benoemen en onderscheiden.
Definitie van Social work
Social work is als kennis- en handelingsgebied dat mensen ondersteunt om zelf- en
medeverantwoordelijk te zijn en om hun sociale rechten te realiseren.
Methodiek
De methodiek is een doordachte, vastgelegde en systematische manier van werken in een
bepaald beroep. Visie, meerdere methoden
Methode
omschreven manier van systematisch werken om een bepaald doel te bereiken. Verbonden
aan concreet doel
- Persoonsgerichte methode -> versterken of veranderen persoon dmv
behandeling/begeleiding/competenties. Bijvoorbeeld: motiverende gespreksvoering.
- Groepsgerichte methode -> middels groepsgerichte activiteiten zoals therapie, eigen kracht
conferenties en groepswerk.
- Omgevingsgerichte methode -> richt zich op buurt/school/werkomgeving. Bijvoorbeeld:
jongerenwerk, mensen maken de stad
Instrument
Concreet hulpmiddel om een doel te bereiken. -> checklist, protocol
Doelen van social work:
- Het bevorderen van maatschappelijke veranderingen.
- Het bevorderen van het probleemoplossende vermogen van mensen.
- Mensen bevrijden uit vastgelopen patronen en uit onderdrukking.
Sociale activering en empowerment staan hier centraal
Empowerment
Persoon versterken in relatie tot samenleving. Gaat over de persoon zelf -> sociale
vaardigheden oefenen door complimenten te geven. Benaderd maar verhard niet op
probleem maar op de mogelijkheden. -> methodisch doen, dan zal de persoon erin geloven.
Met name positieverwerking voor kinderen omdat zij nog flexibel zijn.
Kerntaken van een social worker
, 1
- Gedrag beïnvloeden -> preventie, gedrag veranderen, omstandigheden veranderen,
therapie.
- Verhoudingen beïnvloeden -> voorlichting, bemiddelen, bewustmaking ontmoeten.
- Ontwikkelen en opvoeden -> opvoedondersteuning, ontwikkeling, steun bieden, jeugd- en
jongeren werk.
- Ingrijpen en optreden -> taakstraffen, gesloten instellingen, mishandeling, disciplinering.
- Wegwijs maken -> informatie, verwijzing, advies, indicatie.
- Zorgen; support -> doorlopende ondersteuning, concrete diensten, activiteiten, beperkingen.
Samenvattend
Een sociale professional moet in staat zijn om op professionele wijze voor iemand te zorgen
en wegwijs te maken. Mensen in hun gedrag en onderlinge verhoudingen te beïnvloeden en
jeugdigen of volwassenen en hun opvoeders/begeleiders te ondersteunen bij de opvoeding,
daarbij zo nodig ingrijpend en optredend.
Drie hoofddomeinen
Wonen, welzijn en zorg
opleiding: MWD -> korte termijn, cliënt komt naar je toe.
Mensen met ernstige beperkingen op fysiek-, verstandelijk-, psychisch-, en sociaal gebied
centraal. Ook mensen die zich sociaal-psychisch niet kunnen redden of zijn vastgelopen in
hun leven, werk, relatie
Doel: burgers ondersteunen in hun streven de achterstandspositie weg te werken en
mogelijkheden creëren om aan de samenleving deel te nemen.
Visie: Het ontwikkelen van nieuwe integrale zorgarrangementen waarin zowel wonen, zorg
en welzijn een plaats hebben. geïntegreerde zorg, zorgnetwerken, ketenzorg, ondersteuning
en begeleiding wordt thuis, in de buurt en de wijk georganiseerd. Van helpen en begeleiden
naar ondersteunen en toerusten.
Doelgroepen: mensen met psychiatrische problematiek, fysieke problemen en chronisch
zieken, verstandelijk beperkingen, ouderen. Het is vaak co-morbiditeit en multiproblems.
Beleid: zorg- en welzijnsbeleid (WMO) -> bevorderen van maatschappelijke participatie,
voorkomen sociale uitsluiting, ondersteunen sociaal beleid, bevorderen van de kwaliteit van
de voorzieningen.
Werksoorten: groeps- en inrichtingswerk (langdurig -> SW’er deel van de woon/leefsituatie),
activiteitenbegeleiding (zinvolle dagbesteding, vaardigheden), maatschappelijke
dienstverlening (interacties, maatschappelijk werker, kortdurend) kinderbescherming,
maatschappelijk werk, casemanager
Maatschappelijk opvoeden
Opleiding: SPH -> leren samenleven, langdurige zorg, woongroepen, gaat naar cliënt