samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 5
keer goed door te lezen
Biologie Samenvatting per dag, Herhaal dit 2
t/m 5 keer. Succes met
het leren.
Par. 1.1 Stofwisseling
Bladgroenkorrels zetten koolstofdioxide en water om in glu
cose.
Daarvoor is energie nodig. Die energie komt uit zonlicht.
Fotosynthese =
water + koolstofdioxide + energie → glucose + zuurstof
– Glucose is een energierijke stof.
Cellen gebruiken glucose als energiebron. Bij de afbraak van
glucose komt de opgeslagen energie vrij. De energie die
vrijkomt, wordt gebruikt voor de stofwisseling in de cel. De
afbraak van glucose gebeurt in mitochondriën.
Par 1.2 Verbranding
De afbraak van glucose in cellen noem je verbranding. Glucose is de
meest gebruikte brandstof in cellen. Bij verbranding komt energie vrij,
bijv. beweging en warmte. In alle cellen van organismen vindt
verbranding plaats. Verbranding vindt voortdurend plaats, dag en
nacht. Je energiebehoefte is o.a. afhankelijk van je lichamelijke
inspanning. Hoe groter de lichamelijke inspanning, hoe meer
verbranding er plaatsvindt. Er is dan meer brandstof en zuurstof
nodig. Ook ontstaan er meer afvalstoffen. Organen zoals de longen en
het hart werken dan harder. Voor de verbranding van een brandstof is
zuurstof nodig. Verbranding in een cel: glucose + zuurstof → water +
koolstofdioxide + energie
Par 1.3 Het ademhalingsstelsel
Het ademhalingsstelsel bestaat voor een groot deel uit buisjes die zijn
bekleed met slijmvlies. Aan het slijm blijven ziekteverwekkers en
stofdeeltjes plakken. Trilharen transporteren het slijm naar de
keelholte waar het wordt ingeslikt.
Neusholte: Neusharen houden grote stofdeeltjes tegen.
Binnenstromende lucht wordt door het neusslijmvlies verwarmd en
vochtig gemaakt. Het reukzintuig keurt de binnenstromende lucht.
Keelholte: hierin bevinden zich de huig en het strotklepje. Bij het
ademhalen staan de huig en het strotklepje open. Bij het slikken sluit
de huig de neusholte af en sluit het strotklepje de luchtpijp af.
Verslikken: het strotklepje sluit de luchtpijp niet af tijdens het
slikken.
Luchtpijp en bronchiën: De wand is verstevigd door
hoefijzervormige kraakbeenringen die de luchtpijp openhouden. De
luchtpijp vertakt zich in bronchiën die met kraakbeenringen zijn
verstevigd.
Luchtpijptakjes: vertakkingen van de bronchiën. De wanden van de
kleine luchtpijptakjes bevatten spiertjes. Aan het uiteinde van de