100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

MAW-NL: inleiding methodenleer

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
32
Geüpload op
22-01-2023
Geschreven in
2022/2023

Aantekeningen/samenvattingen van week 1 t/m 5 van MAW-NL: Inleiding methodenleer

Voorbeeld van de inhoud

MTO-A-MAW SAMENVATTING & AANTEKENINGEN

WEEK 1
Grondvormen van sociaal onderzoek – typische kenmerken
Hoorcollege 1
 Experiment
Manipulatie naar de ‘’oorzaak’ (= onafhankelijke variabele = experimenteel ‘treatment’ of
stimulus
Onderzoeker heeft controle over de gebeurtenis die de ‘’oorzaak’’ vormt
Gevolg of uitkomst variabele wordt na manipulatie gemeten
Gebruik van vergelijkbare groepen (zelfde samenstelling van de groepen die verschillen in
‘’oorzaak’’.
Basisvoorwaarde: het vergelijken van groepen die gelijk zijn aan elkaar. Manipulatie: de
oorzaak heeft de onderzoeker zelf in de hand en is typisch voor een experiment. Causaliteit
is ook een typisch kenmerk bij experiment en is beter dan survey en veldonderzoek

 Surveyonderzoek:
Vragenlijsten
Grote en representatieve steekproef (representativiteit)
Efficiënte methode van dataverzameling


Je kan heel veel onderzoeksvragen meten in een surveyonderzoek, t.o.v. een experiment
(waarbij je maar 1 onderzoeksvraag kan beantwoorden en testen)

 Veldonderzoek
Directe observatie in een Natuurlijke omgeving (mensen zijn niet bewust dat ze meedoen in
een onderzoek, t.o.v. van een experiment.
Niet-reactief meten mogelijk: Mensen mogen niet weten dat ze worden onderzocht.
‘sampling-in-the-field’ = in tegenstelling tot surveyonderzoek waar mensen specifieke
streekproeven trekken, doe je dit hier ter plekke. Hoeft niet representatief te zijn, maar moet
inzicht geven hoe mensen reageren in een bepaalde context.

 Beschikbare data
Gegevens die zonder tussenkomst van de onderzoeker/gebruiker aanwezig zijn
Niet reactief observeren
Diverse bronnen: documenten; fysische sporen; artefacten
Let op: ‘’aanwezig zijn’’ van gegevens impliceert niet dat ‘’niet gezocht’’ moet worden
Noot: secundaire analyse = data die andere onderzoekers hebben verzameld analyseren

Wat zijn de mogelijkheden van de grondvormen en welke is het meest geschikt?
 De mogelijkheid om individuen in hun natuurlijke omgeving te observeren
 De mogelijkheid om de onderzoeksresultaten te generaliseren
 De mogelijkheid om onderzoek te herhalen
 De mogelijkheid om formeel te toeten of een sociale gebeurtenis of feit invloed
uitoefent op het gedag of de mening van mensen
 De mogelijkheid om nieuwe en relatief onbekende sociale problemen te onderzoeken

Moeilijkheden: welke grondvorm is het meest moeilijk met...?
 Toegang tot data of dataverzameling
 Meetproblemen: problemen met i.v.m. het beoordelen van kwaliteit van de meting
(validiteit/betrouwbaarheid)
 Risico’s op onderzoekersbias
 Risico’s op subject (proefpersoon, respondent) bias

1

,Criteria: onderzoeksvraag moet (a) onderzoekbaar zijn, en (b) interessant voor jezelf en
anderen in je onderzoeksgebied.

Bouwstenen van (sociaal) wetenschappelijk onderzoek
Theorieën  proposities  hypothesen

 Propositie: ‘’wanneer een individu een taak beheerst, dan zal hij deze taak beter
uitvoeren en indien er anderen aanwezig zijn dan wanneer er niemand is’’ = social
facilitation SFE
 Vrij algemene stelling over een regelmaat in de handeling (of opinie) van mensen (kan
voortkomen uit hypothesen)
Vraag: waarom is dat zo?
 Theorie: verklaring geven voor de propositie of set aan proposities

Vb. alternatieve theorieën voor het verklaren van SFE (biologisch vs. psychologisch)

Hoe onderzoeken?
= toepassen in concrete situatie
vb. atletiek

 Hypothesen = atleten zullen beter presteren:
a) Naar mate er meer supporters zijn
b) Naar mate er meer journalisten in de tribune zitten
c) Indien er rechtstreekse televisie-uitzending
Hypothese: is het verwachte verband tussen minstens twee variabelen.

Wetenschap als proces: inductie – deductie

Concepten, variabelen en hypothesen
1. Essentiele elementen
 Concepten: algemene abstracte omschrijving van een fenomeen (vb. intelligentie)
 Variabelen: empirische manifestatie van een concept (vb. een test die intelligentie
meet)
 Hypothese = verwachte verband tussen 2 of meer variabelen

Type hypothesen en conceptueel model
Typen hypothesen
1. Enkelvoudige bivariate hypothese: verwacht een verband tussen 2 variabelen
(afhankelijke en onafhankelijke)
X Y (X leidt tot Y= oorzaak tot gevolg)
X= onafhankelijke variabele (oorzaak)
Y= afhankelijke variabele (gevolg)

Voorbeelden
‘’Hoe hoger de emotionele intelligentie van een persoon, hoe hoger het bedrag aan
iemand aan goede doelen besteedt’’
 ‘’Hoe hoger’’ wijst naar hoe de zaken zijn gemeten. De variabelen kunnen alleen omlaag
of omhoog. We hier te maken met twee metrische variabelen
 Dit is een uitspraak over hoe stijging in score op de onafhankelijke variable X een stijging
(of daling) veroorzaakt in de afhankelijke variabele Y

‘’Hoe hoger de emotionele intelligentie, hoe groter de kans dat iemand in een depressie
komt’’

2

, Onafhankelijke variabele (X) is hier metrisch; de afhankelijke variabele (Y) is hier
nominaal
 Dit is een uitspraak over de kans tot een bepaalde categorie van Y te behoren naar
gelang van het niveau van X.

