Achtergrond bij het nieuws Blok
A aantekeningen
HOORCOLLEGE 1: Macht in Europa
- Historische context en achtergrond
- Algemene kennis (over buitenland)
- Bijvoorbeeld: Brexit
- Belangrijke thema’s en vraagstukken in zowel de Europese samenleving als het wereldtoneel
- 2 keer een multiple choice toets (uitslag als ‘bewijsstuk kennis’ in portfolio)
- Toetsstof: Literatuur+ PowerPoints over Europa
- 140 uur studiebelasting (7u per week+ zelfstudie)
- Opzet hoorcolleges:
- 1 macht in Europa
- 2: De euro & de financiële crisis
- 3: Immigratie
- 4: Populisme + opstand in Oost-Europa
- 5: Brexit
- 6: EU-uitbreiding
- 7: Europa & corona
- Brussel: Europees machtscentrum
- 100.000 expats uit de EU-landen
- 5000 diplomaten
- 30.000 lobbyisten
- 1500 journalisten
- Toch nog niet aantrekkelijk voor mediapubliek
- Grote belangen maar weinig politiek theater
- Probeer een keer een EU-gerelateerd item te maken om Brussel dichter bij je doelgroep te
brengen
- Waar is de EU wel/niet verantwoordelijk voor?
Wanneer ligt iets aan “Brussel”?
- Wees als journalist kritisch op politici die dingen op Brussel afschuiven
- EU is ontstaan als reactie op WOII
- Ook om Duitsland in te kapselen (het militaire en economische “monster Duitsland
temmen”)
- Frankrijk en Duitsland 2 belangrijkste machtscentra
- VS Eiste Europese samenwerking bij besteding Marshall Plan
- Eerste Europese samenwerking: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1950)
- Geestelijk vader van de EU: Topbureaucraat Jean Monnet
- Economische samenwerking i.p.v. militaire strijd
- Eerste EU-landen: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië
, - 1968: Douane Unie
- Interne markt 1987: Single European Act
- Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen
- 1992: EEG wordt EU
- Meer dan een economisch blok
- Gezamenlijk buitenland beleid
- Gezamenlijk beleid op het terrein van justitie en veiligheid (bijvoorbeeld Interpol)
- De eerste stappen naar gemeenschappelijke munt (Euro werd ingevoerd in 2001)
- Gezamenlijk machtsblok met meer dan 500 miljoen inwoners
- Werkt grote Amerikaanse bedrijven zoals Apple en Amazon tegen met boetes
- EU-standaarden in de rest van de wereld gekopieerd
- Enthousiasme EU neemt af:
Koopkracht stijgt maar is niet overal goed verdeeld
- De Euro niet overal enthousiast ontvangen
- Aanpak crises (financieel en corona)
- Kiezersopkomst Europees van 62% in 1979 naar 45% in 2004
- Uitgesproken voorstanders EU van 1991 tot 49% in 2000
- Keerzijde Europese integratie:
EU bemoeit zich overal mee
- Bureaucratie met neiging het werkterrein telkens weer verder uit te breiden.
- Geen duidelijke grenzen en remmen in het almaar uitdijende Europese project
- Zonder duidelijke zeggenschap van Europese burgers
- Veel Europese regelingen gevolg van botsende belangen van lidstaten
- Botsing tussen het “Europa van de bureaucraten” en het “Europa van de burgers”
- 2005: NEE TEGEN EUROPESE GRONDWET (historisch breekpunt)
- Burgers Nederland en Frankrijk stemden tegen
- Niet bereid om nog meer soevereiniteit over te dragen aan Brussel
- EU niet al te democratisch
- Tegelijkertijd uitbreiding met 10 nieuwe lidstaten (bijna een verdubbeling)
- Meer bevoegdheden voor Europees Parlement
- Voorzitter Europese raad gekozen door Europees Parlement
- Minder politieke integratie (tegenstrijdig met meer financiële integratie)
- Verdrag van Lissabon 2007
- De grondwet werd niet getekend maar het ging toch door in de vorm van een verdrag
- Veel losse onderdelen van Europese integratie aaneengesmeed
- Er kwam een vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken
- Europese raad kreeg vaste voorzitter
-
HOORCOLLEGE 2: De euro & financiële crisis
- De 21e eeuw:
- EU Rond eeuwwisseling grootste handelsblok ter wereld
- Grootste consumentenmarkt
- Rusland geen gevaar meer
- Vrede en veiligheid solide verankerd
- Bondgenootschap met VS vanzelfsprekend
A aantekeningen
HOORCOLLEGE 1: Macht in Europa
- Historische context en achtergrond
- Algemene kennis (over buitenland)
- Bijvoorbeeld: Brexit
- Belangrijke thema’s en vraagstukken in zowel de Europese samenleving als het wereldtoneel
- 2 keer een multiple choice toets (uitslag als ‘bewijsstuk kennis’ in portfolio)
- Toetsstof: Literatuur+ PowerPoints over Europa
- 140 uur studiebelasting (7u per week+ zelfstudie)
- Opzet hoorcolleges:
- 1 macht in Europa
- 2: De euro & de financiële crisis
- 3: Immigratie
- 4: Populisme + opstand in Oost-Europa
- 5: Brexit
- 6: EU-uitbreiding
- 7: Europa & corona
- Brussel: Europees machtscentrum
- 100.000 expats uit de EU-landen
- 5000 diplomaten
- 30.000 lobbyisten
- 1500 journalisten
- Toch nog niet aantrekkelijk voor mediapubliek
- Grote belangen maar weinig politiek theater
- Probeer een keer een EU-gerelateerd item te maken om Brussel dichter bij je doelgroep te
brengen
- Waar is de EU wel/niet verantwoordelijk voor?
