kennisclip 1 AFP
Leerdoelen:
- Hoe de celdeling verloopt;
- Wat de begrippen DNA, RNA en genen inhouden;
- Welke risicofactoren van invloed zijn op het ontstaan van carcinomen;
- Hoe een carcinoom ontstaat;
- In welke groepen de verschillende typen van kanker ondergebracht kunnen worden;
- Wat de TNM-classificatie inhoudt;
- Welke onderzoeken bij de diagnostiek van kanker kunnen worden toegepast.
Mitose (van 1 cel naar 2 dezelfde cellen) niet bij geslachtscellen
1. Interfase
- DNA rolt zich op
- Zichtbaar onder lichtmicroscoop
- Chromosoom bestaat uit twee zuster-chromatiden en een centromeer
- Kernmembraan verdwijnt
In een cel 46 chromosomen en 92 chromatiden
2. Profase
- DNA rolt zich verder op
- Celkern verdwijnt helemaal
- Spoellichamen zichtbaar aan uiteinde cel
3. Metafase
- Chromosomen gaan naar midden van cel
- Metavlak (cellen gaan daar op rijtje liggen)
- Trekdraden vanuit spoellichamen
- Hechten zich aan centromeren
4. Anafase
- Zuster-chromatiden niet meer verbonden
(centromeer verdwijnt)
- Trekdraden halen chromatiden naar eigen spoellichaam
- Wanneer chromatiden losgekoppelt worden zijn het chromosomen
- Beide helften hebben zelfde aantal chromosomen
- Beide helften hebben zelfde aantal chromosomen (46) 92 chromosomen
, Kerntaak 1 week 3
kennisclip 1 AFP
5. Telofase
- Spoellichamen verdwijnen
- Nieuwe kern vormt zich
- Chromosomen ontvouwen
6. Cytokinese
- Mitose al klaar
- Ontstaan van twee cellen uit één cel
Meiose (van 1 naar 4 cellen) alleen bij geslachtscellen
1. Interfase
- DNA rolt zich op
- Zichtbaar onder lichtmicroscoop
- Chromosoom bestaat uit twee zuster-chromatiden en een centromeer
- Kernmembraan verdwijnt
- Elke chromosoom gekopieerd 4N
N is het aantal ‘unieke’ chromosomen
Mens 23 2N = 46 van je moeder en van je vader
2. Profase
- DNA rolt zich nog verder op
- Celkern verdwijnt
- Polen zichtbaar aan uiteinde cel
3. Metafase
- Chromosomen gaan naar midden van cel
- Metavlak
- Homologe chromosomenparen liggen onder elkaar
- Trekdraden ontstaan vanuit polen
- Hechten zich aan centromeren
, Kerntaak 1 week 3
kennisclip 1 AFP
4. Anafase
- Homologe chromosomen paren uit elkaar
- Trekdraden halen chromosomen naar eigen pool
- Beide helften hebben zelfde aantal chromosomen (46)
5. Telofase
- Elke kant bevat nu één van de homologe chromosomenparen
- Nieuwe cel vormt zich
2x 2N
Carcinoom
Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziekten. Al deze verschillende
soorten kanker hebben één gemeenschappelijk kenmerk: een ongeremde deling van
lichaamscellen.
Metaplasia (meta = naast)
Is een reversibele verandering van de ene celtype naar het andere celtype. Dus een reactie van het
lichaam op bijv. fysiologische prikkels die dus beter om kunnen gaan met de verandering van de
omgeving.
Dysplasia (dys = slecht)
Nog niet kwaadaardig, maar kan het wel worden. Er is schade verricht, zou normaal weefsel kunnen
worden, maar kan ook kwaadaardig worden.
Neoplasia (neoplasia = nieuwvorming)
Nieuwe groei, cellen die zelfstandig delen, zelfsturend zijn, ongevoelig zijn voor remmende
signalen, sterven niet meer af. Ook kunnen ze bepaalde chemische reactie uitwisselen, zodat
omliggende bloedvaatjes kunnen splitsen, zodat ze genoeg zuurstof krijgen en genoeg
voedingstoffen krijgen om zo goed te blijven groeien. Kan genetisch zijn, maar ook door prikkels
worden beïnvloed en ook kan het spontaan ontstaan. Tumorsupresor gene die lossen meestal
foutjes op in gene, maar doordat daar zelf foutjes in zitten kunnen ze normale cellen niet
doodmaken en zo krijg je ongecontroleerde groei.
, Kerntaak 1 week 3
kennisclip 1 AFP
Stadia van carcinoom en metastaseren