Bedrijfseconomie – Financiering en verslaggeving – Hoofdstuk 1 t/m 4
In deze samenvatting worden de belangrijkste definities en formules gegeven.
In deze hoofdstukken wordt zowel de theorie als de balans van de nv besproken:
Hoofdstuk 1: theorie van de nv
Hoofdstuk 2: creditzijde van de nv: eigen vermogen
Hoofdstuk 3: creditzijde van de nv: vreemd vermogen
Hoofdstuk 4: debetzijde van de nv: activa
naamloze vennootschap (nv) = rechtspersoon met in een vrij overdraagbare
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal
besloten vennootschap (bv) = rechtspersoon met in een niet-vrij-overdraagbare
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal
rechtspersoon = een organisatie die wettelijke rechten en plichten draagt
natuurlijk persoon = een mens van vlees en bloed dat wettelijke rechten en plichten
draagt
rechten en plichten bezit van een aandeel
-je bent mede-eigenaar van de nv en hebt stemrecht op de algemene vergadering
van aandeelhouders (AVA)
-je bent beperkt aansprakelijk, namelijk tot het bedrag van de aandelen die je bezit
-je heb recht op een aandeel in de winst, dat uitgekeerd wordt in de vorm van
dividend
effecten = waardepapieren, de belangrijkste voorbeelden zijn aandelen en obligaties
-worden verhandeld op de effectenbeurs
aandeel = een deel van het maatschappelijk kapitaal van een nv
-nominale waarde = waarde die op het aandeel staat
-dividendpercentage = rentepercentage dat je jaarlijks over de nominale waarde krijgt
(dividend)
-intrinsieke waarde = het eigen vermogen van de nv gedeeld door het aantal
aandelen
-beurskoers = huidige waarde van het aandeel op de beurs (je kunt koerswinst
maken)
-risicovol kapitaal
-agio op obligaties kan verkregen worden
obligatie = schuldbewijs van een nv
-nominale waarde = waarde die op het aandeel staat
-couponrente = rentepercentage dat je jaarlijks over de nominale waarde krijgt
-koers = huidige waarde die wordt uitgedrukt in procenten van de nominale waarde
(je kunt koerswinst maken)
-risicomijdend kapitaal
-agio op obligaties kan verkregen worden
, 𝑟𝑛 − 1
uitgiftekoers obligatie = nominale waarde + (ro − rk) ⋅ 𝑟 −𝑛 ⋅
𝑟−1
Hierbij is ro de rente die je per jaar op de nominale waarde krijgt, volgens de
couponrente. rk is de rente die per jaar op de nominale waarde krijgt, volgens de
huidige markrente. 𝑟 is de marktrente, in de vorm 1 + 𝑝.
bullmarket = positief sentiment op de beurs
bearmarket = negatief sentiment op de beurs
volatiliteit = mate van bewegelijkheid van een aandelenkoers
-groot bedrijf, lage volatiliteit
-klein bedrijf, hoge volatiliteit
beleggingsfonds = nv met beursgenoteerde aandelen, die belegt in aandelen,
obligaties en andere waardepapieren, met spreiding van risico
efficiënte markttheorie = in beurskoersen is alle publieke informatie verwerkt
-het heeft dus geen zin om naar beursadviseurs te luisteren
vermogensmarkt = het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen
-geldmarkt = vermogen met een looptijd van korter dan een jaar
-kapitaalmarkt = vermogen met een looptijd van langer dan een jaar
-openbare kapitaalmarkt = één geldnemer en vele geldgevers
-onderhandse kapitaalmarkt = één geldnemer en één geldgever
toezicht op de vermogensmarkt
-De Nederlandsche Bank (DNB) = of financiële ondernemingen hun verplichtingen
nakomen
-Autoriteit Financiële Markten (AFM) = transparante marktprocessen en zorgvuldige
behandeling van klanten
-Autoriteit Consument en Markt (ACM) = concurrentie en consumentenrecht
oprichting van nv = notariële akte
beëindiging van nv = faillietverklaring en aanstelling curator
stakeholders = betrokkenen (aandeelhouders, personeel, leveranciers, klanten,
schuldeisers, fabrikanten, et cetera)
leiding van nv = algemene vergadering van aandeelhouders, bestuur, raad van
commissarissen, ondernemingsraad
algemene vergadering van aandeelhouders = hier ligt de uiteindelijke
zeggenschap, dit zijn de verschaffers van eigen vermogen
-vaststelling van de jaarrekening
-benoemen van registeraccountant
-benoemen en ontslaan van bestuur
-wijzigen van statuten
-ontbinden van nv
In deze samenvatting worden de belangrijkste definities en formules gegeven.