Wanneer ligt iets aan “Brussel”?
- Wees als journalist kritisch op politici die dingen op Brussel afschuiven
- EU is ontstaan als reactie op WOII
- Ook om Duitsland in te kapselen (het militaire en economische “monster Duitsland
temmen”)
- Frankrijk en Duitsland 2 belangrijkste machtscentra
- VS Eiste Europese samenwerking bij besteding Marshall Plan
- Eerste Europese samenwerking: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1950)
- Geestelijk vader van de EU: Topbureaucraat Jean Monnet
- Economische samenwerking i.p.v. militaire strijd
- Eerste EU-landen: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië
, - 1968: Douane Unie
- Interne markt 1987: Single European Act
- Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen
- 1992: EEG wordt EU
- Meer dan een economisch blok
- Gezamenlijk buitenland beleid
- Gezamenlijk beleid op het terrein van justitie en veiligheid (bijvoorbeeld Interpol)
- De eerste stappen naar gemeenschappelijke munt (Euro werd ingevoerd in 2001)
- Gezamenlijk machtsblok met meer dan 500 miljoen inwoners
- Werkt grote Amerikaanse bedrijven zoals Apple en Amazon tegen met boetes
- EU-standaarden in de rest van de wereld gekopieerd
- Enthousiasme EU neemt af:
Koopkracht stijgt maar is niet overal goed verdeeld
- De Euro niet overal enthousiast ontvangen
- Aanpak crises (financieel en corona)
- Kiezersopkomst Europees van 62% in 1979 naar 45% in 2004
- Uitgesproken voorstanders EU van 1991 tot 49% in 2000
- Keerzijde Europese integratie:
EU bemoeit zich overal mee
- Bureaucratie met neiging het werkterrein telkens weer verder uit te breiden.
- Geen duidelijke grenzen en remmen in het almaar uitdijende Europese project
- Zonder duidelijke zeggenschap van Europese burgers
- Veel Europese regelingen gevolg van botsende belangen van lidstaten
- Botsing tussen het “Europa van de bureaucraten” en het “Europa van de burgers”
- 2005: NEE TEGEN EUROPESE GRONDWET (historisch breekpunt)
- Burgers Nederland en Frankrijk stemden tegen
- Niet bereid om nog meer soevereiniteit over te dragen aan Brussel
- EU niet al te democratisch
- Tegelijkertijd uitbreiding met 10 nieuwe lidstaten (bijna een verdubbeling)
- Meer bevoegdheden voor Europees Parlement
- Voorzitter Europese raad gekozen door Europees Parlement
- Minder politieke integratie (tegenstrijdig met meer financiële integratie)
- Verdrag van Lissabon 2007
- De grondwet werd niet getekend maar het ging toch door in de vorm van een verdrag
- Veel losse onderdelen van Europese integratie aaneengesmeed
- Er kwam een vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken
- Europese raad kreeg vaste voorzitter
-
HOORCOLLEGE 2: De euro & financiële crisis
- De 21e eeuw:
- EU Rond eeuwwisseling grootste handelsblok ter wereld
- Grootste consumentenmarkt
- Rusland geen gevaar meer
- Vrede en veiligheid solide verankerd
- Bondgenootschap met VS vanzelfsprekend