangemerkt.
- Burgerlijke vruchten, lid 2; Rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van
goederen worden aangemerkt. Bijvoorbeeld rente.
Bestanddeel; Art. 3:4 BW
- Naar verkeersopvatting, lid 1; Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een
zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak.
- OF;
- Zodanig verbonden, lid 2; Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt
dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis wordt
toegebracht aan een der zaken, wordt bestanddeel van die zaak.
Wanneer is een zaak een bestanddeel (=onderdeel) van een grote geheel (=hoofdzaak)?
A) Als het een heersende maatschappelijke mening is Bijv. Meerderheid vindt dat de zadel bij
een ets hoort; of
B) Als het bestanddeel (=onderdeel) niet van de hoofdzaak kan worden afgescheiden zonder
schade toe te brengen. Bijvoorbeeld. Accu uit auto halen, dan kan de auto niet meer
rijden.
In wettenbundel arceren:
- Art. 3:1 BW: Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
- Art 3:6 BW
SAMENVATTING 2