Samenvatting H12
§1 Echografie en MRI
Echografie: wordt gebruik gemaakt van een transducer die geluidsgolven met frequenties tussen 1
MHz en 10 MHz uitzendt. (Ultrasoon geluid)
- Hoe langer het geluid erover doet om terug te keren naar de transducer, hoe groter de afstand van
de baby tot de transducer
- Hiermee kan je een beeld van de baby vormen: echo
Voor geluidsgolven geldt: v= f x labda
- frequentie van de geluidsgolf ligt vast
- geluidssnelheid is afhankelijk van het soort weefsel (binas 15)
- Een geluidsgolf reflecteert als het van het ene medium naar het andere gaat, deze reflectie is groter
als het verschil in geluidssnelheid groter is (goed beeld bot en omliggende weefsels)
X
Elektromagnetische golven (straling): MRI, radiogolven, microgloven, 3G-straling, terastraling,
infraroodstraling, uvstraling, röntgenstraling, gammastraling (binas 19B)
MRI-scan is gebaseerd op de magnetische eigenschappen van waterstofkernen (soort magneetje)
- Er wordt een sterk magnetisch veld aangelegd (waterstofkernen evenwijdig aan veld)
- 2 energietoestanden: Dit kan in de richting van het veld of tegen de richting in (meer energie)
- Kan van lage energietoestand naar hoge gaan door foton op te nemen
- Dit gebeurt bij de resonantie frequentie (hangt af van sterkte magnetisch veld en soort weefsel)
- Kan ook van hoog naar laag door uitzenden van foton
Onderdelen MRI-apparaat:
- holle cilindrische elektromagneet die zorgt voor sterk veld dat overal gelijk is
- zendspoelen die fotonen uitzenden met f= 50 MHz
- ontvangstspoelen die de uitgezonden fotonen registreren (lichaam)
- gradiëntspoelen die plaatselijk het reeds aanwezige veld veranderen (om te weten waar de fotonen
vandaan komen)
- Fotonfrequentie wordt zo ingesteld dat alleen de kernen in het gradiënt veld een foton kunnen
opnemen en uitzenden
§2 Röntgenfoto en CT-scan
Röntgenfoto: een röntgenbron zendt röntgenstraling uit, een detector aan de andere kant van
lichaam registreert hoeveel straling wordt doorgelaten.
- Veel röntgenstraling doorgelaten —> foto donker —> grotere halveringsdikte
De hoeveelheid röntgenstraling die wordt doorgelaten is afhankelijk van de dikte van het materiaal.
- Doorlatingskromme: intensiteit uitgezet tegen de dikte (beginintensiteit is 100%)
- Halveringsdikte: Dikte van de stof waarbij de helft wordt doorgelaten
- Intensiteit:
- I= de intensiteit die wordt doorgelaten in W/m 2
- I0= intenstieti die op het materiaal valt in W/m 2
- d= dikte van het materiaal tussen bron en ontvanger in m
- d0,5= halveringdikte in m (binas 28F)
, CT-scan/Computed Tomography: driedimensionaal beeld, de röntgenbron draait om de patiënt heen
om opnamen onder verschillende hoeken te maken
§3 Ioniserende straling
Kunstmatige stralingsbron: röntgenbuis bvb
Radio actieve stoffen/natuurlijke stralingsbronnen: komen in de aardkorst voor
Kosmische straling: vanuit het heelal omen geladen en ongeladen deeltjes richting aarde
Achtergrondstraling: totaal aan straling afkomstig van natuurlijke stralingsbronnen
Atoombouw: een atoom heeft een kern met protonen en neutronen (binas 7B)
- Het aantal protonen heet het atoomnummer (Z) of ladingsgetal
- Het aantal neutronen geef je aan met symbool N
- De som van het aantal protonen en neutronen noem je het massagetal A
- A= N + Z
- massagetal
Atoomnummer
- X-massagetal of massagetalX
- Isotopen: atomen met hetzelfde atoomnummer met een verschillend massagetal
De kernen van sommige isotopen zijn instabiel en vertonen radioactief verval waarbij radioactieve
straling ontstaat.
