Vragen week 3 Maatschap
1) Wat zijn de kenmerken van de maatschap en wat houden die
kenmerken in?
Goed
1. overeenkomst : De maatschap is een obligatoire, wederkerige
overeenkomst (6:213 lid en 2 BW) tot samenwerking van twee of meer
personen. Het sluiten van een maatschapsovereenkomst is in beginsel
vormvrij.
2. samenwerking: De maatschap is gericht op het door middel van
samenwerking behalen van vermogensrechtelijk voordeel dat aan de
vennoten ten goede komt. De maatschap heeft dus een winstverdelingsdoel.
Bij een maatschap wil men samenwerken voor gemeenschappelijke rekening
tot een gemeenschappelijk doel. Maten werken op gelijke voet samen. Ze
verkeren onderling niet in een positie van ondergeschiktheid. Verplichtingen
lopen parallel. Maatschappen zijn persoonsgebonden. Staat niet expliciet in
de wet
3. inbreng: ieder der vennoten is gehouden iets in te brengen, dat wil zeggen
een waarde aan de maatschap ter beschikking stellen > gebouw of arbeid.
4. verdeling van voordeel: Een maatschap strekt tot een actieve
samenwerking van de maten die erop gericht is door middel van hun inbreng
voor gemeenschappelijke rekening voordeel te behalen die aan hen allen ten
goede komt 7A:1655. Maten zijn voor gelijke delen aansprakelijk voor
verbintenissen van de maatschap: art. 7A:1680.
> Art. 7A:1655-1688
2) a. Hoeveel vrijheid is er om af te wijken van de wet?
b. In hoeverre vult model maatschapsovereenkomst de wettelijke
regeling aan?
Het is een model en meer is het niet. Model wordt gebruikt als
uitgangspunt.
3) Hoe luidt de beheerregeling en welke gevolgen heeft deze regeling
voor interne verrekening?
Onder beheer wordt verstaan: het stellen van handelingen die, gelet op het
doel van de maatschap, tot haar gebruikelijke, regelmatig voorkomende
werkzaamheden behoren. Handelingen die niet binnen deze omschrijving
vallen zijn beschikkingshandelingen.
Er zou bij de maatschap minder behoefte zijn aan een
vertegenwoordigingsbevoegdheid van rechtswege. Bij een maatschap sluit
1) Wat zijn de kenmerken van de maatschap en wat houden die
kenmerken in?
Goed
1. overeenkomst : De maatschap is een obligatoire, wederkerige
overeenkomst (6:213 lid en 2 BW) tot samenwerking van twee of meer
personen. Het sluiten van een maatschapsovereenkomst is in beginsel
vormvrij.
2. samenwerking: De maatschap is gericht op het door middel van
samenwerking behalen van vermogensrechtelijk voordeel dat aan de
vennoten ten goede komt. De maatschap heeft dus een winstverdelingsdoel.
Bij een maatschap wil men samenwerken voor gemeenschappelijke rekening
tot een gemeenschappelijk doel. Maten werken op gelijke voet samen. Ze
verkeren onderling niet in een positie van ondergeschiktheid. Verplichtingen
lopen parallel. Maatschappen zijn persoonsgebonden. Staat niet expliciet in
de wet
3. inbreng: ieder der vennoten is gehouden iets in te brengen, dat wil zeggen
een waarde aan de maatschap ter beschikking stellen > gebouw of arbeid.
4. verdeling van voordeel: Een maatschap strekt tot een actieve
samenwerking van de maten die erop gericht is door middel van hun inbreng
voor gemeenschappelijke rekening voordeel te behalen die aan hen allen ten
goede komt 7A:1655. Maten zijn voor gelijke delen aansprakelijk voor
verbintenissen van de maatschap: art. 7A:1680.
> Art. 7A:1655-1688
2) a. Hoeveel vrijheid is er om af te wijken van de wet?
b. In hoeverre vult model maatschapsovereenkomst de wettelijke
regeling aan?
Het is een model en meer is het niet. Model wordt gebruikt als
uitgangspunt.
3) Hoe luidt de beheerregeling en welke gevolgen heeft deze regeling
voor interne verrekening?
Onder beheer wordt verstaan: het stellen van handelingen die, gelet op het
doel van de maatschap, tot haar gebruikelijke, regelmatig voorkomende
werkzaamheden behoren. Handelingen die niet binnen deze omschrijving
vallen zijn beschikkingshandelingen.
Er zou bij de maatschap minder behoefte zijn aan een
vertegenwoordigingsbevoegdheid van rechtswege. Bij een maatschap sluit