§1. Definitie en ‘wettelijk’ statuut van partijen
Het statuut, definitie van politieke partijen is niet wettelijk geregeld. Grondwettelijk is niets bepaald over hun
vorm of bestaansvoorwaarden
- 1830: waarom was er geen wettelijke regeling?
o Geen traditie: er zijn nog geen partijen (wel facties, gelijkgestemden)
o Een wettelijk keurslijf zou niet passen in de geest van vrijheid van vereniging en
meningsuiting
o Er is minder nood aan partijstructuur
§ De katholieken en liberalen reken op steun van bestaande structuren: Kerk en
Loge
- voordelen van ongeregeld zijn:
o nieuwe ideeën kunnen makkelijk resulteren in nieuwe partijen
o vrijheid qua partijorganisatie
o politieke acties opgezet door partijen zijn moeilijk vervolgbaar
- nadelen van ongeregeld zijn:
o wat doe je met een corrupte partij?
o partij die de democratische rechtsstaat bestrijdt, moeilijk vervolgbaar …
§ enkel Raad van State kan actie nemen i.v.m. financiering en geldkraan dicht
draaien
A. Is een partij een politieke instelling?
- Belgische juristen zijn het hier niet over eens
- Cass. 2003 in verband met de zaak Vlaams Blok;
o neen, het is slechts een “medium” voor de werking van de politieke instelling
o noch politieke instelling, noch politieke partij worden gedefinieerd
Naar aanleiding van concrete schandalen gaat de Belgische wetgever toch wettelijk ingrijpen:
enkele aspecten van het partijpolitieke leven worden gereglementeerd
- bv.1989 (Agusta-Dassault zaak):
o controle van de verkiezingsuitgaven, financiering, open boekhouding
- met zijdelingse ingrepe in de kieswetgeving
o bv. kiesdrempel, kiesomschrijvingen, lijststem …
B. Definitie
Bij gebrek aan een wettelijke regeling is er een benaderende definitie met de volgende elementen:
- terminologisch “pars”: een partij staat nooit voor het geheel, maar voor een deel
- het gaat om verdedigers van standpunten die niet door iedereen gedeeld worden
- het gaat om een vereniging
o een minimum aantal leden is niet vereist
o 1 persoon is geen partij
- Leden van een partij zijn ideologisch gelijkgezinden
o gelijkaardig mens- en maatschappijbeeld
- elke partij heeft een machtswil
o wetgevend, uitvoerend, (soms) rechterlijk
98
, Voor de politieke partijen waren er al gelijkaardige bewegingen te onderscheiden. Deze hebben een veel
minder gestructureerd karakter, en zijn slechts 1 soort onder de vele netwerken.
• Werden in contemporaire bronnen sekten, partien, intelligenties genoemd
• Of aangeduid met eigennaam: Leliaards-Klauwaards/ Liebaars (1300)
C. Partijstelsels
Zoals er in België geen wettelijke definitie is van partijen, zo is er ook geen wetsbepaling over
partijstelsels. In het Amerikaans voorbeeld (HS: 6) heb je:
- Tweepartijenstelsel
o meestal stabiliteit
o meestal weinig verschillen tussen de twee kampen
- meerpartijenstelsel: nood aan coalities (en kartels)
o flexibiliteit: ze kunnen zich makkelijker aanpassen aan maatschappelijke evoluties
o meer mogelijkheid verschillen tussen de standpunten
o minder regeringsbestendigheid:
§ 1 partij is een dictatuur
§ 2 partijen is een minimum
§ Te veel partijen is te vermijden
BELGIE: liberalen – katholieken - socialisten
- Andere partijen waren kwantitatief als randgevallen te beschouwen
- Sommige konden als zweeppartijen heel wat politieke impact hebben
- De grote 3 leidden tot een VERZUILING:
o verenigingsleven, onderwijs, gezondheidszorg, jeugd en sport, archief…
o historisch onderzoek is aangewezen op zuilgebonden archieven
o een historicus kan hierdoor moeilijk een ongekleurd totaalbeeld schetsen
Door de uitbreiding van
particratie (de
het stemrecht moeten ontstaan massapartijen eigenlijke macht ligt bij
partijen en verzuiling
coalitieregeringen de top van de politieke
partij)
vormen.
99