SBI standaard bedrijfsindeling
CRAAP currency relevnace authority acceptance purpose
Data niet hetzelfde als informatie, je moet data verwerken om er informatie van te maken
Domeinspecifiek niveau gaat over de productgroep b.v. levensmiddelen of kleding of een domein
b.v. horecabezoek of sporten. Denk aan:
Koop- en gebruiksfrequentie: light/medium/heavy users
Betrokkenheid bij het product: hoog/laag. B.v. autofans
Gewenste producteigenschappen. B.v. tandpasta: whitening (jong / rokers) vs natuurlijke
ingrediënten (veganisten) vs gevoelig tandvlees (ouderen)
Op merkspecifiek niveau kun je klanten segmenteren op basis van kennis,
Attitude (houding) en gedrag t.a.v. een bepaald merk of bepaalde merken. Denk aan:
Merkbekendheid (brand awareness)
Merkattitude
Koopgedrag
Merktrouw (brand loyals)
Merkwisselaars (brand switchers)
Nieuwe gebruikers
Niet gebruikers
7 P´s: People, Price, Place, Proces, Product, Promotion, Physical evidence, (Purple cow)
Demografische segmentatie, psychografische segmentatie, geografische segmentatie,
gedragssegmentatie
Veleden/heden: 1, descriptive (what happened) 3. diagnostic (why did it happen)
Toekomst: 3. predictive (what will happen) 4. prescriptive (why will it happen)
CRM-systeem: een softwarepakket voor het beheren van klantgegevens en de interacties met
klanten.
Drie soorten klantendata:
Basisgegevens (klantnummer, e-mailadres, naam, geslacht, opt-in)
Profielgegevens (geboortedatum, interesses, opleiding)
Gedragsgegevens (gekochte producten, respons op acties, shares en likes, aantal klachten)
Bestuurlijk proces
Primair proces
Ondersteunend proces
, Bestuurlijk proces geeft sturing aan primair proces, primair proces geeft informatie aan het
bestuurlijk proces.
Primair proces geeft informatie aan het ondersteunend proces en het ondersteunend proces geeft
ondersteuning aan het primair proces.
4 onderdelen van een processtap:
Input (leverancier)
Stuurinformatie (afspraken, voorschriften)
(Hulp)middelen (mensen, machines, materialen)
Output (klant)
Intellectuele middelen bestaan o.a. uit:
Eigendomsrechten
Patenten
Auteursrechten (Copyrights)
Handelsmerken (Trademarks)
Klantinformatie/ data
Er zijn tal van manieren, voor kleine starten de ondernemers zijn in eerste instantie vaak
aangewezen op de 3F’en: Family, Friends en Fools (fans)
Motivatietheorie:
Organisaties staan voortdurend voor de uitdaging om het beste in hun werknemers naar
boven te halen om zo een competitieve speler op de markt te kunnen zijn
De motivatie van werknemers kan hierbij een cruciale rol spelen
Klassieke Organisatietheorie (1880-1930): De klassieke organisatietheorie is een reactie op
de industriële revolutie. Er werd op steeds grotere schaal geproduceerd. Organisaties
werden groter met alle uitdagingen van dien. En er heerste een klassenstrijd tussen de
kapitaalkrachtigen en de arbeiders. Fabriekseigenaren waren op zoek naar mogelijkheden
om de efficiency te verhogen en de 'onkundige en onwelwillende arbeider' strak aan te
sturen.
SCIENTIFIC MANAGEMENT (Taylor); in het Scientific Management van Taylor staat
taakspecialisatie centraal. Elke taak moet worden opgesplitst in elementaire handelingen die
met behulp van tijd- en bewegingsstudies zo efficiënt mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
De onwetende en vaak onwillige werknemer moet dan met behulp van beloningen en
straffen tot het juiste gedrag gestimuleerd worden.
Human Relations Stroming (1930-1950): Vanaf 1930 ontstond als tegenreactie op het
scientific management de human-relationsbeweging. Bij human-relations richt de aandacht
zich juist op de menselijke kant van de inzet van mensen. Waardoor nieuwe opvattingen
ontstonden over het functioneren en aansturen van organisaties. De Human-
relationsbeweging stelt dat organisaties alleen goed kunnen functioneren als medewerkers
intrinsiek gemotiveerd zijn.
