H FDSTUK 6
de verwantschap tussen soorten
werschillence soorten
naamgeving
o
van
:
de wetenschappelijke nacm bestaat uit z delem
naamgewing
bionomale
geslachtsnaam c hoofdletters
-
soortaanduiding c kleine letter
-
}
- soms is mogeen ondersoort
toegewoegd ( met afwijkende kenmerkens
er
soort
.
o
de taxonomie deelt soorten in in groepen
.
,
organismen worden
ingecleelt in steeds grotere groeßen cırchcecı
:
organismen s scorten sgeslachtens families orden sklassen s afdelingen trijken sdomeinen
?bacteriën
- fokken ontstaan rassen die maken
geen deel uit wan de taxonomie recikaryoten
door
indeling soorten
o
van
:
-
owereenkomst in uiterlijke kenmerken
-
mogelijkheid omn wruchtbare nakomelingen te krijgen
-
info uit DWA
-onderzoek
poBulaties
populatie groepen organismen dezelfde soort in bepaald gebied
o
van een
.
Boor
geboorte immigratie kan de
Bopulatiegrootte toenemen
o
en
.
sterfte cjagens en
emigratie verkleinen de
populatiegrootte
Vam cille factoren die dle
populatiegrootle bepalen is altijd een die de
groei populatie
o
er van een
,
het meest belemmert ; Beperkende factor
factoren
.
.
Io De mens kan het probleem verhelpen maar er is altijd weer een andere beperkende
4 Be mens probeert populaties in stand te houden door
versnippering tunnels
,
bruggen etc
,
o
soorten kunnen ook
wegtrekken en ineen andere populatie terechtkomen
.
4
diversiteit
vergroot de
genetische
.
Ls
Imbreng wan andere
genen maakt de kans dat een populatie een ziekte overleefd groter
.
o
wanneer soorten in hun oorspronkelijke gebied blijven vergroot dit de populatie
l
meer kans op inteelt cparen met directe families dit kan de populatie kwetsbaar maken
soorten in hum omgeving
o
biotische factoren inwloeden van levende
organismen Landere dierens plantens
:
abiotische factoren ' levende factoren E temperaituur water zon zuurstof etc
niet
:
.
,
...?
,
,
,
l de biotische l abiotische habitat
leefomgeving wan een plant / met speciafieke eisen is een
.
dier,
- elke abiotische factor kent een
organisme een optimum
voor
.
BoBulatie gelden min maximumwaarden tolerantiegrenzen Buiten deze
voor een en ; grenzen
-
-
.
blijft geen enkel
organisme van die soort leven
.
de verwantschap tussen soorten
werschillence soorten
naamgeving
o
van
:
de wetenschappelijke nacm bestaat uit z delem
naamgewing
bionomale
geslachtsnaam c hoofdletters
-
soortaanduiding c kleine letter
-
}
- soms is mogeen ondersoort
toegewoegd ( met afwijkende kenmerkens
er
soort
.
o
de taxonomie deelt soorten in in groepen
.
,
organismen worden
ingecleelt in steeds grotere groeßen cırchcecı
:
organismen s scorten sgeslachtens families orden sklassen s afdelingen trijken sdomeinen
?bacteriën
- fokken ontstaan rassen die maken
geen deel uit wan de taxonomie recikaryoten
door
indeling soorten
o
van
:
-
owereenkomst in uiterlijke kenmerken
-
mogelijkheid omn wruchtbare nakomelingen te krijgen
-
info uit DWA
-onderzoek
poBulaties
populatie groepen organismen dezelfde soort in bepaald gebied
o
van een
.
Boor
geboorte immigratie kan de
Bopulatiegrootte toenemen
o
en
.
sterfte cjagens en
emigratie verkleinen de
populatiegrootte
Vam cille factoren die dle
populatiegrootle bepalen is altijd een die de
groei populatie
o
er van een
,
het meest belemmert ; Beperkende factor
factoren
.
.
Io De mens kan het probleem verhelpen maar er is altijd weer een andere beperkende
4 Be mens probeert populaties in stand te houden door
versnippering tunnels
,
bruggen etc
,
o
soorten kunnen ook
wegtrekken en ineen andere populatie terechtkomen
.
4
diversiteit
vergroot de
genetische
.
Ls
Imbreng wan andere
genen maakt de kans dat een populatie een ziekte overleefd groter
.
o
wanneer soorten in hun oorspronkelijke gebied blijven vergroot dit de populatie
l
meer kans op inteelt cparen met directe families dit kan de populatie kwetsbaar maken
soorten in hum omgeving
o
biotische factoren inwloeden van levende
organismen Landere dierens plantens
:
abiotische factoren ' levende factoren E temperaituur water zon zuurstof etc
niet
:
.
,
...?
,
,
,
l de biotische l abiotische habitat
leefomgeving wan een plant / met speciafieke eisen is een
.
dier,
- elke abiotische factor kent een
organisme een optimum
voor
.
BoBulatie gelden min maximumwaarden tolerantiegrenzen Buiten deze
voor een en ; grenzen
-
-
.
blijft geen enkel
organisme van die soort leven
.