Grammatica + Spelling.
Redekundig ontleden werkwoordspelling
Taalkundig ontleden Alle spellingsregels weten
Hoofdzinnen en bijzinnen
onderscheiden
Lijdend bedrijvende zinnen.
Wat wordt er getoetst?
Regel= vervang het bijwoord door 1 woord. Bijv: ’’Hij’’
Hij gaat naar bed.
De man gaat naar bed.
De vermoeide man gaat naar bed.
De man die moe is gaat naar bed.
Wie moe is gaat naar bed.
Allemaal te vervangen door hij.
- Zij gaat ( kan meervoud zijn)
- Genderverschillen, ‘’man’’ wordt vaker gebruikt in teksten om
verwarring te voorkomen.
Hoofdzin en Bijzin.
1. Hoofdzin= persoonsvorm en onderwerp zijn niet te onderscheiden.
Bijzin= persoonsvorm en onderwerp zijn wel te scheiden.
(iets tussen zetten of staat) klopt niet altijd!
, Vb: Aan de jongens wordt vandaag een appel gegeven.
pv ow
vandaag staat er tussen maar is een hoofdzin.
2. Persoonsvorm= staat vooraan. (staat de pv nou vooraan of
achteraan, het kan beide.)
Vb: Ik eet / omdat / ik slaap.
Bijzin kan je nooit
vragend maken.
3. Hoofdzin begint met een nevenschikkend voegwoord. (plakken
hoofdzinnen aan hoofdzinnen)
Ik eet en ik slaap. nevenschikkend.
En Want Doch Maar.
Of! Dus Noch vervang het door een punt, klopt de zin
nog is het nevend. Kan het niet? Is het onderschikkend.
DAT
4. A Ik weet niet of ik het snap. Verander de fundamele
volgorde.
B Ik snap het. Ik snap het niet.
Een hoofdzin is niet vervangbaar, een bijzin wel door 1 woord.
Voorzetselvoorwerpzin.
Stap 1.
Zoek de vaste constructie.
‘’er + voorzetsel Daar zin.
Voorzetselvoorwerpszin= daar vervangen door er met een
voorzetsel.
Daar op, daar in, daar achter.
Ik rekende er op dat vrijdag een gezellige dag word.
Ik rekende daar op.
Voorzetselsvoorwerpzin= dat vrijdag een gezellige dag word.
Slaagde zij er in de verkoper een tijdje te laten zwijgen?
Slaagde zij daar in.
Voorzetselsvoorwerpzin= De verkoper een tijdje te laten zwijgen.
Onderwerpszin.
Stap 2.
Het is zo [dat………...] Onderwerpszin. het is zo dat
constructie