BEHOEFTEPIRAMIDE VAN MASLOW; Maslow beschrijft in zijn theorie 5 universele
behoeften van de mens en brengt hiërarchie aan in deze behoeften. De mens gaat eerst op
zoek naar eten & drinken voordat het op zoek gaat naar sociale erkenning. Door als manager
CRAAP currency relevnace authority acceptance purpose
Data niet hetzelfde als informatie, je moet data verwerken om er informatie van te maken
Domeinspecifiek niveau gaat over de productgroep b.v. levensmiddelen of kleding of een domein
b.v. horecabezoek of sporten. Denk aan:
Koop- en gebruiksfrequentie: light/medium/heavy users
Betrokkenheid bij het product: hoog/laag. B.v. autofans
Gewenste producteigenschappen. B.v. tandpasta: whitening (jong / rokers) vs natuurlijke
ingrediënten (veganisten) vs gevoelig tandvlees (ouderen)
Op merkspecifiek niveau kun je klanten segmenteren op basis van kennis,
Attitude (houding) en gedrag t.a.v. een bepaald merk of bepaalde merken. Denk aan:
Merkbekendheid (brand awareness)
Merkattitude
Koopgedrag
Merktrouw (brand loyals)
Merkwisselaars (brand switchers)
Nieuwe gebruikers
Niet gebruikers
7 P´s: People, Price, Place, Proces, Product, Promotion, Physical evidence, (Purple cow)
Demografische segmentatie, psychografische segmentatie, geografische segmentatie,
gedragssegmentatie
Veleden/heden: 1, descriptive (what happened) 3. diagnostic (why did it happen)
Toekomst: 3. predictive (what will happen) 4. prescriptive (why will it happen)
CRM-systeem: een softwarepakket voor het beheren van klantgegevens en de interacties met
klanten.
Drie soorten klantendata:
Basisgegevens (klantnummer, e-mailadres, naam, geslacht, opt-in)
Profielgegevens (geboortedatum, interesses, opleiding)
Gedragsgegevens (gekochte producten, respons op acties, shares en likes, aantal klachten)
Bestuurlijk proces
Primair proces
Ondersteunend proces
, Bestuurlijk proces geeft sturing aan primair proces, primair proces geeft informatie aan het
bestuurlijk proces.
Primair proces geeft informatie aan het ondersteunend proces en het ondersteunend proces geeft
ondersteuning aan het primair proces.
4 onderdelen van een processtap:
Input (leverancier)
Stuurinformatie (afspraken, voorschriften)
(Hulp)middelen (mensen, machines, materialen)
Output (klant)
Intellectuele middelen bestaan o.a. uit:
Eigendomsrechten
Patenten
Auteursrechten (Copyrights)
Handelsmerken (Trademarks)
Klantinformatie/ data
Er zijn tal van manieren, voor kleine starten de ondernemers zijn in eerste instantie vaak
aangewezen op de 3F’en: Family, Friends en Fools (fans)
Motivatietheorie:
Organisaties staan voortdurend voor de uitdaging om het beste in hun werknemers naar
boven te halen om zo een competitieve speler op de markt te kunnen zijn
De motivatie van werknemers kan hierbij een cruciale rol spelen
Klassieke Organisatietheorie (1880-1930): De klassieke organisatietheorie is een reactie op
de industriële revolutie. Er werd op steeds grotere schaal geproduceerd. Organisaties
werden groter met alle uitdagingen van dien. En er heerste een klassenstrijd tussen de
kapitaalkrachtigen en de arbeiders. Fabriekseigenaren waren op zoek naar mogelijkheden
om de efficiency te verhogen en de 'onkundige en onwelwillende arbeider' strak aan te
sturen.
SCIENTIFIC MANAGEMENT (Taylor); in het Scientific Management van Taylor staat
taakspecialisatie centraal. Elke taak moet worden opgesplitst in elementaire handelingen die
met behulp van tijd- en bewegingsstudies zo efficiënt mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
De onwetende en vaak onwillige werknemer moet dan met behulp van beloningen en
straffen tot het juiste gedrag gestimuleerd worden.
Human Relations Stroming (1930-1950): Vanaf 1930 ontstond als tegenreactie op het
scientific management de human-relationsbeweging. Bij human-relations richt de aandacht
zich juist op de menselijke kant van de inzet van mensen. Waardoor nieuwe opvattingen
ontstonden over het functioneren en aansturen van organisaties. De Human-
relationsbeweging stelt dat organisaties alleen goed kunnen functioneren als medewerkers
intrinsiek gemotiveerd zijn.
BEHOEFTEPIRAMIDE VAN MASLOW; Maslow beschrijft in zijn theorie 5 universele
behoeften van de mens en brengt hiërarchie aan in deze behoeften. De mens gaat eerst op
zoek naar eten & drinken voordat het op zoek gaat naar sociale erkenning. Door als manager