NaSk 2: samenvatting H1 “stoffen”
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stofeigenschappen Homogeen en heterogeen
→ waaraan je een stof kunt herkennen: mengsel
➔ geur; Homogeen → de bestanddelen van
➔ smaak; een stof kun je niet
➔ brandbaarheid; meer onderscheiden
➔ doorzichtigheid; van elkaar
➔ hardheid; Heterogeen → de bestanddelen van
➔ kookpunt; een stof kun je
➔ smeltpunt; herkennen
➔ fase.
Massa, volume en vorm zijn geen Legeringen
stofeigenschappen. Legering → een mengsel van
metalen (homogeen)
Gevarensymbolen
Binas bron 31 en 39 Binas bron 37
Zuivere stoffen en mengsels Schuim, rook en nevel
Zuivere stof → een stof die bestaat uit Schuim → een mengsel van gas
een soort molecuul dat fijn verdeeld is in
Mengsel → een stof die bestaat uit een vloei of vaste stof
meerdere soorten Rook → een mengsel van
moleculen kleine vaste deeltjes in
een gas
Nevel → een mengsel van een
vloeistof die fijn
verdeeld is in een gas
Massapercentage berekenen
Formule: massa% = massadeel :
massatotaal x 100
Suspensie, oplossing en emulsie
Suspensie → twee stoffen die niet
Voorbeeld: In 250 g drop zit 145 g
mengen
suiker. Bereken het massa% suiker.
Oplossing → twee stoffen die
mengen
Gegeven → massadeel = 145 g;
Emusie → een troebel mengsel
massatotaal = 250
van vloeistoffen
Gevraagd → massa% suiker
Formule → massa% = massadeel :
Emulgator → een stof die zorgen dat
massatotaal x 100
twee vloeistoffen die
Berekening → massa% = 145 : 250 x
doorgaans niet
100 = 58%
mengen, dat nu wel
Antwoord → massa% = 58% suiker
doen