VTV vitale functies voor HBO-verpleegkundige
OWE 1
Inhoudsopgave
1. Inleiding theorie.................................................................................................................................2
2. Hartslag..............................................................................................................................................2
3. Ademhaling.........................................................................................................................................4
Bloeddruk...............................................................................................................................................7
Temperatuur..........................................................................................................................................8
, 1. Inleiding theorie
Vitale functies zijn de belangrijkste functies van het lichaam en essentieel voor het behouden van het
leven.
Een stoornis in een van de vitale functies leidt tot stoornissen in een of meerdere andere vitale
functies. Stoornissen in de vitale functies kunnen uiteindelijk tot de dood leiden.
De controle van de vitale functies is een essentieel onderdeel van de ABCDE-methode.
De ABCDE-methode staat voor:
Airway (luchtweg)
Breathing (de ademhaling)
Circulation (de circulatie – bloedsomloop)
Disability (het bewustzijn)
Exposure (de lichaamstempratuur)
De volgende lichaamsfuncties vallen onder de term ‘vitale functies’
Hartslag – ademhaling – bloeddruk – lichaamstempratuur – bewustzijn
Over hoe vaak de vitale functies gemeten worden, bestaat discussie. Het continu monitoren van de
vitale functies op een verpleegafdeling lijkt niet te leiden tot betere, klinisch relevante uitkomsten
met betrekking tot sterfte (mortaliteit), IC-opnames, complicaties en opnameduur. Maak over de
frequentie van het meten afspraken met de behandelend arts.
2. Hartslag
Het hart en bloedvaten vormen samen het circulatiesysteem. Elke keer wanneer de linkerhartkamer
(linkerventrikel) samentrekt, wordt bloed in de lichaamsslagader (aorta) en de andere slagaders
(arteriën) gepompt. Hierdoor zetten de wanden van de slagaders uit om vervolgens weer hun
oorspronkelijke vorm aan te nemen. Dit heet pulsatie.
Pulsatie is het beste voelbaar op plaatsen waar een slagader vlak onder de huid loopt en vlak boven
een harde onderlaag zoals een bot of een spierlaag. De hartslag wordt meestal bij de pols gemeten.
Dit heet ook wel ‘de pols tellen’.
Plaatsen om de hartslag te meten:
- Slaap – slaapslagader – arteria temporalis
- Hals – halsslagader – arteria carotis
- Arm – armslagader – arteria brachialis
- pols – polsslagader – arteria radialis
- lies – liesslagader – arteria femoralis
- knieholte – knieholteslagader – arteria poplitea
- voetrug – voetrugslagader – arteria dorsalis pedis
- onderbeen – onderbeenslagader – arteria tibialis posterior
Hartritme:
Een normaal hartritme is 60- 100 hartslagen per minuut
Bij kinderen ligt dit hoger:
Tot 1 jaar – 110 tot 160 per minuut
1-2 jaar – 100 tot 150 per minuut
2-5 jaar – 95 tot 140 per minuut
5 -12 jaar – 80 tot 120 per minuut
OWE 1
Inhoudsopgave
1. Inleiding theorie.................................................................................................................................2
2. Hartslag..............................................................................................................................................2
3. Ademhaling.........................................................................................................................................4
Bloeddruk...............................................................................................................................................7
Temperatuur..........................................................................................................................................8
, 1. Inleiding theorie
Vitale functies zijn de belangrijkste functies van het lichaam en essentieel voor het behouden van het
leven.
Een stoornis in een van de vitale functies leidt tot stoornissen in een of meerdere andere vitale
functies. Stoornissen in de vitale functies kunnen uiteindelijk tot de dood leiden.
De controle van de vitale functies is een essentieel onderdeel van de ABCDE-methode.
De ABCDE-methode staat voor:
Airway (luchtweg)
Breathing (de ademhaling)
Circulation (de circulatie – bloedsomloop)
Disability (het bewustzijn)
Exposure (de lichaamstempratuur)
De volgende lichaamsfuncties vallen onder de term ‘vitale functies’
Hartslag – ademhaling – bloeddruk – lichaamstempratuur – bewustzijn
Over hoe vaak de vitale functies gemeten worden, bestaat discussie. Het continu monitoren van de
vitale functies op een verpleegafdeling lijkt niet te leiden tot betere, klinisch relevante uitkomsten
met betrekking tot sterfte (mortaliteit), IC-opnames, complicaties en opnameduur. Maak over de
frequentie van het meten afspraken met de behandelend arts.
2. Hartslag
Het hart en bloedvaten vormen samen het circulatiesysteem. Elke keer wanneer de linkerhartkamer
(linkerventrikel) samentrekt, wordt bloed in de lichaamsslagader (aorta) en de andere slagaders
(arteriën) gepompt. Hierdoor zetten de wanden van de slagaders uit om vervolgens weer hun
oorspronkelijke vorm aan te nemen. Dit heet pulsatie.
Pulsatie is het beste voelbaar op plaatsen waar een slagader vlak onder de huid loopt en vlak boven
een harde onderlaag zoals een bot of een spierlaag. De hartslag wordt meestal bij de pols gemeten.
Dit heet ook wel ‘de pols tellen’.
Plaatsen om de hartslag te meten:
- Slaap – slaapslagader – arteria temporalis
- Hals – halsslagader – arteria carotis
- Arm – armslagader – arteria brachialis
- pols – polsslagader – arteria radialis
- lies – liesslagader – arteria femoralis
- knieholte – knieholteslagader – arteria poplitea
- voetrug – voetrugslagader – arteria dorsalis pedis
- onderbeen – onderbeenslagader – arteria tibialis posterior
Hartritme:
Een normaal hartritme is 60- 100 hartslagen per minuut
Bij kinderen ligt dit hoger:
Tot 1 jaar – 110 tot 160 per minuut
1-2 jaar – 100 tot 150 per minuut
2-5 jaar – 95 tot 140 per minuut
5 -12 jaar – 80 tot 120 per minuut