Structuren van het bot
Het menselijk is een levend weefsel. Het bevat veel gangetjes en gaatjes en
overal liggen cellen in het botmateriaal ingekapseld: de osteocyten.
Als het bot kunstmatig wordt ontkalkt, behoudt het bot met enkel collageen wel
zijn vorm, maar wordt het zeer buigzaam. Als het collageen kunstmatig uit het
bot wordt gehaald, wordt het bot zeer poreus.
De botstructuur is afhankelijk van de plaats in het lichaam. Of een bot uit
spongiosa of compacta bestaat, hangt samen met de eisen die plaatselijk aan het
skelet worden gesteld.
Er zijn twee soorten botweefsel:
1. Massief bot -> corticaal bot/ compacta
Botstukken die met name belast wordt met buig- en rotatie krachten
bestaan uit compacta, omdat compacta een grote weerstand heeft tegen
vervorming en inwerking van deze krachten
De schachten zijn hol, omdat het sterker is dan een
massieve staaf en daarnaast worden de holten op deze
manier benut door het bloedvormende systeem.
2. Sponsachtig bot -> trabeculair bot/ spongiosa
Botstukken die met name belast wordt met compressie
bestaan uit spongiosa, omdat spongiosa inwerkende
compressiekrachten uitstekend kan absorberen.
Spongiosa heeft een opmerkelijke structuur, waarin
verbindende balkjes, trabiculae, gerangschikt liggen in
de richting van de inwerkende krachten.
Botvormende cellen
Inwerkende krachten op het bot bepalen de vorm en de sterkte ervan. Botten die
groeien door een toenemende mechanische belasting, dienen zich aan te passen
aan de inwerkende krachten (functionele adaptatie). Histologisch worden er vier
typen botcellen beschreven:
1. Bone lining: rustende cellen aan botoppervlak
2. Osteoblasten: botbouwers
3. Osteoclasten: botafbrekers
4. Osteocyten: mechanosensoren die de botkwaliteit bewaken en de
botvorming regelen
Osteoblasten, osteoclasten en osteocyten bepalen gezamenlijk de vorm en de
sterkte van het bot in overeenstemming met lokale eisen. Osteoblasten houden
de balans van botaanmaak en botafbraak in evenwicht door de aanmaak ten
minste gelijk te houden aan de afbraak van botweefsel. Deze processen worden
door zowel lokale factoren, als door hormonale factoren geregeld.
Osteoblasten en osteocyten