Grondslagen van waardering
De basis van het Nederlandse jaarrekeningenrecht wordt gevormd door Titel 9 Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek.1 Op grond van artikel 2:360 BW zijn de jaarrekeningvoorschriften uit
Titel 9 Boek 2 BW zijn niet van toepassing op de rechtsvorm die 2BSure gekozen heeft.
Echter is het wel toegestaan om gebruik te maken van de bepaling uit Titel 9 Boek 2 BW. De
jaarrekening van 2BSure zal dan ook worden opgesteld op basis van de grondslagen voor
financiële verslaggeving van titel 9 boek 2 BW. De grondslagen voor financiële verslaggeving
vind je terug in de afdelingen 2 tot en met 5 van Titel 9 Boek 2 BW. Hierin staan de
voorschriften voor de balans, winst- en verliesrekening en de toelichting daarop inclusief de
grondslagen van waardering en resultaatbepaling.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen de kostprijs, onder aftrek van lineaire
afschrijvingen gedurende de verwachte gebruiksduur. De kostprijs van een materieel vast
actief bestaat uit de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs en overige kosten om het actief
op zijn plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.3
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen
en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden
toegerekend.4 Voorts kan op grond van artikel 2:388 lid 1 juncto lid 2 BW in de
vervaardigingsprijs worden opgenomen een redelijk van de indirecte kosten en de rente op
schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend.
Liquide middelen
De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Debiteuren
De waardering van de debiteuren geschiedt tegen reële waarde. De reële waarde is op het
moment van transactie veelal gelijk aan de kostprijs.
1
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 1.
2
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 5.
3
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 159.
4
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 159.
De basis van het Nederlandse jaarrekeningenrecht wordt gevormd door Titel 9 Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek.1 Op grond van artikel 2:360 BW zijn de jaarrekeningvoorschriften uit
Titel 9 Boek 2 BW zijn niet van toepassing op de rechtsvorm die 2BSure gekozen heeft.
Echter is het wel toegestaan om gebruik te maken van de bepaling uit Titel 9 Boek 2 BW. De
jaarrekening van 2BSure zal dan ook worden opgesteld op basis van de grondslagen voor
financiële verslaggeving van titel 9 boek 2 BW. De grondslagen voor financiële verslaggeving
vind je terug in de afdelingen 2 tot en met 5 van Titel 9 Boek 2 BW. Hierin staan de
voorschriften voor de balans, winst- en verliesrekening en de toelichting daarop inclusief de
grondslagen van waardering en resultaatbepaling.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen de kostprijs, onder aftrek van lineaire
afschrijvingen gedurende de verwachte gebruiksduur. De kostprijs van een materieel vast
actief bestaat uit de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs en overige kosten om het actief
op zijn plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.3
De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen
en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden
toegerekend.4 Voorts kan op grond van artikel 2:388 lid 1 juncto lid 2 BW in de
vervaardigingsprijs worden opgenomen een redelijk van de indirecte kosten en de rente op
schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend.
Liquide middelen
De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Debiteuren
De waardering van de debiteuren geschiedt tegen reële waarde. De reële waarde is op het
moment van transactie veelal gelijk aan de kostprijs.
1
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 1.
2
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 5.
3
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 159.
4
Prof. Dr. R.L. ter Hoeven RA, C.J.M. Kimenai RA en Drs. C.L. Suurland RA, handboek externe verslaggeving
2021, Wolters Kluwer: Deventer 2021, p. 159.