Doofblindheid
Les 2
Categorieën, oorzaken en gevolgen
Definitie doofblindheid:
Medisch -> doof/slechthorend + blind/slechtziend (je bent doofblind als je het verlies aan het zicht niet kunt
compenseren met het gehoor en andersom.
Doofblindheid
-> congenitale doofblindheid (aangeboren) (5%) (ong. 2000 mensen, ontstaat voor de taalontwikkeling, vaak in
combinatie met andere beperking)
-> Verworven doofblindheid (95%)-> vroegverworven doofblindheid (ong 1000 mensen, na de
taalontwikkeling/in de puberteit, veel van deze mensen kunnen zelfstandig wonen) en
ouderdomsdoofblindheid (na 55e levensjaar, 70.000 mensen)
Oorzaken
Congenitale doofblindheid:
- rubella-infectie (rode hond) moeder
- prematuur (te vroeg geboren, maar ook complicaties bij de geboorte)
- nog veel andere syndromen (wel 70 verschillende)
Vroegverworven doofblindheid:
- syndroom van usher,
- trauma (ongeluk, brughoektumor, medicatie, meningitis)
Ouderdomsdoofblindheid:
door de ouderdom kan je auditief of visueel (of allebei) beperkt raken.
Syndroom van usher (erfelijk):
- Doofheid/slechthorendheid gecombineerd met Retinitis pigmentosa (RP) (aanpassing van zenuwcellen in het
oog)
- Kunnen ook eventueel evenwichtsstoornissen bij komen.
*Eerste symptomen zijn nachtblindheid en overgevoeligheid voor het oog, er is nog geen genezing, maar wel
experimenten met gentherapie.
Type I Type II Type III (komt bijna
(gebarentaalvaardig) (grootste groep, niet voor in NL, m.n. in
kunnen geen Scandinavië)
gebarentaal, praten
vaak)
Gehoor Doof (of zwaar Licht of zwaar Horend geboren, maar
slechthorend) geboren slechthorend geboren progressief
gehoorverlies
Visus RP start vaak voor 10 RP start vaak ‘pas’ na RP start vaak ‘pas’ na
jaar oud de puberteit de puberteit
Evenwicht Uitval Intact Variabel, maar meestal
intact
Doofblindheid heeft gevolgen op gebied van informatie (kennisachterstand, je mist bv. dingen van het
journaal), communicatie (sociale isolatie, mensen om je heen beheersen jouw manier van communiceren niet)
en mobiliteit (afhankelijkheid, met een geleidehond of stok lopen)
*alles kost extra tijd en energie, het zorgt voor vermoeidheid
Les 2
Categorieën, oorzaken en gevolgen
Definitie doofblindheid:
Medisch -> doof/slechthorend + blind/slechtziend (je bent doofblind als je het verlies aan het zicht niet kunt
compenseren met het gehoor en andersom.
Doofblindheid
-> congenitale doofblindheid (aangeboren) (5%) (ong. 2000 mensen, ontstaat voor de taalontwikkeling, vaak in
combinatie met andere beperking)
-> Verworven doofblindheid (95%)-> vroegverworven doofblindheid (ong 1000 mensen, na de
taalontwikkeling/in de puberteit, veel van deze mensen kunnen zelfstandig wonen) en
ouderdomsdoofblindheid (na 55e levensjaar, 70.000 mensen)
Oorzaken
Congenitale doofblindheid:
- rubella-infectie (rode hond) moeder
- prematuur (te vroeg geboren, maar ook complicaties bij de geboorte)
- nog veel andere syndromen (wel 70 verschillende)
Vroegverworven doofblindheid:
- syndroom van usher,
- trauma (ongeluk, brughoektumor, medicatie, meningitis)
Ouderdomsdoofblindheid:
door de ouderdom kan je auditief of visueel (of allebei) beperkt raken.
Syndroom van usher (erfelijk):
- Doofheid/slechthorendheid gecombineerd met Retinitis pigmentosa (RP) (aanpassing van zenuwcellen in het
oog)
- Kunnen ook eventueel evenwichtsstoornissen bij komen.
*Eerste symptomen zijn nachtblindheid en overgevoeligheid voor het oog, er is nog geen genezing, maar wel
experimenten met gentherapie.
Type I Type II Type III (komt bijna
(gebarentaalvaardig) (grootste groep, niet voor in NL, m.n. in
kunnen geen Scandinavië)
gebarentaal, praten
vaak)
Gehoor Doof (of zwaar Licht of zwaar Horend geboren, maar
slechthorend) geboren slechthorend geboren progressief
gehoorverlies
Visus RP start vaak voor 10 RP start vaak ‘pas’ na RP start vaak ‘pas’ na
jaar oud de puberteit de puberteit
Evenwicht Uitval Intact Variabel, maar meestal
intact
Doofblindheid heeft gevolgen op gebied van informatie (kennisachterstand, je mist bv. dingen van het
journaal), communicatie (sociale isolatie, mensen om je heen beheersen jouw manier van communiceren niet)
en mobiliteit (afhankelijkheid, met een geleidehond of stok lopen)
*alles kost extra tijd en energie, het zorgt voor vermoeidheid