Soorten straling:
- a-straling: bestaat uit geladen deeltjes opgebouwd uit 2 protonen en 2 neutronen (kern van isotoop
He-4). Notatie: 42He of 42a
- B-straling: bestaat uit elektronen of positronen (positief elektron). Massa is heel klein dus
massagetal= 0. Notatie: 0-1e of 0-1B voor elektron en 01e of 01B voor een positron
- y-straling: bestaat uit fotonen. Deze straling heeft geen lading en geen massa. Notatie 00y
(Binas 25A)
Vervalreactie: Proces waarbij binnen de kern het aantal deeltjes spontaan verandert (instabiel)
- Behoud van ladingsgetal: de totale lading voor de reactie is gelijk aan de totale lading na de reactie
- Behoud van massagetal: het totale aantal protonen en neutronen voor de reactie is gelijk aan het
totale aantal protonen en neutronen na de reactie
Instabiel naar stabiel – proton naar elektron
Kunstmatige kernreacties: Het beschieten van een kern met een deeltje (bvb a-straling)
Ioniserende straling eigenschappen:
- ze kunnen door (on)zichtbare stoffen en ze kunnen atomen ioniseren
- a-straling dringt maar enkele cm in lucht door, B-straling haalt meters, groter doordringend
vermogen
- Afstand die deeltjes afleggen in een stof: dracht
- Ioniserend vermogen: maat voor het aantal atomen dat de straling per mm kan ioniseren
Ioniserend vermogen Doordringend Dracht
vermogen
A Zeer groot Zeer klein Enkele cm
B Klein klein Enkele m
Y Zeer klein Heel groot Tientalle meters
§1 Echografie en MRI
Echografie: wordt gebruik gemaakt van een transducer die geluidsgolven met frequenties tussen 1
MHz en 10 MHz uitzendt. (Ultrasoon geluid)
- Hoe langer het geluid erover doet om terug te keren naar de transducer, hoe groter de afstand van
de baby tot de transducer
- Hiermee kan je een beeld van de baby vormen: echo
Voor geluidsgolven geldt: v= f x labda
- frequentie van de geluidsgolf ligt vast
- geluidssnelheid is afhankelijk van het soort weefsel (binas 15)
- Een geluidsgolf reflecteert als het van het ene medium naar het andere gaat, deze reflectie is groter
als het verschil in geluidssnelheid groter is (goed beeld bot en omliggende weefsels)
X
Elektromagnetische golven (straling): MRI, radiogolven, microgloven, 3G-straling, terastraling,
infraroodstraling, uvstraling, röntgenstraling, gammastraling (binas 19B)
MRI-scan is gebaseerd op de magnetische eigenschappen van waterstofkernen (soort magneetje)
- Er wordt een sterk magnetisch veld aangelegd (waterstofkernen evenwijdig aan veld)
- 2 energietoestanden: Dit kan in de richting van het veld of tegen de richting in (meer energie)
- Kan van lage energietoestand naar hoge gaan door foton op te nemen
- Dit gebeurt bij de resonantie frequentie (hangt af van sterkte magnetisch veld en soort weefsel)
- Kan ook van hoog naar laag door uitzenden van foton
Onderdelen MRI-apparaat:
- holle cilindrische elektromagneet die zorgt voor sterk veld dat overal gelijk is
- zendspoelen die fotonen uitzenden met f= 50 MHz
- ontvangstspoelen die de uitgezonden fotonen registreren (lichaam)
- gradiëntspoelen die plaatselijk het reeds aanwezige veld veranderen (om te weten waar de fotonen
vandaan komen)
- Fotonfrequentie wordt zo ingesteld dat alleen de kernen in het gradiënt veld een foton kunnen
opnemen en uitzenden
§2 Röntgenfoto en CT-scan
Röntgenfoto: een röntgenbron zendt röntgenstraling uit, een detector aan de andere kant van
lichaam registreert hoeveel straling wordt doorgelaten.
- Veel röntgenstraling doorgelaten —> foto donker —> grotere halveringsdikte
De hoeveelheid röntgenstraling die wordt doorgelaten is afhankelijk van de dikte van het materiaal.
- Doorlatingskromme: intensiteit uitgezet tegen de dikte (beginintensiteit is 100%)
- Halveringsdikte: Dikte van de stof waarbij de helft wordt doorgelaten
- Intensiteit:
- I= de intensiteit die wordt doorgelaten in W/m 2
- I0= intenstieti die op het materiaal valt in W/m 2
- d= dikte van het materiaal tussen bron en ontvanger in m
- d0,5= halveringdikte in m (binas 28F)
, CT-scan/Computed Tomography: driedimensionaal beeld, de röntgenbron draait om de patiënt heen
om opnamen onder verschillende hoeken te maken
§3 Ioniserende straling
Kunstmatige stralingsbron: röntgenbuis bvb
Radio actieve stoffen/natuurlijke stralingsbronnen: komen in de aardkorst voor
Kosmische straling: vanuit het heelal omen geladen en ongeladen deeltjes richting aarde
Achtergrondstraling: totaal aan straling afkomstig van natuurlijke stralingsbronnen
Atoombouw: een atoom heeft een kern met protonen en neutronen (binas 7B)
- Het aantal protonen heet het atoomnummer (Z) of ladingsgetal
- Het aantal neutronen geef je aan met symbool N
- De som van het aantal protonen en neutronen noem je het massagetal A
- A= N + Z
- massagetal
Atoomnummer
- X-massagetal of massagetalX
- Isotopen: atomen met hetzelfde atoomnummer met een verschillend massagetal
De kernen van sommige isotopen zijn instabiel en vertonen radioactief verval waarbij radioactieve
straling ontstaat.
Soorten straling:
- a-straling: bestaat uit geladen deeltjes opgebouwd uit 2 protonen en 2 neutronen (kern van isotoop
He-4). Notatie: 42He of 42a
- B-straling: bestaat uit elektronen of positronen (positief elektron). Massa is heel klein dus
massagetal= 0. Notatie: 0-1e of 0-1B voor elektron en 01e of 01B voor een positron
- y-straling: bestaat uit fotonen. Deze straling heeft geen lading en geen massa. Notatie 00y
(Binas 25A)
Vervalreactie: Proces waarbij binnen de kern het aantal deeltjes spontaan verandert (instabiel)
- Behoud van ladingsgetal: de totale lading voor de reactie is gelijk aan de totale lading na de reactie
- Behoud van massagetal: het totale aantal protonen en neutronen voor de reactie is gelijk aan het
totale aantal protonen en neutronen na de reactie
Instabiel naar stabiel – proton naar elektron
Kunstmatige kernreacties: Het beschieten van een kern met een deeltje (bvb a-straling)
Ioniserende straling eigenschappen:
- ze kunnen door (on)zichtbare stoffen en ze kunnen atomen ioniseren
- a-straling dringt maar enkele cm in lucht door, B-straling haalt meters, groter doordringend
vermogen
- Afstand die deeltjes afleggen in een stof: dracht
- Ioniserend vermogen: maat voor het aantal atomen dat de straling per mm kan ioniseren
Ioniserend vermogen Doordringend Dracht
vermogen
A Zeer groot Zeer klein Enkele cm
B Klein klein Enkele m
Y Zeer klein Heel groot Tientalle meters