Samenvatting H8 – Onderzoeksvaardigheden
Kerntaken uit de handelingscyclus van de IVK’er:
- Signaleren
- Analyseren
- Ontwerpen
- Implementeren
- Evalueren
Kerntaken uit het veiligheidsdomein van de IVK’er:
- Goed kunnen waarnemen (zodat je een onveilige situatie herkent).
- De complexiteit van het probleem in stukken hakken en samenhang met andere
zaken kunnen zien (je bekijkt de situatie als onderdeel van een groter geheel).
- Je verbeelding gebruiken (je kunt je voorstellen wat er vervolgens allemaal zou
kunnen gaan gebeuren).
- Nieuwsgierig zijn (je wilt weten hoe het echt zit, zoekt informatie en ontdekt hoe
andere met vergelijkbare situaties omgaan).
, - Zaken in twijfel trekken (je bent kritisch op de meest voor de hand liggende
diagnose of oplossing).
- Samen met anderen ideeën ontwikkelen over oplossingen (maar wel integraal en
duurzaam).
- En je moet kunnen reflecteren op de manier waarop je met deze onveilige situatie
bent omgegaan.
Het hebben van onderzoekend vermogen betekent dat je:
- Momenten in je werk kunt zien en erkennen waar je (handelings)kennis mist of
dat je vraagtekens durft te zetten bij wat je denkt te weten.
- Op basis van relevantie en context onderbouwd kunt beslissen hoe je om wilt
gaan met deze ontbrekende kennis.
- Als je besluit dat het echt nodig is om iets te onderzoeken, je op een
systematische manier een onderzoekvraag kunt beantwoorden met een voor die
situatie passende grondigheid.
- Het resultaat hiervan bruikbaar maakt in je eigen beroepssituatie.
Het onderzoekend vermogen heeft drie elementen die je kunt inzetten:
- Praktijkvraagstukken met een onderzoekende houding benaderen.
- Kritisch bestuderen wat anderen als antwoorden of oplossingen hebben
gevonden, dus kennis uit eerder onderzoek gebruiken.
- Hen daarna, als het relevant of nodig is, zelf onderzoek doen.
De 5 w+ h vragen:
- Wie
- Wat
- Waar
- Wanneer
- Waarom
- Hoe
Kerntaken uit de handelingscyclus van de IVK’er:
- Signaleren
- Analyseren
- Ontwerpen
- Implementeren
- Evalueren
Kerntaken uit het veiligheidsdomein van de IVK’er:
- Goed kunnen waarnemen (zodat je een onveilige situatie herkent).
- De complexiteit van het probleem in stukken hakken en samenhang met andere
zaken kunnen zien (je bekijkt de situatie als onderdeel van een groter geheel).
- Je verbeelding gebruiken (je kunt je voorstellen wat er vervolgens allemaal zou
kunnen gaan gebeuren).
- Nieuwsgierig zijn (je wilt weten hoe het echt zit, zoekt informatie en ontdekt hoe
andere met vergelijkbare situaties omgaan).
, - Zaken in twijfel trekken (je bent kritisch op de meest voor de hand liggende
diagnose of oplossing).
- Samen met anderen ideeën ontwikkelen over oplossingen (maar wel integraal en
duurzaam).
- En je moet kunnen reflecteren op de manier waarop je met deze onveilige situatie
bent omgegaan.
Het hebben van onderzoekend vermogen betekent dat je:
- Momenten in je werk kunt zien en erkennen waar je (handelings)kennis mist of
dat je vraagtekens durft te zetten bij wat je denkt te weten.
- Op basis van relevantie en context onderbouwd kunt beslissen hoe je om wilt
gaan met deze ontbrekende kennis.
- Als je besluit dat het echt nodig is om iets te onderzoeken, je op een
systematische manier een onderzoekvraag kunt beantwoorden met een voor die
situatie passende grondigheid.
- Het resultaat hiervan bruikbaar maakt in je eigen beroepssituatie.
Het onderzoekend vermogen heeft drie elementen die je kunt inzetten:
- Praktijkvraagstukken met een onderzoekende houding benaderen.
- Kritisch bestuderen wat anderen als antwoorden of oplossingen hebben
gevonden, dus kennis uit eerder onderzoek gebruiken.
- Hen daarna, als het relevant of nodig is, zelf onderzoek doen.
De 5 w+ h vragen:
- Wie
- Wat
- Waar
- Wanneer
- Waarom
- Hoe