Les 1 vragen en antwoorden:
1.1 Gunning bedoelt karakterontwikkeling bij de jeugd. Gunning vind dat een school de
jeugd al moet leren hoe de wereld in elkaar steekt, zodat zij later inzien dat het leven
met elkaar samenhangt. Scholen moeten een mindset creeëren bij de jeugd dat alles
met elkaar samenhangt en dat ze in verbondenheid dienen te denken, te leren, te
werken en te leven.’
Studenten dienen flexibeler opgeleid te worden tijdens de studie, niet enkel richten op eigen vakgebied of
specialisatie. Mensen (studenten) dienen bewust gemaakt te worden dat samenwerking tussen verschillende
vakgebieden nodig is voor het leveren van kwaliteit in welke vorm dan ook. Verbondenheid tussen de
verschillende vakgebieden is hierin dan een vereiste.
Maar ook dienen jongeren meer en meer een besef te ontwikkelen dat men elkaar nodig heeft om zaken voor
elkaar te krijgen. Er moet meer gedacht worden in termen van “ik” en “wij” in plaats van “de anderen”.
Meerdere mensen zijn in staat om problemen beter op te lossen dan een enkeling.
7
1.2 Kwaliteit is het voldoen aan de verwachting van de klant. Echter, Als bepaalde
producten deze kwaliteit overtreffen, dan zorgt het er al snel voor dat de verwachting
van de klant verhoogd wordt. Hierdoor voldoet jouw product niet meer aan de dan
geldende standaard en moet de kwaliteit verbeterd worden. Dit brengt een vicieuze
cirkel tot stand, waarin de verwachtingen van de klanten alleen maar stijgen. De
kwaliteit van producten moet steeds mee en daardoor komt aan kwaliteitsverbetering
nooit een eind.
10
1.3 De fasen in het kwaliteitsstreven van organisaties zijn:
1.3.1 Bewustwordingsfase – organisatiegerichtheid: er wordt goedkoop en in grote
hoeveelheden geproduceerd; er is sprake van een functioneel ingerichte
organisatie met veel lijnbevoegdheid. Integrale kwaliteitszorg is nog een
vreemd begrip.
1.3.2 Interne fase – kenmerkt zich door een sterke aandacht voor de organisatie van
processen, met tegelijkertijd een sterke marktbenadering. Deelprocessen
moeten op elkaar worden afgestemd door middel van procesbeheersing en het
management gaat streven naar procesbeheersing.
1.3.3 Integratie fase – de afnemers worden steeds kritischer; er is sprake van een
sterke klantgerichtheid en organisatiegerichtheid. Het gaat om de hele
organisatie en alle medewerkers doen mee. De hele organisatie doet mee met
het verbeteren van de kwaliteit
10
1.4 De integrale kwaliteitszorg van een organisatie wordt gekenschetst doordat iedere
medewerker bij het ontwikkelen en uitvoeren van het kwaliteitsdenken betrokken
moet zijn. Het is een dynamisch proces waar nooit een einde aan komt. Er wordt niet
alleen gelet op de fouten bij de output, maar over het hele proces wordt gekeken naar
manier om het proces te verbeteren om fouten uit te sluiten.
1.1 Gunning bedoelt karakterontwikkeling bij de jeugd. Gunning vind dat een school de
jeugd al moet leren hoe de wereld in elkaar steekt, zodat zij later inzien dat het leven
met elkaar samenhangt. Scholen moeten een mindset creeëren bij de jeugd dat alles
met elkaar samenhangt en dat ze in verbondenheid dienen te denken, te leren, te
werken en te leven.’
Studenten dienen flexibeler opgeleid te worden tijdens de studie, niet enkel richten op eigen vakgebied of
specialisatie. Mensen (studenten) dienen bewust gemaakt te worden dat samenwerking tussen verschillende
vakgebieden nodig is voor het leveren van kwaliteit in welke vorm dan ook. Verbondenheid tussen de
verschillende vakgebieden is hierin dan een vereiste.
Maar ook dienen jongeren meer en meer een besef te ontwikkelen dat men elkaar nodig heeft om zaken voor
elkaar te krijgen. Er moet meer gedacht worden in termen van “ik” en “wij” in plaats van “de anderen”.
Meerdere mensen zijn in staat om problemen beter op te lossen dan een enkeling.
7
1.2 Kwaliteit is het voldoen aan de verwachting van de klant. Echter, Als bepaalde
producten deze kwaliteit overtreffen, dan zorgt het er al snel voor dat de verwachting
van de klant verhoogd wordt. Hierdoor voldoet jouw product niet meer aan de dan
geldende standaard en moet de kwaliteit verbeterd worden. Dit brengt een vicieuze
cirkel tot stand, waarin de verwachtingen van de klanten alleen maar stijgen. De
kwaliteit van producten moet steeds mee en daardoor komt aan kwaliteitsverbetering
nooit een eind.
10
1.3 De fasen in het kwaliteitsstreven van organisaties zijn:
1.3.1 Bewustwordingsfase – organisatiegerichtheid: er wordt goedkoop en in grote
hoeveelheden geproduceerd; er is sprake van een functioneel ingerichte
organisatie met veel lijnbevoegdheid. Integrale kwaliteitszorg is nog een
vreemd begrip.
1.3.2 Interne fase – kenmerkt zich door een sterke aandacht voor de organisatie van
processen, met tegelijkertijd een sterke marktbenadering. Deelprocessen
moeten op elkaar worden afgestemd door middel van procesbeheersing en het
management gaat streven naar procesbeheersing.
1.3.3 Integratie fase – de afnemers worden steeds kritischer; er is sprake van een
sterke klantgerichtheid en organisatiegerichtheid. Het gaat om de hele
organisatie en alle medewerkers doen mee. De hele organisatie doet mee met
het verbeteren van de kwaliteit
10
1.4 De integrale kwaliteitszorg van een organisatie wordt gekenschetst doordat iedere
medewerker bij het ontwikkelen en uitvoeren van het kwaliteitsdenken betrokken
moet zijn. Het is een dynamisch proces waar nooit een einde aan komt. Er wordt niet
alleen gelet op de fouten bij de output, maar over het hele proces wordt gekeken naar
manier om het proces te verbeteren om fouten uit te sluiten.