Veredelen
2
Finishing:
alle
processen
die
nodig
zijn
om
het
textiel
de
gewenste
eigenschappen
te
geven.
KALANDEREN
Kalanderen:
Door
middel
van
hoge
mechanische
druk
bepaalde
effecten
aan
het
doek
geven.
Effecten:
Oppervlaktegladheid
met
glans
Greepverandering
Minder
luchtdoorlatendheid
Reliëf
Hoe:
2
of
meer
verschillende
walsen.
(harde
en
zachte
wals)
Invloed
op
het
resultaat:
Druk
van
de
walsen,
temperatuur,
snelheid,
walsen
volgorde,
type
wals
Welk
textiel:
veel
bij
cellulose
en
vezelgarens
(katoen)
Wol:
word
niet
gekalanderd
maar
geperst.
Linnen:
mangel
of
chasing
kalander
Gaufreren:
Viscose,
acetaat,
PolyAmide,
Polyester
3
Soorten
kalanders:
Rolkalander:
Omtreksnelheid
walsen
is
gelijk.
Doelen:
-‐
verdichting
van
het
weefsel
-‐
2
elastische
walsen:
mattering
en
volle
zachte
greep
-‐
Hard(verwarmd)
en
elastische
wals:
glanseffect
Frictiekalander:
Minimaal
3
walsen
met
snelheidsverschil.
-‐
Glans
of
chintzkalander
-‐
harde
wals
(verwarmd)
en
een
frictie
tegen
elastische
wals:
glans
-‐
impregneren
met
chemicaliën:
hoogglans/permanent
(chintzen)
Reliëf
of
Prägekalander:
Gaufreerkalander.
-‐
Vlak
of
glad
effect:
Een
harde
gegraveerde
wals
en
één
elastische
wals
(schreiner
effect)
-‐
Reliëf
of
rapport:
één
harde
gegraveerde
wals
loopt
als
negatief
in
elastische
wals
(embossings)
Nipcowals:
verdeeld
de
druk
gelijk
over
het
doek.
(d.m.v.
oliekamers)
Wasecht
kalander
effect:
Impregneren
met
hars
>
Drogen
>
Kalanderen
>
Bakken
Persen:
(alleen
bij
wol)
gesloten
en
glad
oppervlak.
Word
in
een
kom
gedaan.
Schuren:
Garens
oppervlakkig
kapot
schuren.
Wals
met
schuurpapier
-‐
geeft
zacht/suède
effect
-‐
effect
bepaald
door
de
fijnheid
van
het
papier
en
de
herhaling
-‐
materialen
geschikt
voor
schuren:
twill,
kettingkeper,
microfilament,
zijde
coatings
-‐
kan
als
nabewerking
en
voorbewerking(voor
ruwen)
1
, RUWEN
Ruwen:
de
vezels
worden
door
scherpe
haakjes
uit
het
garenverband
getrokken.
Eigenschappen:
-‐
isolerend
vermogen
-‐
vocht
opnemend
vermogen
-‐
wolachtig
uiterlijk
geven
-‐
verdoezelen
van
minder
fraai
garen.
1cm
lang.
-‐
bescherming
tegen
vuil/stof
Onder
hoek
van
45°
Gebruikt
voor:
-‐
velours:
met
vleug
voor
stoelbekleding
>
pletbestendig
Aanruwen:
licht
ruwen
(trommelen)
Uitruwen:
vaker
ruwen
(zwaar
ruwen)
Inruwen:
gewichtsverlies
bij
uitruwen.
Inslagkeper:
dikke
garens
met
weinig
twist
Wol
word
vochtig
geruwd.
Katoen
droog.
Hoe
sneller
de
tamboer
draait
hoe
minder
het
ruweffect.
Streek
en
tegenstreek
ruw
wals:
Streek:
Haakjes
met
doekrichting
mee
Tegenstreek:
Haakjes
tegen
doekrichting
in.
Contra
ruwen:
Doekrichting
tegengesteld
in
tamboer
Streek
ruwen:
alleen
streekwalsen
(verfilzen)
Geruwde
stoffen:
Flanel:
vocht
opnemend,
katoen
Dekens:
isolerend
vermogen
Mousseline:
wolachtig
uiterlijk
Peau
de
pêche:
verfraaiing
van
het
weefsel
(velour
dammast)
Overall
stof:
bescherming
tegen
vuil.
Brushed
Nylon:
filamentgaren
(kettingkeper)
Krassen:
Bijna
hetzelfde
als
een
ruw
wals.
Echter
zijn
dit
rechte
haakjes
van
5cm
lang.
-‐
fluweel/vleugeffect.
Tumbler:
Drogen
met
behulp
van
warme
lucht.