In deze hoofdstukken wordt zowel de theorie als de balans van de nv besproken:
Hoofdstuk 1: theorie van de nv
Hoofdstuk 2: creditzijde van de nv: eigen vermogen
Hoofdstuk 3: creditzijde van de nv: vreemd vermogen
Hoofdstuk 4: debetzijde van de nv: activa
naamloze vennootschap (nv) = rechtspersoon met in een vrij overdraagbare
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal
besloten vennootschap (bv) = rechtspersoon met in een niet-vrij-overdraagbare
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal
rechtspersoon = een organisatie die wettelijke rechten en plichten draagt
natuurlijk persoon = een mens van vlees en bloed dat wettelijke rechten en plichten
draagt
rechten en plichten bezit van een aandeel
-je bent mede-eigenaar van de nv en hebt stemrecht op de algemene vergadering
van aandeelhouders (AVA)
-je bent beperkt aansprakelijk, namelijk tot het bedrag van de aandelen die je bezit
-je heb recht op een aandeel in de winst, dat uitgekeerd wordt in de vorm van
dividend
effecten = waardepapieren, de belangrijkste voorbeelden zijn aandelen en obligaties
-worden verhandeld op de effectenbeurs
aandeel = een deel van het maatschappelijk kapitaal van een nv
-nominale waarde = waarde die op het aandeel staat
-dividendpercentage = rentepercentage dat je jaarlijks over de nominale waarde krijgt
(dividend)
-intrinsieke waarde = het eigen vermogen van de nv gedeeld door het aantal
aandelen
-beurskoers = huidige waarde van het aandeel op de beurs (je kunt koerswinst
maken)
-risicovol kapitaal
-agio op obligaties kan verkregen worden
obligatie = schuldbewijs van een nv
-nominale waarde = waarde die op het aandeel staat
-couponrente = rentepercentage dat je jaarlijks over de nominale waarde krijgt
-koers = huidige waarde die wordt uitgedrukt in procenten van de nominale waarde
(je kunt koerswinst maken)
-risicomijdend kapitaal
-agio op obligaties kan verkregen worden
, 𝑟𝑛 − 1
uitgiftekoers obligatie = nominale waarde + (ro − rk) ⋅ 𝑟 −𝑛 ⋅
𝑟−1
Hierbij is ro de rente die je per jaar op de nominale waarde krijgt, volgens de
couponrente. rk is de rente die per jaar op de nominale waarde krijgt, volgens de
huidige markrente. 𝑟 is de marktrente, in de vorm 1 + 𝑝.
bullmarket = positief sentiment op de beurs
bearmarket = negatief sentiment op de beurs
volatiliteit = mate van bewegelijkheid van een aandelenkoers
-groot bedrijf, lage volatiliteit
-klein bedrijf, hoge volatiliteit
beleggingsfonds = nv met beursgenoteerde aandelen, die belegt in aandelen,
obligaties en andere waardepapieren, met spreiding van risico
efficiënte markttheorie = in beurskoersen is alle publieke informatie verwerkt
-het heeft dus geen zin om naar beursadviseurs te luisteren
vermogensmarkt = het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen
-geldmarkt = vermogen met een looptijd van korter dan een jaar
-kapitaalmarkt = vermogen met een looptijd van langer dan een jaar
-openbare kapitaalmarkt = één geldnemer en vele geldgevers
-onderhandse kapitaalmarkt = één geldnemer en één geldgever
toezicht op de vermogensmarkt
-De Nederlandsche Bank (DNB) = of financiële ondernemingen hun verplichtingen
nakomen
-Autoriteit Financiële Markten (AFM) = transparante marktprocessen en zorgvuldige
behandeling van klanten
-Autoriteit Consument en Markt (ACM) = concurrentie en consumentenrecht
oprichting van nv = notariële akte
beëindiging van nv = faillietverklaring en aanstelling curator
stakeholders = betrokkenen (aandeelhouders, personeel, leveranciers, klanten,
schuldeisers, fabrikanten, et cetera)
leiding van nv = algemene vergadering van aandeelhouders, bestuur, raad van
commissarissen, ondernemingsraad
algemene vergadering van aandeelhouders = hier ligt de uiteindelijke
zeggenschap, dit zijn de verschaffers van eigen vermogen
-vaststelling van de jaarrekening
-benoemen van registeraccountant
-benoemen en ontslaan van bestuur
-wijzigen van statuten
-ontbinden van nv