You are able to describe and explain causal factors determining preferences for food.
Genetic predispositions: (genetische aanleg)
Interactie met de omgeving.
- Aanleg om voorkeur te hebben voor zoet en zout eten, en weigeren van zuur en bittere
smaken.
- Aanleg om bang te zijn om nieuwe smaken te proberen (neofobie). Voorkeur om meer
bekende dingen te leren eten (familiarity)
- Aanleg om voedsel in associatie met de context en consequenties te leren.
- Wat de moeder eet tijdens de zwangerschap en borstvoeding kan invloed hebben op smaak
voorkeur.
- Sociale factoren: goedkeuring van anderen of de perceptie dat anderen het lekker vinden,
kan de voorkeur vergroten.
You are able to give advice on how to increase and decrease liking and preferences for
specific foods.
- Wanneer kinderen het voedsel krijgen als beloning voor goed gedrag, wordt de voorkeur
hoger. Maar dit is raar om te doen.
- If-then reward: maar wanneer het kind een beloning krijgt voor het eten van gezond voedsel,
gaat de voorkeur omlaag.
o Overjustification: als ze me hier een beloning voor moeten geven, dan zal het wel vies
zijn.
o Negative-affect association:
Meer drinken dan nodig is, terwijl je geen dorst hebt, om de reward te krijgen.
Druk van de ouders een negatieve invloed.
Wanneer de kinderen de autonomie houden, werkt dit beter: bijv. met een geldmunt.
- Kinderen beperken van ongezond voedsel werkt ook niet: hierdoor wordt het ongezonde eten
alleen maar meer aantrekkelijk.
- Mere exposure:
Wanneer kinderen 7-10 keer worden blootgesteld aan groenten, verhoogt dit de “liking” en de
consumptie.
Kind moet het echt proeven: kijken/ruiken werkt niet.
, - Positieve emotionele omgeving creëren.
- Het voedsel beschrijven als lekker. Koppel het aan positieve namen en verhalen.
- Sociale factoren: leeftijdsgenoten als rolmodel.
Wanneer ouders “jammie” zeggen, werkt dit niet.
Week 2: Digust
You are able to explain why disgust is considered a food-based emotion, and how disgust
influences eating behavior.
Disgust is duidelijk een sensorische basis affect. En daarbij een sociaal geconstructrueerde morele
emotie.
Het geeft emoties die je beschermen tegen infectieuze ziekten en het kan maladaptive behavior.
Functional behaviors: withdrawal or ridding the body of an undesirable substance.
3 motives:
- Distaste: undesirable sensory properties of a substance
- Anticipated consequences: wat we hebben geleerd over de negatieve effecten van het eten van
bepaalde dingen.
- Conceptueel: wat we weten van de oorsprong van het eten.
Ons lichaam is ‘preadaptive’: het wil ons beschermen voor gevaar, en het is nodig om te overleven.
Disgust is a powerful emotion that determines what food is. Is it edible or inedible.
Digust: (fear of incorporation, contamination, animal remiders):
Has an influence on:
- Food type
- Food preparation
- When we eat
- How we eat
- Who we eat.
You are able to explain how knowledge on disgust can be used to change eating behavior.
Een enkele positieve ervaring met verwerkte insect producten kan de bereidheid van mensen laten
toenemen voor onverwerkte insecten.