Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Belastingrecht

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
6
Pagina's
32
Geüpload op
31-12-2015
Geschreven in
2015/2016

Samenvatting van het gehele boek Praktisch Fiscaalrecht van Mr. M.P. Damen (zesde druk). In de samenvatting staan alle hoofdstukken van het boek helemaal. Dat is alles wat je voor het tentamen moet leren. De belangrijke woorden staan in de samenvatting met een andere kleur aangegeven, zodat het makkelijker is met leren.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Belastingrecht




Auteur: RamonavW
School: Windesheim
Vak: M1.2 Belastingrecht




1

,Hoofdstuk 1 Belastingrecht in Nederland
1.1 Waarom belastingen

Profijtbeginsel is degene die profijt heeft van een bepaalde voorziening, moet er ook voor
betalen. Het draagkrachtbeginsel gaat ervan uit gaat ervan uit dat de sterkste schouders de
zwaarste lasten kunnen dragen. Dus hoe hoger het inkomen hoe meer belasting we moeten
betalen.

1.2 Soorten belastingen

De verschillende belastingen zijn:

 Inkomstenbelasting (IB), deze belasting moet worden betaald over inkomsten van
natuurlijke personen. Is te vinden in de Wet op de inkomstenbelasting (Wet IB).
 Vennootschapsbelasting (VPB), wordt betaald over de winst van rechtspersonen.
Wet op vennootschapsbelasting (Wet VPB).
 Loonbelasting (LB), wordt berekend over het loon van een werknemer. Meestal is
het de werkgever die de loonbelasting al in mindering brengt op het brutoloon en
deze aan de Belastingdienst uitbetaald. Heeft een natuurlijke persoon dus alleen
looninkomsten, dan zal deze persoon meestal geen inkomstenbelasting meer
hoeven te betalen alleen maar loonbelasting. Wet loonbelasting (Wet LB).
 Omzetbelasting (OB), of btw wordt in rekening gebracht door ondernemers.
Omzetbelasting wordt geheven over de levering van goederen en diensten. Wet op
de omzetbelasting (Wet OB).
 Dividendbelasting (Div), betalen we over de winstuitkering op aandelen, ofwel over
dividend. Wet op dividendbelasting.
 Erfdienstbelasting, moet worden betaald over een erfenis. Successiewet (SW).
 Schenkbelasting, betalen we als we een schenking krijgen. Successiewet (SW).
 Kansspelbelasting, deze belasting betalen we over gewonnen prijzen(geld).
 Overdrachtsbelasting (OVB), betalen we bij de verkrijging van onroerende gloed.
Wet op belastingen van rechtsverkeer, gaat over overdrachtsbelasting.
 Motorrijtuigenbelasting, deze belasting wordt betaald bij het hebben van auto of
motorrijwiel.
 Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), wordt betaald bij het
hebben van een auto of motorrijwiel.
 Accijnzen, wordt geheven op bijvoorbeeld alcohol en tabaksproducten.
 Milieuheffingen, bijvoorbeeld waterbelasting en energiebelasting.
 Provinciale belastingen en gemeente belastingen, dit zijn rijksbelastingen.

1.3 Vindplaatsen

Als we willen weten waarover we belasting moeten betalen en hoeveel, dan kunnen we dat
vinden in de materiële belastingrecht. De vraag die centraal is hoe de te betalen belasting
over een bepaald tijdvak moet worden bepaald. De wijze waar op de belasting uiteindelijk bij
de overheid moet komen, wordt geregeld in het formele belastingrecht. Wat wij, als burger,
kunnen en moeten doen, maar ook wat de overheid kan en moet doen, wordt in deze formele
belastingwetgeving geregeld.




2

,Een uitvoeringsregeling of –beschikking én een uitvoeringsbesluit wordt gemaakt door de
minister van Financiën. Bij het vormen van een uitvoeringsbesluit zijn wel de ministerraad en
Raad van State partij, maar geen Tweede Kamer of Eerste Kamer. Bij een
uitvoeringsregeling is het alleen de minister van Financiën. In de diverse wetten zullen we
verwijzen tegenkomen naar een Algemene maatregel van Bestuur. Hiermee wordt het
uitvoeringsbesluit bedoeld. Met een ministeriële regeling wordt een uitvoeringsregeling
bedoeld.

Het vertrouwensbeginsel gaat uit van het vertrouwen dat de belastingplichtige mag
ontlenen aan gedragingen van de overheid. Het gelijkheidsbeginsel gaat uit van de gelijke
behandeling van gelijke gevallen.

Soms moet een extra uitleg aan een wetsartikel worden gegeven, omdat deze niet helemaal
duidelijk is. Via een besluit (resolutie) geeft de staatssecretaris aan hoe bij een bepaalde
situatie het wetsartikel moet worden uitgelegd. Mocht de belastingplichtige het dus niet eens
zijn met de uitleg in een resolutie of antwoord in een vraag-en-antwoordbesluit, dan zal dit
altijd tot een behandeling bij de rechter leiden.

Hoofdstuk 2 Formeel belastingrecht
2.1 Materieel en formeel belastingrecht

In het materieel belastingrecht wordt aangegeven hoe de te betalen belasting moet worden
bepaald. De manier waarop de aanslagen worden gesteld, hoe en wanneer we aangifte
moeten doen en wanneer moet worden betaald, valt onder formeel belastingrecht. Ook de
verplichtingen van de belastingbetaler heeft, maar ook van de inspecteur. De regels van het
formele recht zoeken we ten eerste in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Belastingrecht
is namelijk een onderdeel van het bestuursrecht. Ten tweede zoeken we formele
regelgeving in het meer specifieke AWR ofwel Algemene wet inzake rijksbelastingen.

2.2 Woon- en vestigingsplaats, partner

In de Wet IB is aangeven dat natuurlijke personen die in Nederland wonen of die niet in
Nederland wonen, maar wel hun inkomen in Nederland verdienen belastingplichtig zijn voor
de inkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting wordt geheven van lichamen (nv of bv
onder andere) die in Nederland zijn gevestigd.

2.3 Aangifte en aanslagen

2.3.1 Aangifte

Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zijn aanslagbelastingen. Uit de gegevens
die in de aangifte zijn vermeld, zal blijken welk bedrag aan belasting dient te worden betaald,
dit wordt vastgelegd in een aanslag. De omzetbelasting en loonbelasting zijn
aangiftebelastingen. Gelijk met het doen van de aangifte moeten ook de omzetbelasting en
loonbelasting worden betaald.




3

,2.3.2 Aanslagen

Aanslagen beginnen altijd met het fiscale nummer of Burgerservicenummer, gevolgd door
een letter (die afhangt van het soort aanslag) en daarna gevolgd door een getal, hetgeen
staat voor het jaartal. Hierna komt een cijfer (die afhangt van de soort aanslag). De
inkomstenbelasting heeft het letter H en de vennootschapsbelasting de letter V.

Een voorlopige aanslag wordt vrijwel altijd opgelegd binnen elke werken na het indienen
van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Bij het opleggen van een
voorlopige aanslag wordt niet gekeken naar de juistheid van de aanslag. Een voorlopige
aanslag is gunstig voor de belastingrente. Hoe later we betalen, hoe hoger deze rente
wordt. Het eerste voorlopige aanslag krijgt een 0 en die daarop een 1, enz.

De definitieve aanslag wordt er gekeken naar de juistheid van de aangifte. Deze uitslag kan
nihil zijn, omdat de eerdere aanslag juist is en er dus al betaald is. De definitieve aanslag
eindigt altijd op een 6. De definitieve aanslag heeft het nummer 6.

Een navorderingsaanslag kan alleen worden opgelegd als er al een definitieve aanslag is
vastgesteld. De navorderingsaanslag eindigt op een 7.

Een conserverende aanslag is een aanslag die wordt opgelegd, maar nog niet betaald
hoeft te worden.

2.3.3 Navorderingsaanslag

Een naheffingsaanslag wordt opgelegd als er geen aangifte wordt gedaan. Tevens wordt
een naheffingsaanslag opgelegd als er wel aangifte wordt gedaan, maar deze niet wordt
betaald. Ook kan het volgen uit een nader onderzoek door de Belastingdienst.

Termijnen aanslagen aanslagbelastingen

H50 (indien nog niet gehad), H 51 en H56

H50 Aangifte H57


31-12 1 januari 31-12 31-12
jaar 1 jaar 2 jaar 4 jaar 6
(+ uitstel) (+ uitstel) (+ uitstel)

Termijnen aanslagen aangiftebelastingen

Jan Feb Mrt Apr Mei Juni Juli Aug Sep Okt Nov Dec
Jan jaar 2 Jan jr 6



1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Jaar
Naheffing

Naheffing geen aangifte of betaling




4

,Als te weinig belasting op de aanslagen is vermeld, alsnog een navorderingsaanslag kan
volgen. Er moet sprake zijn van een nieuwe feit, ofwel een feit dat de inspecteur niet bekend
was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Ook al is er géén sprake van een nieuwe feit,
dan kan toch een navorderingsaanslag volgen. Dit kan als de belastingplichtige te kwader
trouw is. Bij kwader trouw moet de belastingplichtige hebben geweten dat hij te weinig
belasting betaalde. Er zou dus een vorm van opzet aanwezig moeten zijn.

Een inspecteur heeft een onderzoeksplicht als hij vermoedt dat de aangifte onjuist is. In
eerste instantie mag hij echter uitgaan van de juistheid van de gegevens van de aangifte.

In de volgende situaties kan altijd worden nagevorderd:

 Een onjuiste verrekening van onder andere een voorheffing of voorlopige aanslag.
een voorheffing is bijvoorbeeld de loonbelasting/loonheffing.
 Een aanpassing in de onderlinge verdeling van gemeenschappelijke inkomsten van
partners.
 Onjuist of niet vaststellen van de aanslag door een redelijkerwijs kenbare fout. Als de
aanslag ten minste 30% te laag is.

Evenals bij de naheffingsaanslag geldt dat de navorderingsaanslag binnen vijf jaar na het
einde van het tijdvak moet worden opgelegd. Een termijn van twee jaar geldt bij herstel van
een kenbare fout.

2.3.4 Bewijslast

Als hoofdregel geldt dat de belastingplichtige moet bewijzen of aantonen dat kosten zijn
gemaakt. De Belastingdienst heeft de bewijslast als het gaat om inkomsten.

2.4 Bezwaar en beroep

2.4.1 Bezwaar

Een bezwaarschrift kan worden ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft
genomen. Het indienen van een bezwaarschrift moet gebeuren binnen zes weken na de
dagtekening van het aanslagbiljet. In het bezwaarschrift moet zijn opgenomen:

 Een handtekening
 Naam en adres van de indiener
 Dagtekening
 Omschrijving van het besluit waartegen bezwaar is gericht (aanslagnummer)
 De gronden van het bezwaar

Als je bezwaarschrift niet aan alle bovenstaande punten voldoet, zal de ontbrekende
informatie worden opgevraagd. Hiervoor heb je 2 weken de tijd om de ontbrekende
informatie te verschaffen. Als je dan alsnog niet aan de eisen voldoet, wordt het
bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard.

2.4.2 Beroep en cassatie

Als de inspecteur het bezwaarschrift afwijst of gedeeltelijk afwijst, kan de belastingplichtige
een beroepschrift indienen bij de Rechtbank. Nadat het beroepschrift is ingediend, zal de




5

,Rechtbank de inspecteur de gelegenheid geven een verweerschrift toe te sturen binnen een
daartoe door de Rechtbank te stellen termijn. Vervolgens kan de belanghebbende op dit
verweerschrift nogmaals reageren met een conclusie van repliek. De inspecteur kan ten
slotte eindigen met een conclusie van dupliek. Uiterlijk tien dagen voor de zitting bij de
Rechtbank, zal het laatste stuk kunnen worden ingediend. Als de rechter uitspraak heeft
gedaan, kunnen zowel de inspecteur als de belastingplichtige een beroepschrift indienen bij
het Gerechtshof (hoger beroepschrift). Ook na de uitspraak op hoger beroep door de
Gerechtshof kan wederom een beroepschrift worden ingediend, dit keer bij de Hoge Raad
(beroepschrift in cassatie). Alleen de rechtsvraag zal worden beantwoord.

2.5 Verplichtingen en sancties

2.5.1 Verplichtingen

Naast de aangifteplicht bestaat er ook een administratieplicht en een inlichtingenplicht.

2.5.2 Sancties

Een vergrijpboete wordt opgelegd als bewust geen of een onjuiste aangifte wordt gedaan bij
een aanslagbelasting of bewust niet of te laat wordt betaald bij een aangiftebetaling. Bij
grove schuld had de belastingplichtige moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot
gevolg kon hebben dat te weinig belasting zou worden geheven. Bij een definitieve aanslag
kan alleen wegens opzet een vergrijpboete worden opgelegd. Bij een navorderingsaanslag
kan dat zowel bij grove schuld als bij opzet. Een hechtenis is mogelijk in bepaalde gevallen
als er sprake is van fraude, maar als er geen vergrijpboete is opgelegd.

Hoofdstuk 3 Kennismaking met de inkomstenbelasting
3.1 Hoofdlijnen inkomstenbelasting

3.1.1 Het boxensysteem

Vanaf 2001 is voor de inkomstenbelasting sprake van een boxensysteem. In box 1 wordt
inkomen uit werk en woning belast (onder andere loon), in box 2 het inkomen uit
aanmerkelijk belang en in box 3 het vermogen. De persoonsgebonden aftrek, waaronder
dus de studiekosten, vermindert het inkomen in box 1. Mocht het inkomen uit werk en woning
nihil zijn, dan verschuift deze persoonsgebonden aftrek naar het inkomen in box 3 en anders
naar box 2 (niet verder dan nihil). Onder persoonsgebonden aftrekposten behoren de kosten
die in principe niets ta maken hebben met de in de boxen genoemde inkomens, maar
waarvoor de wetgever wel een aftrek heeft willen creëren. Het tarief voor box 1 is maximaal
52%, box 2 25% en voor box 3 30%. De heffingskorting is sprake van een korting op de
berekende inkomstenbelasting. Indien door de werkgever op het loon al loonbelasting is
ingehouden, wort de te betalen inkomstenbelasting verrekend met deze loonbelasting.
Loonbelasting is een voorheffing. Tegelijk met de inkomstenbelasting in box 1 worden door
de Belastingdienst ook premies volksverzekeringen geheven. De gezamenlijke belasting-
en premieheffing geldt tevens voor het door de werkgever op het loon in te houden en af te
dragen bedrag. Het volgende stappenplan verduidelijkt de berekening van de te betalen
inkomstenbelasting/premieheffing:
1. Hoogte van het inkomen bepalen in box 1, box 2 en box 3
2. Bepalen van de hoogte van persoonsgebonden aftrek
3. Persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen in respectievelijke box 1, 3 en
2




6

, 4. Tarieven berekenen over de inkomens in de drie boxen (ná persoonsgebonden aftrek
dus)
5. De onder 4 berekende bedragen optellen
6. Hoogte van de heffingskortingen berekenen en optellen
7. Heffingskortingen in mindering brengen op de uitkomst onder 5
8. Voorheffing in mindering brengen op de uitkomst onder 7

3.1.2 Boxinhoud

Het inkomen in box 1 betreft het inkomen uit werk en woning. Met woning wordt alleen de
eigen woning bedoeld. We berekenen het inkomen uit werk en woning van box 1 als volgt:
De belastbare winst uit onderneming +
Het belastbare loon +
Het belastbare resultaat overige werkzaamheden +
De belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen +
De belastbare inkomens uit eigen woning +
De negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen +
De negatieve persoonsgebonden aftrekposten +
Verminderd met de aftrek wegen geen of geringe eigenwoningschuld -/-
De uitgaven voor inkomensvoorzieningen -/-
De persoonsgebonden aftrek -/-
Bovendien kan door een uitgave voor een inkomstenvoorziening het inkomen in box 1 op
een negatief bedrag uitkomen, een verlies dus. Persoonsgebonden aftrek is slechts
aftrekbaar tot nihil.

Een natuurlijk persoon heeft onder andere een aanmerkelijk belang indien hij 5% of meer
van de aandelen in een bv heeft. Ontvangt deze persoon een voordeel wegens het feit dat hij
aandeelhouder is, dan is dat voordeel belast in box 3. Te denken valt aan een
dividenduitkering van de bv aan de grootaandeelhouder.

In box 3 is het vermogen geplaats, ofwel het inkomen uit sparen en beleggen. Alléén de
waarde van het vermogen is van belang, niet de daadwerkelijke opbrengsten uit dit
vermogen. Het voordeel uit het vermogen wordt geacht 4% van de waarde van het
vermogen in een bepaald jaar te zijn per 1 januari.

3.1.3 Rangorde

Een inkomen kan slechts in één box worden vermeld. Dit betekent dat een woning niet zowel
tot inkomen in box 1 en 3 kan leiden. Box 1 heeft voorrang op box 2. Box 3, de laatste in de
wet opgenomen box, is ook de laatste in de rangorde. Let op, deze rangorde geldt niet voor
de persoonsgebonden aftrek. De persoonsgebonden aftrek komt eerst in mindering op het
inkomen in box 1, vervolgens in box 3 en ten slotte box 2.

3.1.4 Verliesverrekening

De verliezen in box 1 mogen worden verrekend met de drie aan het verliesjaar voorafgaande
jaren en de negen volgende jaren. Het oudste jaar is daarbij het eerste te verrekenen jaar.
Voor box 2 kan een verlies één jaar worden teruggerekend en negen jaren verder. Het
inkomen in box 3 is altijd nihil of positief. Tussen de drie verschillende boxen echter kunnen
verliezen niet worden verrekend. De inspecteur maakt jaarlijks een verliesbeschikking op met
de stand van het nog niet verrekende verlies. Het belastbaar inkomen is het inkomen -/- de
verrekende verliezen. Het inkomen van de diverse boxen is het inkomen waar de
persoonsgebonden aftrek reeds op in mindering is gebracht. Het verzamelinkomen is de
optelsom van het inkomen in box 1, 2 en 3.




7

, 3.2 Opbouw van de Wet IB 2001

De Wet inkomstenbelasting 2001 is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken 1 tot en met
10:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Raamwerk
Hoofdstuk 3 Box 1
Hoofdstuk 4 Box 2
Hoofdstuk 5 Box 3
Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden aftrek
Hoofdstuk 7 Natuurlijke personen
Hoofdstuk 8 Heffingskortingen
Hoofdstuk 9 Belastingheffing bij natuurlijke personen
Hoofdstuk 10 Aanvullende regelingen

3.3 Persoonsgebonden aftrek

Persoonsgebonden aftrekposten zijn:
 Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen
 Uitgaven voor specifieke zorgkosten
 Weekenduitgaven voor gehandicapten
 Scholingsuitgaven
 Uitgaven voor monumentpanden
 Aftrekbare giften
De opgetelde persoonsgebonden aftrekposten verminderen eerst het inkomen in box 1,
vervolgens box 3 en ten slotte in box 2, maar niet verder dan tot nihil.

3.3.1 Onderhoudsverplichtingen en levensonderhoud kinderen

De meest voorkomende onderhoudsverplichtingen is de periodieke uitkering op grond van
een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting. Hieronder vallen de
alimentatie-uitkeringen aan de ex-echtgenoot. Een ex-echtgenoot die na de scheiding in de
eigen woning kan blijven wonen is een voorbeeld van een alimentatie ‘woongenot’. Dit wordt
belast in box 1. Dit woongenot is echter aftrekbaar als onderhoudsverplichting, omdat er
sprake is van het verstrekken van dit woongenot aan de ex-echtgenoot. In tegenstelling tot
de alimentatie-uitkering aan de ex-echtgenoot behoort de alimentatie-uitkering aan de
kinderen niet tot de onderhoudsverplichtingen.

3.3.4 Overige persoonsgebonden aftrek

De aftrekbare giften zijn onder te verdelen in periodieke giften en andere giften. Voor giften
die niet in de vorm van periodieke uitkeringen zijn gedaan geldt een drempel van € 60,- of,
als dat meer is, 1% van het verzamelinkomen (voor toepassing van de persoonsgebonden
aftrek). Tevens geldt voor deze giften een maximum van 10% van het inkomen. De overige
persoonsgebonden aftrekposten zijn: weekenduitgaven voor gehandicapten en uitgaven voor
monumentenpanden. Zoals reeds vermeld, kan een persoonsgebonden aftrekpost nooit
leiden tot een negatief inkomen. Het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek in een
voorgaand jaar dat niet eerder in aanmerking is genomen, tot de persoonsgebonden aftrek
kan horen. Met andere woorden: de persoonsgebonden aftrek die in jaar 1 niet in aftrek kan
worden gebracht omdat het inkomen te laag is (restant persoonsgebonden aftrek), kan
worden doorgeschoven naar een volgend jaar en eventueel daaropvolgend jaar.




8

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
31 december 2015
Bestand laatst geupdate op
15 juni 2016
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€4,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
RamonavW Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1697
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
1095
Documenten
0
Laatst verkocht
4 dagen geleden

3,8

318 beoordelingen

5
74
4
149
3
68
2
16
1
11

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen