Oefenvragen Blok 2 Bedreigingen van gezondheid
Taak 1
1. Wat zijn de 5 redenen waardoor de sterfte is gedaald?
Daling infectieziekten.
Verbeterde medische interventies.
Verbeterde omgeving en hygiëne.
Betere volkshuisvesting.
Betere welvaart.
2. Wat houdt ‘epidemiologische transitie’ in?
Daling van het sterftecijfer door verschuiving in het doodsoorzakenpatroon. Van besmettelijke
ziekten naar chronische ziekten.
3. Welke 3 aspecten kregen vorm tijdens de sanitaire beweging (1830-1950) van public health?
De meeste gezondheidsproblemen zijn vatbaar voor preventie.
Gezondheidsproblemen zijn op te lossen door collectieve maatregelen.
Gezondheidsproblemen kunnen worden onderzocht a.d.h.v. kwantitatieve
onderzoeksmethoden.
4. Wat is public health en wanneer is deze ontstaan?
Vakgebied gericht op volksgezondheid en de verbetering hiervan met behulp van collectieve
maatregelen tussen verschillende terreinen, begin 19 e eeuw.
5. Wat is volksgezondheid?
De omvang en verspreiding van gezondheid en ziekte in de bevolking.
6. Wat zijn de determinanten van gezondheid?
Persoonsgebonden: genen etc. vb. bloeddruk.
Leefstijl: gedrag (pos of neg). Vb. lichaamsbeweging.
Omgeving: fysiek vb. luchtvervuiling, sociaal vb. sociale steun.
7. Wat is incidentie/prevalentie?
Incidentie is het aantal nieuwe ziektegevallen die ontstaan in een bepaalde periode in een
bepaalde populatie. Prevalentie is het aantal zieken op een bepaald moment (puntprevalentie) of
tijdens een periode (periodeprevalentie).
8. Wat zijn de 4 indicatoren om de gezondheid van de bevolking te bepalen?
Ziekten en aandoeningen.
Functioneren en kwaliteit van leven.
Sterfte en doodsoorzaken.
(gezonde) levensverwachting.
9. Noem de 3 vormen van preventie naar ziekte.
Taak 1
1. Wat zijn de 5 redenen waardoor de sterfte is gedaald?
Daling infectieziekten.
Verbeterde medische interventies.
Verbeterde omgeving en hygiëne.
Betere volkshuisvesting.
Betere welvaart.
2. Wat houdt ‘epidemiologische transitie’ in?
Daling van het sterftecijfer door verschuiving in het doodsoorzakenpatroon. Van besmettelijke
ziekten naar chronische ziekten.
3. Welke 3 aspecten kregen vorm tijdens de sanitaire beweging (1830-1950) van public health?
De meeste gezondheidsproblemen zijn vatbaar voor preventie.
Gezondheidsproblemen zijn op te lossen door collectieve maatregelen.
Gezondheidsproblemen kunnen worden onderzocht a.d.h.v. kwantitatieve
onderzoeksmethoden.
4. Wat is public health en wanneer is deze ontstaan?
Vakgebied gericht op volksgezondheid en de verbetering hiervan met behulp van collectieve
maatregelen tussen verschillende terreinen, begin 19 e eeuw.
5. Wat is volksgezondheid?
De omvang en verspreiding van gezondheid en ziekte in de bevolking.
6. Wat zijn de determinanten van gezondheid?
Persoonsgebonden: genen etc. vb. bloeddruk.
Leefstijl: gedrag (pos of neg). Vb. lichaamsbeweging.
Omgeving: fysiek vb. luchtvervuiling, sociaal vb. sociale steun.
7. Wat is incidentie/prevalentie?
Incidentie is het aantal nieuwe ziektegevallen die ontstaan in een bepaalde periode in een
bepaalde populatie. Prevalentie is het aantal zieken op een bepaald moment (puntprevalentie) of
tijdens een periode (periodeprevalentie).
8. Wat zijn de 4 indicatoren om de gezondheid van de bevolking te bepalen?
Ziekten en aandoeningen.
Functioneren en kwaliteit van leven.
Sterfte en doodsoorzaken.
(gezonde) levensverwachting.
9. Noem de 3 vormen van preventie naar ziekte.