ECONOMIE
(BEDRIJFSECONOMIE)
Blok 5, Technologie en innovatie
4 NOVEMBER 2019
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM
Beleid en Management van de Gezondheidszorg
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Inhoud
Colleges + Tutorgroepen Economie (Bedrijfseconomie) ......................................................................... 2
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten) .................................... 2
5.9.1 Tutorgroep: Bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag .................................................. 7
5.9.2 College: Bedrijfseconomie, investeringsselectie (H. van Elten) ............................................... 10
5.9.4 Tutorgroep: Bedrijfseconomie, investeringsselectie ................................................................. 15
Literatuur Economie (Bedrijfseconomie) .............................................................................................. 19
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten) – 2 hoofdstukken ..... 19
5.9.2 College: Bedrijfseconomie, investeringsselectie – 1 hoofdstuk, 1 artikel ................................. 27
Pagina 1 van 34
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Colleges + Tutorgroepen Economie (Bedrijfseconomie)
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten)
HEEZEN (2019)
Leerdoelen:
- Een kosten- en opbrengstenraming opstellen ten behoeve van een investeringsplan voor de aanschaf van nieuwe
technologieën en innovaties.
Management accounting: het ‘produceren’ van management informatie (zoals budgetten,
kostprijzen of kengetallen).
Kosten/offers die vermijdelijk zijn, zijn verspilling.
Offers = onvermijdelijke kosten + verspillingen.
Kosten definitie: de in geld gemeten (onvermijdelijke) opgeofferde waarden aan ingezette schaarse
productiemiddelen.
Uitgaven: moment van aankoop staat centraal (waardevermindering kas).
Kosten: moment van gebruik staat centraal (waardevermindering vermogen).
De momenten hiervan kunnen verschillen.
Opportuniteitskosten (alternatieve kosten) = kosten gelijk aan baten, die verloren gaan door het niet
uitvoeren van het beste alternatief.
Je had in dit geval iets anders met je geld kunnen doen. Je hebt geïnvesteerd in A, maar niet in B
(want daar heb je het geld niet voor). Je mist nu de opbrengsten van de investering in B. Als B meer
had opgeleverd dan A, zijn de gemiste opbrengsten opportuniteitskosten.
Kosten van duurzame productiemiddelen
Kosten:
- Afschrijvingen (waarde vermindering)
- Kosten vermogensbeslag (rente), afhankelijk van eigen of vreemd vermogen
- Complementaire kosten (bijkomende kosten aan energie, onderhoud, grond- en hulpstoffen,
arbeid etc.)
(Economische) waarde productiemiddel:
- Historische waarde (oorspronkelijke aanschafprijs)
- Vervangingswaarde (huidige aanschafprijs)
Directe opbrengstwaarde productiemiddel, prijs die bij verkoop wordt verkregen:
- Liquidatiewaarde (bij voortijdige beëindiging),
▪ ‘van 0’ betekent dat het product wordt gehouden, maar niet meer wordt gebruikt
▪ Positieve waarde: op marktplaats wordt hij verkocht met deze waarde
- Restwaarde (bij voltooiing economische levensduur)
Pagina 2 van 34
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Afschrijvingen + rente
Vaste of constante kosten:
- Vast percentage van de aanschafprijs, lineaire afschrijving met 2 opties voor rente
▪ Rente over de gemiddelde boekwaarde
▪ Rente over de actuele boekwaarde
- Vast percentage van de actuele boekwaarde voor zowel afschrijvingen als rente
Pagina 3 van 34
(BEDRIJFSECONOMIE)
Blok 5, Technologie en innovatie
4 NOVEMBER 2019
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM
Beleid en Management van de Gezondheidszorg
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Inhoud
Colleges + Tutorgroepen Economie (Bedrijfseconomie) ......................................................................... 2
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten) .................................... 2
5.9.1 Tutorgroep: Bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag .................................................. 7
5.9.2 College: Bedrijfseconomie, investeringsselectie (H. van Elten) ............................................... 10
5.9.4 Tutorgroep: Bedrijfseconomie, investeringsselectie ................................................................. 15
Literatuur Economie (Bedrijfseconomie) .............................................................................................. 19
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten) – 2 hoofdstukken ..... 19
5.9.2 College: Bedrijfseconomie, investeringsselectie – 1 hoofdstuk, 1 artikel ................................. 27
Pagina 1 van 34
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Colleges + Tutorgroepen Economie (Bedrijfseconomie)
5.8.6 College: bedrijfseconomie, kostensoorten en jaarverslag (H. van Elten)
HEEZEN (2019)
Leerdoelen:
- Een kosten- en opbrengstenraming opstellen ten behoeve van een investeringsplan voor de aanschaf van nieuwe
technologieën en innovaties.
Management accounting: het ‘produceren’ van management informatie (zoals budgetten,
kostprijzen of kengetallen).
Kosten/offers die vermijdelijk zijn, zijn verspilling.
Offers = onvermijdelijke kosten + verspillingen.
Kosten definitie: de in geld gemeten (onvermijdelijke) opgeofferde waarden aan ingezette schaarse
productiemiddelen.
Uitgaven: moment van aankoop staat centraal (waardevermindering kas).
Kosten: moment van gebruik staat centraal (waardevermindering vermogen).
De momenten hiervan kunnen verschillen.
Opportuniteitskosten (alternatieve kosten) = kosten gelijk aan baten, die verloren gaan door het niet
uitvoeren van het beste alternatief.
Je had in dit geval iets anders met je geld kunnen doen. Je hebt geïnvesteerd in A, maar niet in B
(want daar heb je het geld niet voor). Je mist nu de opbrengsten van de investering in B. Als B meer
had opgeleverd dan A, zijn de gemiste opbrengsten opportuniteitskosten.
Kosten van duurzame productiemiddelen
Kosten:
- Afschrijvingen (waarde vermindering)
- Kosten vermogensbeslag (rente), afhankelijk van eigen of vreemd vermogen
- Complementaire kosten (bijkomende kosten aan energie, onderhoud, grond- en hulpstoffen,
arbeid etc.)
(Economische) waarde productiemiddel:
- Historische waarde (oorspronkelijke aanschafprijs)
- Vervangingswaarde (huidige aanschafprijs)
Directe opbrengstwaarde productiemiddel, prijs die bij verkoop wordt verkregen:
- Liquidatiewaarde (bij voortijdige beëindiging),
▪ ‘van 0’ betekent dat het product wordt gehouden, maar niet meer wordt gebruikt
▪ Positieve waarde: op marktplaats wordt hij verkocht met deze waarde
- Restwaarde (bij voltooiing economische levensduur)
Pagina 2 van 34
, Economie (Bedrijfseconomie) | Joyce Rommens
Afschrijvingen + rente
Vaste of constante kosten:
- Vast percentage van de aanschafprijs, lineaire afschrijving met 2 opties voor rente
▪ Rente over de gemiddelde boekwaarde
▪ Rente over de actuele boekwaarde
- Vast percentage van de actuele boekwaarde voor zowel afschrijvingen als rente
Pagina 3 van 34