KRITISCHE REFLECTIE WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE
VOORSCHOOL
Kritische Reflectie Woordenschatontwikkeling op de Voorschool
Hanna Heinen (14503808)
Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam
Definitieve versie: Onderzoeksmethodologie
Marinthe Jansen (I)
22 oktober 2022
Aantal woorden: 1192
, 2
KRITISCHE REFLECTIE WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE
VOORSCHOOL
Deze kritische reflectie gaat over het onderzoek ‘Child, home and institutional predictors
of preschool vocabulary growth’ van Van Druten-Frietman et al. (2015). Zij hebben een
longitudinaal, empirisch en kwantitatief onderzoek gedaan naar het vooruitzicht van groei en
stabiliteit van de woordenschat bij kinderen, die naar de voorschool gaan. Dit onderzoek is
specifiek gericht op de rol van kind-, thuis- en voorschoolse factoren van
woordenschatontwikkeling bij kinderen tussen de tweeënhalf en drieënhalf jaar oud.
Verschillende factoren hebben zowel een positieve als een negatieve invloed op de validiteit van
dit onderzoek. In deze reflectie zijn de interne validiteit, externe validiteit en constructvaliditeit
met een kritische blik bestudeerd.
Allereerst is de interne validiteit bestudeerd. Interne validiteit betreft de mate waarin het
onderzoeksdesign het mogelijk maakt om conclusies te trekken over de causale effecten van de
onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele (Maruyama & Ryan, 2014). In het
onderzoek van Van Druten-Frietman et al. (2015) is gebruik gemaakt van een longitudinaal
design, waarbij onderzoek is gedaan naar de causale relatie tussen kind-, gezins- en voorschoolse
factoren en de woordenschatontwikkeling.
Alternatieve verklaringen vormen een bedreiging voor de interne validiteit en maken
causale gevolgtrekking moeilijk (Maruyama & Ryan, 2014). In dit onderzoek is dezelfde
woordenschattest drie keer afgenomen. Dit introduceert de bedreiging van ‘testing’ effecten.
Wanneer er sprake is van meerdere metingen, kan een eerdere meting van invloed zijn op de
tweede meting. De participanten zouden zich namelijk nog iets kunnen herinneren van de eerdere
meting. Dit kan echter de resultaten op de echte meting beïnvloeden. De ‘testing’ effecten
vormen daarom een bedreiging voor de interne validiteit van dit onderzoek.