Paragraaf 2
Inleiding
Ieder individu heeft zijn eigen unieke kenmerken. Alle uiterlijk waarneembare kenmerken
van een individu, noem je het fenotype van een individu. Oogkleur, haarkleur,
moedervlekken enzo.
Chromosomen zijn opgebouwd uit genen. Een gen, ook wel erffactor, bevat informatie voor
een erfelijke eigenschap of deel van een erfelijke eigenschap. Bij bepaalde eigenschappen
zijn voor meerdere genen betrokken, je oogkleur wordt door meerdere genen bepaald bijv.
Het genotype zijn alle genen in een cel. De helft van je genotype komt van je moeder en de
andere helft van je vader.
Het genotype bepaald voor een groot deel je fenotype, maar milieufactoren beïnvloeden
ook het fenotype. Bijvoorbeeld lucht, licht, temperatuur, voeding, opvoeding, ziekten en
verwondingen.
Tweelingonderzoek
Als je twee individuen van een tweeling met elkaar vergelijkt, kun je zien hoe groot de
invloed van het milieu en van het genotype op het fenotype is.
Epigenetica
Een DNA-molecuul is opgebouwd uit 4 verschillende bouwstenen. De volgorde van die 4
bouwstenen in het DNA (DNA-sequentie) is de code voor de erfelijke informatie. De
DNA-sequentie in een gen dat betrekking heeft op je oogkleur, is anders dan het gen dat
betrokken is bij de grootte van je voeten.
Genexpressie is het uitkomen van een gen. bijv. in de cellen van je hoofdhaar worden
genen aangezet die betrokken zijn bij de vorming van hoofdhaar, maar in de cellen van je
oog staan deze genen uit en in de cellen van je oog staan de genen die met je hoofdhaar te
maken hebben uit. Of genen aan of uitstaan, wordt geregeld door regelgenen, maar
milieufactoren kunnen de genexpressie ook beïnvloeden.
Paragraaf 3
Inleiding
Chromosomen komen voor in paren. De 2 chromosomen van een paar bevatten genen voor
dezelfde erfelijke eigenschappen. De genen komen dus ook voor, in lichaamscellen. In
lichaamscellen ligt de info voor een erfelijke eigenschap in een genenpaar.