(discontinu
proces)
Gevolg:
Zachter
doek
Afgewassen
uiterlijk
2
2
Finishing:
alle
processen
die
nodig
zijn
om
het
textiel
de
gewenste
eigenschappen
te
geven.
KALANDEREN
Kalanderen:
Door
middel
van
hoge
mechanische
druk
bepaalde
effecten
aan
het
doek
geven.
Effecten:
Oppervlaktegladheid
met
glans
Greepverandering
Minder
luchtdoorlatendheid
Reliëf
Hoe:
2
of
meer
verschillende
walsen.
(harde
en
zachte
wals)
Invloed
op
het
resultaat:
Druk
van
de
walsen,
temperatuur,
snelheid,
walsen
volgorde,
type
wals
Welk
textiel:
veel
bij
cellulose
en
vezelgarens
(katoen)
Wol:
word
niet
gekalanderd
maar
geperst.
Linnen:
mangel
of
chasing
kalander
Gaufreren:
Viscose,
acetaat,
PolyAmide,
Polyester
3
Soorten
kalanders:
Rolkalander:
Omtreksnelheid
walsen
is
gelijk.
Doelen:
-‐
verdichting
van
het
weefsel
-‐
2
elastische
walsen:
mattering
en
volle
zachte
greep
-‐
Hard(verwarmd)
en
elastische
wals:
glanseffect
Frictiekalander:
Minimaal
3
walsen
met
snelheidsverschil.
-‐
Glans
of
chintzkalander
-‐
harde
wals
(verwarmd)
en
een
frictie
tegen
elastische
wals:
glans
-‐
impregneren
met
chemicaliën:
hoogglans/permanent
(chintzen)
Reliëf
of
Prägekalander:
Gaufreerkalander.
-‐
Vlak
of
glad
effect:
Een
harde
gegraveerde
wals
en
één
elastische
wals
(schreiner
effect)
-‐
Reliëf
of
rapport:
één
harde
gegraveerde
wals
loopt
als
negatief
in
elastische
wals
(embossings)
Nipcowals:
verdeeld
de
druk
gelijk
over
het
doek.
(d.m.v.
oliekamers)
Wasecht
kalander
effect:
Impregneren
met
hars
>
Drogen
>
Kalanderen
>
Bakken
Persen:
(alleen
bij
wol)
gesloten
en
glad
oppervlak.
Word
in
een
kom
gedaan.
Schuren:
Garens
oppervlakkig
kapot
schuren.
Wals
met
schuurpapier
-‐
geeft
zacht/suède
effect
-‐
effect
bepaald
door
de
fijnheid
van
het
papier
en
de
herhaling
-‐
materialen
geschikt
voor
schuren:
twill,
kettingkeper,
microfilament,
zijde
coatings
-‐
kan
als
nabewerking
en
voorbewerking(voor
ruwen)
1
, RUWEN
Ruwen:
de
vezels
worden
door
scherpe
haakjes
uit
het
garenverband
getrokken.
Eigenschappen:
-‐
isolerend
vermogen
-‐
vocht
opnemend
vermogen
-‐
wolachtig
uiterlijk
geven
-‐
verdoezelen
van
minder
fraai
garen.
1cm
lang.
-‐
bescherming
tegen
vuil/stof
Onder
hoek
van
45°
Gebruikt
voor:
-‐
velours:
met
vleug
voor
stoelbekleding
>
pletbestendig
Aanruwen:
licht
ruwen
(trommelen)
Uitruwen:
vaker
ruwen
(zwaar
ruwen)
Inruwen:
gewichtsverlies
bij
uitruwen.
Inslagkeper:
dikke
garens
met
weinig
twist
Wol
word
vochtig
geruwd.
Katoen
droog.
Hoe
sneller
de
tamboer
draait
hoe
minder
het
ruweffect.
Streek
en
tegenstreek
ruw
wals:
Streek:
Haakjes
met
doekrichting
mee
Tegenstreek:
Haakjes
tegen
doekrichting
in.
Contra
ruwen:
Doekrichting
tegengesteld
in
tamboer
Streek
ruwen:
alleen
streekwalsen
(verfilzen)
Geruwde
stoffen:
Flanel:
vocht
opnemend,
katoen
Dekens:
isolerend
vermogen
Mousseline:
wolachtig
uiterlijk
Peau
de
pêche:
verfraaiing
van
het
weefsel
(velour
dammast)
Overall
stof:
bescherming
tegen
vuil.
Brushed
Nylon:
filamentgaren
(kettingkeper)
Krassen:
Bijna
hetzelfde
als
een
ruw
wals.
Echter
zijn
dit
rechte
haakjes
van
5cm
lang.
-‐
fluweel/vleugeffect.
Tumbler:
Drogen
met
behulp
van
warme
lucht.
(discontinu
proces)
Gevolg:
Zachter
doek
Afgewassen
uiterlijk
2