Fibroblasten, de bindweefselvormende cel in het lichaam, zijn voortdurend
bezig met de aanmaak van bouwstoffen en de vorming van bindweefsel. Op deze
manier kan het bindweefsel zich aanpassen aan de mechanische krachten.
Na een bindweefselbeschadiging zijn de fibroblasten intensief betrokken bij het
herstel. Het ontstekingsproces activeert de fibroblasten, waarna ze zich
vermenigvuldigingen tot een littekenweefsel. Om de fibroblasten te informeren
over de kwaliteit en de kwantiteit van de eiwitproductie, is het belangrijk om de
fibroblasten veelvuldig, maar zonder trekkracht te mobiliseren.
De type bindweefsels zijn te karakteriseren op basis van
de hoeveelheid vezels en cellen gerangschikt in gel. De
combinatie van gel en vezels is de structurerende
substantie van bindweefsel en wordt aangeduid als
extracellulaire matrix (ECM). De matrix heeft een
complexe rol bij het gedrag van de cellen die zich erin
bevinden.
Bij een lage productie is de cel slank, maar als de
fibroblast zwaardere prikkels ontvangt, worden de
fibroblasten sterk geactiveerd en zal de cel opzwellen.
Als de vraag naar bindweefselaanmaak de capaciteit te
boven gaat, zullen de fibroblasten door celdeling snel in
aantal toenemen.
- Fysieke belasting > Mechanische vervorming
- Ontstekingsprocessen > alarm en signaalmoleculen
Aanmaak van collagene vezels
Collageen is een complex eiwit. Die bestaan uit procollagene moleculen, ook
wel tropocollageen genoemd. Actieve fibroblasten hebben instulpingen in hun
celmembraan. In die holten vormen de procollagene moleculen, fibrillen. Die
uiteindelijk tot bundels en later de collagene bindweefselvezels vormen.
De vorming van collagene vezels d.m.v. fibrillen zorgen dat de vezels trekvast
zijn. Deze eigenschap zorgt er echter voor dat de collagene vezels zullen
scheuren zodra er maar een klein percentage verlenging ontstaat.
Elastine, de vervormbare bindweefselvezel
Naast collageen maakt de fibroblast ook elastine uit de bouwsteen tropo-
elastine. Elastine zorgt als rekbare vertakte vezel in het weefsel voor
vormherstel.
Elastine kun je herkennen aan de willekeurige verdeling van de tropo-elastine in
de vezels, het egale uiterlijk en de opbouw uit hydrofobe – ongeladen
aminozuren. De elastine is dus moeilijk oplosbaar in water en bindt niet zoals de
collageen geladen aan de proteoglycanen.
Bij de vorming van elastinevezels verschijnen eerst de fibrilline, waarna elastine
zich in de bundels fibrilline af zet. Op latere leeftijd kan een neerslag van
calciumfosfaat er voor zorgen dat de elasticiteit in de vezels afneemt. Er
rimpels ontstaan – bloeddruk verhoogt.