‘’Vrouwen scoren hoger op emotionele intelligentie dan mannen’’
 Afhankelijke variabele (emotionele intelligentie) is metrisch; onafhankelijke variabele is
nominaal (geslacht)
 Uitspraak over een verschil tussen groepen gedefinieerd door X in het niveau van de
afhankelijke variabele Y (verschil in gemiddelden)

 Onderscheid tussen metrische en categorische (niet-metrische) variabelen verwijst naar
meetniveaus
 Ordinale variabelen sluiten aan bij de metrische variabelen voor wat verwoording van
hypothesen betreft
 Het onderscheid maken is essentieel voor de keuze van statistische methoden
 Formulering van hypothesen moet consistent zijn met dit onderscheid
 Regels zijn ook van toepassing op meervoudige hypothesen

Ordinale variabelen zijn variabelen waarbij de categorieën in bepaalde volgorde staan. Zo
kan je bijvoorbeeld aan mensen vragen in welke mate ze wel of niet eens zijn met een
bepaalde uitspraak waarbij de maten zijn ‘helemaal oneens, oneens, neutraal, juist, helemaal
juist’.

2. Meervoudige hypothese: verwacht verband tussen een afhankelijke Y en meerdere
onafhankelijke variabelen X1, X2.. etc.
Er zijn vier types meervoudige hypothesen

1. Het relatief belang van onafhankelijke variabelen (meervoudige oorzakelijkheid). Er
zijn meerdere oorzaken die tot één gevolg kunnen leiden.

X1 ++
Y
X2 +

Door middel van meerdere plusjes te gebruiken, accentueer je dat de ene onafhankelijke
variabele (X1) een sterker effect heeft op de afhankelijke variabele dan de ander (X2)

Voorbeeld
X1 (opleiding) ++
Y (herintreding)
X2 (uitkeringsniveau) -

‘’De kans op herintreding op de arbeidsmarkt neemt toe met opleidingsniveau en neemt af
met niveau van de uitkering. Het effect van opleiding is hierbij sterker dan het effect van
uitkeringsniveau’’

2. Mediatie
= interpreterende hypothese
= de invloed van de onafhankelijke variabele (X1) op de afhankelijke variabele (Y) is niet
direct, maar loopt via het effect van X1 op de mediërende of interveniërende variabele (X2).
Er is sprake van een indirect effect.

X1 X2 Y


3

, Voorbeeld - +
X3 (leeftijd X4 (mogelijkheid tot herintreding) Y
(herintreding)
‘’Hoe ouder een persoon hoe kleiner de kans op herintreding op de arbeidsmarkt. Dit effect
wordt volledig gemedieerd door de mogelijkheid tot herintreding; immers: hoe ouder men is
hoe minder mogelijkheden er zijn tot herintreding en hoe minder mogelijkheden hoe lager de
kans tot herintrede’’

MERK OP!
Er zijn twee manieren om een positief verband te verwoorden
1. Hoe meer mogelijkheden er zijn tot herintreding op de arbeidsmarkt, hoe hoger de
kans tot herintreding.
of
2. Hoe minder mogelijkheden tot herintrede, hoe lager de kans tot herintrede.

Gedeeltelijke meditatie (=direct + indirect effect)

X3 (leeftijd X4 (mogelijkheid tot herintreding) Y
(herintreding)


_

Buiten het feit dat de mogelijkheid tot herintreding afneemt doormiddel van iemands leeftijd,
kan de leeftijd op zich ook invloed hebben op herintreding. Bijvoorbeeld leeftijdsdiscriminatie.

3. Een modererend effect
= interactiehypothese
De invloed van X1 op Y is conditioneel op de moderator (X2); of: het effect van X1 op Y is
verschillend naar gelang de waarde van de moderator X2
= conditioneel effect [versterkend + of verzwakkend – effect]. Het kan dus versterkend of
verzwakkend werken op de afhankelijke variabele

X1 Y



X2

Voorbeeld +
X5 Y
Arbeidsbereidheid Herintreding
+
X4
Mogelijkheid tot herintreding

‘’Hoe hoger de bereidheid tot arbeid, hoe hoger de kans tot herintreding op de arbeidsmarkt.
Dit effect wordt versterkt door de mate waarin herintrede mogelijk is.’’
Je kan veel arbeidsbereidheid tonen, maar als er geen tot weinig mogelijkheden zijn tot
herintreding, dan zal de kans op herintreding ook heel laag zijn.

4. Schijnverband (spuriousness)
= gemeenschappelijke oorzaak aan de twee variabele waarvan je een bepaald verband zou
kunnen vaststellen
= een verklarende hypothese

4

Documentinformatie

Geüpload op
22 januari 2023
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2022/2023
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Guy moors
Bevat
Week 1 t/m 5

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
melikeerba Hogeschool InHolland
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
36
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
36
Documenten
2
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4,0

4 beoordelingen

5
0
4
4
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen