Samenvatting gs het Britse rijk
Dit hoofdstuk speelt zich af tussen 1585-1900. Het gaat over de sociale, economische en
politieke ontwikkelingen die diverse bevolkingsgroepen binnen het Britse rijk doormaakte.
De kenmerken aspecten van dit historische context zijn:
1. Het begin van de Europese overzeese expansie
2. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in west-Europa als
gevolg had.
3. Wereldwijde handelscontacten, handels kapitalisme en het begin van
wereldeconomie
4. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor de industriële
samenleving.
5. Discussies over de sociale kwestie
6. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met industrie.
7. De opkomst van de emancipatie beweging
8. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces.
9. De opkomst van de politiek-maatschappelijke stroming: liberalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
10. Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
11. Uitbouwen van de Europese overheersing, met name in de vorm van
plantagekoloniën en daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de
opkomst van het abolitionisme.
12. De democratische revoluties in de westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
1.1
Kenmerkende aspecten van deze paragraaf: 1,2,3,10,11,12
De Engelse wilden ook geld verdienen aan koloniën net als Spanje en Portugal. Omdat de de
oostkust van Noord-Amerika niet was gekoloniseerd gingen ze daar naartoe. Er konden daar
misschien rijkdommen worden gevonden en misschien was het een onbekende route naar
Azië. John White (een engelse kaartenmaker) woonde in noord-Amerika, hij had de kolonie
Roanoke. Na de mislukte oogsten en gevechten tussen indianen, ging White terug naar
England. Zijn dochter Eleanor bleef in Noord-Amerika en verhuisde naar Virginia. Dit was de
eerste Engelse kolonie die succesvol werd. Hoewel ze op de plantage wel tabak verbouwde
was het altijd in kleine hoeveelheden. Dit veranderde toen de Engelse kolonist John Rolfe
een paar tabakszaden uit Trinidad te pakken kreeg. Hierdoor ontstond er een basis voor de
plantage-economie in het zuiden van Noord-Amerika. Door de grote hoeveelheden tabak die
Virginia naar Europa vervoerde werd, werd de plantage de belangrijkste producent van
tabak in Europa. Er kwamen steeds meer kolonisten en die gebruikte steeds meer
grondgebieden, zowel als op te wonen en te gebruiken als landbouwgrond. Dit leidde tot
conflicten en zelfs oorlogen. In november 1620 kwam een groep mensen (pilgrim Fathers)
Dit hoofdstuk speelt zich af tussen 1585-1900. Het gaat over de sociale, economische en
politieke ontwikkelingen die diverse bevolkingsgroepen binnen het Britse rijk doormaakte.
De kenmerken aspecten van dit historische context zijn:
1. Het begin van de Europese overzeese expansie
2. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in west-Europa als
gevolg had.
3. Wereldwijde handelscontacten, handels kapitalisme en het begin van
wereldeconomie
4. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor de industriële
samenleving.
5. Discussies over de sociale kwestie
6. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met industrie.
7. De opkomst van de emancipatie beweging
8. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en
vrouwen aan het politieke proces.
9. De opkomst van de politiek-maatschappelijke stroming: liberalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
10. Rationeel optimisme en verlicht denken dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
11. Uitbouwen van de Europese overheersing, met name in de vorm van
plantagekoloniën en daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de
opkomst van het abolitionisme.
12. De democratische revoluties in de westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
1.1
Kenmerkende aspecten van deze paragraaf: 1,2,3,10,11,12
De Engelse wilden ook geld verdienen aan koloniën net als Spanje en Portugal. Omdat de de
oostkust van Noord-Amerika niet was gekoloniseerd gingen ze daar naartoe. Er konden daar
misschien rijkdommen worden gevonden en misschien was het een onbekende route naar
Azië. John White (een engelse kaartenmaker) woonde in noord-Amerika, hij had de kolonie
Roanoke. Na de mislukte oogsten en gevechten tussen indianen, ging White terug naar
England. Zijn dochter Eleanor bleef in Noord-Amerika en verhuisde naar Virginia. Dit was de
eerste Engelse kolonie die succesvol werd. Hoewel ze op de plantage wel tabak verbouwde
was het altijd in kleine hoeveelheden. Dit veranderde toen de Engelse kolonist John Rolfe
een paar tabakszaden uit Trinidad te pakken kreeg. Hierdoor ontstond er een basis voor de
plantage-economie in het zuiden van Noord-Amerika. Door de grote hoeveelheden tabak die
Virginia naar Europa vervoerde werd, werd de plantage de belangrijkste producent van
tabak in Europa. Er kwamen steeds meer kolonisten en die gebruikte steeds meer
grondgebieden, zowel als op te wonen en te gebruiken als landbouwgrond. Dit leidde tot
conflicten en zelfs oorlogen. In november 1620 kwam een groep mensen (pilgrim Fathers)